Er reed een oud trammetje door Amsterdam, een gele tram, een die ik herkende uit mijn jeugd. De trams zijn tegenwoordig saai wit en blauw, vroeger waren ze mooi. Die oude trams laten ze soms rondrijden voor feesten waarbij mensen zich laten rondrijden. Een groep mensen zit er dan in, zeer herkenbaar is als niet-reguliere tramreizigers: ze kijken heel gefocust uit het raam, ze zijn aan het bezichtigen vanuit de tram, ze zitten heel erg In de Tram.
Meestal gebruiken ze daarvoor een oeroud, blauw trammetje, uit de de jaren twintig tot zestig, maar nu was het dus een gele tram, die in de jaren tachtig en negentig door de stad slingerden. Een golf van nostalgie ging door me heen; dat kleine deurtje waar je achterin kon instappen, de strippenkaarten waarvan we de datum uitgumden zodat we meerdere keren konden rijden, de keer dat mijn zus en ik tram 24 een paar haltes hadden genomen, bij de markt uitstapten, en onze oppas tegenkwamen die zei: ‘Wat doen jullie hier nou?’
Op het raam van deze gele tram die voor de gelegenheid van stal was gehaald, zat nog de doorzichtige sticker die in die tijd op alle tramramen zat. In een wiebelig, linksig handschrift met rode letters stond er: ‘Wilt u zitten? ik kan staan!’
Ik denk dat het handschrift expres wiebelig en in het rood was uitgevoerd, en de ‘ik’ expres nogal dommig geen hoofdletter had, want de zin was vanuit de jeugd opgeschreven. Als jij jong, fit en onzwanger in de tram zat, dan kwam die zin op die raamsticker als het ware vanuit jou, zodra er een oudere, zwangere of niet goed ter bene binnenkwam.
Je diende dan met een oogwenk duidelijk te maken dat je graag voor diegene wilde opstaan, dan stond je ook op, wees met je handen naar de vrijgekomen stoel, en dan zei de ander opgelucht ‘Bedankt’ en ging zitten.
Die stickers in de trams zijn verdwenen. Ik zie zelden nog iemand voor een ander opstaan. In de trein heb je nog kleine symbolen boven bepaalde stoelen: je ziet dan een gestyleerde zwangere figuur en een figuur met een wandelstok uitgeput tegenover elkaar zitten. ‘Voorrang Priority’, staat er bij die stoelen.
De zwangere leunt naar achteren, degene met de wandelstok naar voren – ik stel me een lang treingesprek voor waar de wandelstok net iets meer zin in heeft dan de zwangere.
Maar dat is anders. Die nieuwe bordjes zijn er voor mensen die niet goed kunnen staan, om hun plek op te eisen. De oude raamstickers waren er voor de fittere medemens om zijn plek vrijwillig, met een uitroepteken en een taalfout, aan te bieden.
Het zegt zo duidelijk over hoe alles is veranderd dat ik dat maar niet eens ga opschrijven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant