Home

Van ‘mannenclubje’ tot een diverse groep beroepskijkers: zij kiezen de winnaar van de Nipkowschijf

De Zilveren Nipkowschijf, Nederlands respectabelste televisieprijs, wordt donderdag bekendgemaakt. Maar wat gaat daar eigenlijk aan vooraf? Wie kiezen de winnaar en hoe komt de jury tot een keuze?

In een betoog over de betekenis van de Zilveren Nipkowschijf ziet veteraan Walter van der Kooi (85) zijn kans schoon om het op te nemen voor de NPO. Het instituut ligt onder vuur en dat ergert de tv-criticus van De Groene Amsterdammer in hoge mate.

‘In het huidige politieke klimaat krijgt de NPO enorm op zijn flikker. Vanwege de misstanden is daar reden voor, maar de NPO mag nóóit kapot worden bezuinigd. Als je de NPO uitkleedt, kleed je kwaliteitsjournalistiek uit. En kwaliteitsdrama. Kwaliteitsamusement. Kwaliteitskinderprogramma’s. Enzovoort.’

Over de auteur
Paul Onkenhout is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over media, muziek en voetbal.

Waar hij naartoe wil: ‘In deze barre tijden is het aardig om nog eens terug te kijken hoe vaak programma’s van commerciële zenders de Zilveren Nipkowschijf de afgelopen zestig jaar hebben gewonnen.’ Het antwoord: één keer, talkshow Barend & Van Dorp (RTL 4) in 2002.

De prijs voor het beste tv-programma van het jaar, in 1961 bedacht en in publicaties en commentaren vaak ‘prestigieus’ genoemd, wordt donderdag uitgereikt. De drie genomineerde programma’s zijn Bodem (BNNVara), De Afhaalchinees (Omroep Zwart) en De Joodse Raad (EO).

Van der Kooi: ‘Ik kan hier goed mee leven. Het zijn prachtprogramma’s die voldoen aan de hoogste internationale standaard.’ Een ‘eervolle vermelding’ was er voor B&B vol liefde (RTL 4).

Belangrijke cultuurprijs

Pas twee uur voor de bekendmaking wijst de dertienkoppige jury, bestaande uit professionele tv-recensenten en mediajournalisten, donderdag de winnaar aan. Wat aan de uitreiking voorafgaat en wat zich achter de schermen voltrekt voordat de jury tot een oordeel komt, is in grote kring nauwelijks bekend. Hetzelfde geldt voor de voorgeschiedenis van de prijs. De Zilveren Nipkowschijf is er elk jaar gewoon, en een jaar later de volgende en meestal, zo wordt vaak gedacht, wint de VPRO.

Oud-leraar Van der Kooi is al sinds de jaren tachtig jurylid van de Zilveren Nipkowschijf. ‘Een belangrijke cultuurprijs waar niemand omheen kan en die wordt gekozen op basis van kwaliteitscriteria’, is zijn definitie.

‘Hoogopgeleide mensen zeggen vaak dat ze nooit tv kijken, omdat er nooit iets is wat de moeite waard is. Ze vergissen zich enorm. In Nederland wordt geweldige televisie gemaakt, nog steeds. Het is elitair om neerbuigend te doen over de televisie als geheel. Jazeker, er wordt een hoop bagger gemaakt, maar je gaat de drukpers toch ook niet veroordelen omdat Story verschijnt?’

Zonder dat het wordt uitgesproken is Van der Kooi, vanwege zijn anciënniteit, het jurylid met de meeste privileges. In zijn tv-recensie in De Groene klapt hij elk jaar wel een keer uit de school. Juryvoorzitter Renate van der Bas (Trouw): ‘Jeetje Walter, denk ik dan, maar ik spreek hem er niet op aan. Want Walter is Walter.’

Geen precieze normen

Het was dit jaar niet anders. Vorige maand gaf Van der Kooi in De Groene twee programma’s prijs die in de eerste stemronde door de dertien juryleden waren voorgedragen, maar niet werden genomineerd: De droom van de jeugd (KRO-NCRV) en Oogappels (BNNVara). In een gesprek met de Volkskrant noemt hij ook Staal, de vierdelige docuserie van Human over Tata Steel.

Ieder jurylid mag drie programma’s nomineren, een top-3. In de eerste stemronde van de jury werden 15 mei in het Ketelhuis in Amsterdam in totaal achttien programma’s genoemd, geheel of gedeeltelijk uitgezonden in het tijdvak 1 mei - 30 april en van Nederlandse makelij.

Dat laatste is de reden dat Dwars door de Lage Landen, geliefd onder een aantal juryleden, geen kans maakt. Omdat het programma een coproductie is van de VPRO en het Belgische VRT, voldoet het niet aan de eisen. Andere programma’s die door (minstens) een van de juryleden in zijn of haar top-3 werd opgenomen waren onder meer Plakshot (VPRO), De Avondshow met Arjen Lubach (VPRO), Indonesia roept! (NTR) en Food for Thought (VPRO).

De procedure werd in 2014 aangepast en ingekrompen. Toen werd ook het systeem met drie nominaties bedacht, pr-technisch gezien een goede vondst. ‘Want de keuze voor drie programma’s levert elk jaar weer tromgeroffel op’, aldus juryvoorzitter Van der Bas. ‘Genomineerden krijgen sowieso een oorkonde. Gelukkig beschouwen tv-makers ook de nominatie als waardevol.’

Voorheen mochten de juryleden een onbeperkt aantal programma’s nomineren. Het leverde ‘oeverloze discussies’ op, herinnert Van der Bas zich. Juryleden verdedigen in de eerste ronde hun keuze, waarna over elk genomineerd programma wordt gestemd.

Van der Bas: ‘Het gaat best soepel, drie genomineerde programma’s kiezen. En de discussies zijn heel inhoudelijk. De spanning loopt het hoogst op als er twee of drie gedoodverfde winnaars zijn. De eindstemming is het spannendst, maar niet altijd. De luizenmoeder en Onze man bij de Taliban bijvoorbeeld waren sensationeel, het was duidelijk dat ze de top zouden halen.’

Vaak gehoord: de jury van de Zilveren Nipkowschijf moet appels met peren vergelijken. Van der Bas geeft toe dat er geen ‘precieze normen’ zijn.

‘We claimen niet dat we een instituut zijn dat programma’s kiest met een meetlat. We zijn beroepskijkers, journalisten. De inhoud telt altijd zwaar. Het begint met de vraag waarom recensenten over bepaalde programma’s schrijven. Daarna gaat het over originaliteit, impact, technisch vernuft, onvergetelijkheid. En op de een of andere manier moet je als winnaar de wind mee hebben gehad.’

De jury

Het gezelschap dat in 1985 besloot om een ‘Ere Zilveren Nipkowschijf’ uit te reiken aan Kees van Kooten en Wim de Bie, volgens Walter van der Kooi ‘omdat ze anders elk jaar de gewone schijf zouden winnen’, bestond uit veertien mannen. Net zoals in 2023 vormen in de Nipkow-jury dit jaar (zeven) vrouwen een meerderheid.

Op het Nederlands Dagblad na zijn alle landelijke kranten vertegenwoordigd. Renate van der Bas is juryvoorzitter sinds 2019, ze volgde Hans Beerekamp (NRC) op. De huidige jury wordt gevormd door negen tv-recensenten en vier mediajournalisten.

Hoe Angela de Jong (AD) voordat ze toetrad tot de Nipkowjury aankeek tegen het instituut? ‘Als een heel saai mannenclubje dat ieder jaar bij elkaar kwam en besloot om een programma van de VPRO te laten winnen. Ik was er heilig van overtuigd dat ik daar niet tussen hoorde. Ik zag me al aankomen, met Boer zoekt vrouw.

Twee collega’s, Willem Pekelder van Trouw en Henk van Gelder van NRC, trokken haar over de streep. ‘Ik was onzeker, maar in 2015 ben ik toch maar gezellig met Willem meegegaan. Het was zoals ik verwachtte. Zoals Renate altijd zegt: veel mannen met roos op de schouders. Het bood een fascinerend inkijkje in de wereld van die mannen, en hoe ze naar televisie keken. Maar gek genoeg voelde ik me er ook meteen thuis, hoewel ik de enige vrouw was.’

De jury is sindsdien grondig van samenstelling veranderd, en verjongd. ‘Het is echt een divers clubje geworden, om dat hippe woord maar eens te gebruiken, gemêleerd en met veel vrouwen. Ook De Telegraaf kwam erbij. Het werd steeds leuker, ook omdat andersoortige programma’s dan voorheen werden besproken. Het ene moment kan het over Tegenlicht gaan, het volgende over Tussen kunst en kitsch. Het zal je verbazen wat sommige andere collega’s nomineren aan luchtigheid en vermaak. Dat B&B vol liefde een speciale vermelding kreeg, komt niet door mij. En het zou tien jaar geleden niet zijn gebeurd.’

Inmiddels is De Jong vicevoorzitter. ‘Dat zegt ook wel iets. Ik vind het echt leuk en ik geniet van de discussies. Het komt niet vaak voor dat je kunt praten met mensen die ook voor hun beroep tv-kijken en met wie je kunt muggenziften over de goede en slechte kanten van een programma.’

Als jurylid maakt ze een jaar lang aantekeningen op haar telefoon. ‘Want ik heb geen zin om 225 tv-columns terug te lezen.’ Terloops geeft ze twee van haar favorieten van het afgelopen jaar prijs, Oogappels en De Joodse Raad.

Met de prijswinnaars kan ze over het algemeen goed leven. ‘Eén keer had ik er goed de ziekte over in. Soms ontstaat er een onverwachte tendens in zo’n vergadering en bij het het stemmen. Er waren er meer die na afloop dachten: wat is hier nou precies gebeurd? Nee, ik ga de titel van het programma niet noemen.’

Het begin

Het medium ‘televisie’ was zo’n tien jaar in bedrijf toen recensenten van dagbladen en mediajournalisten besloten een prijs in te stellen voor het beste programma van het jaar. De initiatiefnemers waren Hans Keller (de Volkskrant), Han G. Hoekstra (Het Parool), Henk Schaafsma (Nieuwe Rotterdamse Courant), freelancer Nico Scheepmaker en Dick Verkijk (Regionale Dagblad Pers).

De vijf mannen hadden zich verenigd in het Gezelschap van Televisiecritici en een alternatief bedacht voor een jaarlijkse tv-prijs van het Prins Bernhardfonds. ‘Het is dus al 63 jaar geleden’, zegt Dick Verkijk (94) snel rekenend, en vol ongeloof. ‘En ik ben de enige die nog leeft.’ Dat de prijs snel aan prestige won, vervult hem met trots. ‘Mooi dat ik erbij was en mooi dat het nog bestaat. Het was onze manier om kwaliteits-tv in de schijnwerpers te zetten.’

De eerste Zilveren Nipkowschijf werd in 1961 uitgereikt aan een duo van de Avro, presentator Pierre Janssen (Kunstgrepen) en regisseur Leen Timp. ‘We vinden het fijn een keer in het jaar duidelijk te maken dat we tot waardering in staat zijn’, zei Schaafsma tijdens de prijsuitreiking.

De NTR (later NOS) besloot tot een boycot. De omroep wilde ‘eerst afwachten wat het zou worden met de prijs’, aldus Het Vrije Volk, en verbood de Avro om op tv melding te maken van de uitreiking.

Paul Nipkow

Een verklaring voor de naam van de prijs gaf Het Vrije Volk destijds ook: ‘De Pommerse student Nipkow, in Riga geboren, was de uitvinder van de schijf waarmee de eerste televisiebeelden in 1884 tevoorschijn werden getoverd.’

Natuurkundige Paul Nipkow (1860-1940) werd door de nationaal-socialisten in Duitsland gekoesterd (en misbruikt) vanwege zijn uitvindingen. De Tweede Wereldoorlog was al uitgebroken toen hij overleed. Hij kreeg een staatsbegrafenis, diverse hooggeplaatste nazi’s stonden in Berlijn aan zijn graf. Op zijn kist lag een krans van Adolf Hitler.

De schijf

De fysieke prijs is een werkstuk van de Gelderse goudsmid Marc de Roeper. Het kistje waarin de schijf wordt verpakt, is van de hand van meubelmaker Theo Ruigrok. Vanwege de korte tijd (twee uur) tussen het laatste juryberaad en de uitreiking van de prijs, maakt De Roeper voor alle drie genomineerde programma’s een naamplaatje. Wilfred Takken (NRC) heeft na de laatste stemming traditioneel de eer om het naamplaatje van de winnaar in het doosje te doen.

De winnaars

Op de lijst van oud-winnaars domineert de VPRO, de omroep won de Zilveren Nipkowschijf 23 keer. De Vara sleepte de schijf dertien maal binnen, de Avro acht keer. Na hun fusies met respectievelijk de Tros en BNN wonnen de Avro en de Vara de prijs allebei nog een keer. De VPRO domineerde vooral in de jaren zeventig, met vijf zeges op rij in de periode 1973-1977. Tussen 1986 en 2001 ging de prijs elf keer naar programma’s van die omroep.

Van der Bas, alles overziend: ‘Laatst kwam ik erachter dat Jiskefet nooit heeft gewonnen, vreemd genoeg. Maar het is al met al een mooie lijst, ook al staan er programma’s bij die niemand zich nu nog kan herinneren.’

De oud-winnaar

Na Kees van Kooten en Wim de Bie (1974 en 1977) en Paul de Leeuw (1993 en 2004) werd Thomas Erdbrink in 2023 de derde tweevoudige winnaar van de schijf. Hij won in 2015 met Onze man in Teheran en acht jaar later met Onze man bij de Taliban.

Erdbrink over zijn plaats temidden van de tv-elite: ‘Ongelofelijk.’ Onmiddellijk daarna: ‘Het is een prijs voor alle makers van het programma, niet alleen voor mij. Zo heb ik het altijd opgevat. Zonder regisseur Roel van Broekhoven, cameraman Jacko van ’t Hof en de geluidsmannen Dennis en Rik zou ik weinig voorstellen.’

Na zijn eerste bekroning had hij geen idee wat hem was overkomen. Erdbrink was niet actief in de Nederlandse tv-wereld. ‘Het zei me niet veel. Ik werkte voor de The New York Times, de serie over Teheran was een extra project. Ik was er ook niet bij toen de prijs werd uitgereikt.’

Pas later drong de betekenis tot hem door. ‘Ik vertaal het graag in het Engels. Het gaat om the Dutch critics-award for the best tv-program of the year. Dat dekt de lading op een gekke manier best goed, want het gaat over álle programma’s en de winnaar wordt gekozen door mensen die beroepsmatig kijken en tv-programma’s intensief volgen. Het is geen publieksprijs, zoals de Gouden Televizier Ring. Voor programmamakers is dit het hoogst haalbare.’

De NPO

Tot zijn verbazing werd Erdbrink op straat aangesproken door mensen die hem feliciteerden. Ook internationaal kreeg hij reacties. ‘Nederland is een klein land, tv-programma’s hebben weinig impact, maar op het gebied van tv-formats doen we het goed. Ook internationaal is de Nipkowschijf een label van goedkeuring. Daarom was ik de tweede keer superzenuwachtig. We winnen echt niet voor de tweede keer, dacht ik. Toen ik hoorde dat Onze man bij de Taliban de winnaar was, schreeuwde ik het uit. Yes!’

Volgens juryvoorzitter Van der Bas versterkt de prijs vaak de positie van programmamakers, maar daar heeft Erdbrink weinig van gemerkt.

‘Voor een nieuwe Onze man kregen we geen budget. Een motivatie wordt niet gegeven, het wordt meegedeeld aan de VPRO, klaar. Bij de NPO is niemand aanspreekbaar. Wat we op tv te zien krijgen, wordt beslist door mensen zonder gezicht, een stuk of vijf mannen. Hoewel ze geen mandaat hebben om over de inhoud te beslissen, doen ze dat dagelijks. Blijkbaar vinden ze onze programma’s niet interessant, zoals de NPO blijkbaar ook niet is geïnteresseerd in een vervolg op De Joodse Raad.’

Cynisch grappend: ‘Wat dat betreft voel ik me helemaal thuis. Hilversum heeft soms wat weg van Iran, onzichtbare mensen nemen beslissingen zonder verklaring en buiten hun mandaat. Terwijl dat nu precies is waarin Nederland en Iran van elkaar zouden moeten verschillen.’

Zijn eerste Nipkowschijf schonk Erdbrink aan Roel van Broekhoven, zijn regisseur. ‘Ik wist weinig van tv, hij heeft me alles geleerd.’ En de tweede? Die staat in mijn werkkamer in Leiden. Ik neem hem niet mee naar Teheran, ik heb hem liever op een veilige plek staan.’

Naast de Zilveren Nipkowschijf reikt de Stichting Nipkow sinds 1966 jaarlijks ook een prijs uit voor het beste radioprogramma of de beste podcast van het jaar, de Zilveren Reissmicrofoon. Genomineerd werden dit jaar De Concertzender, de podcast Mina & Mevrouw (VPRO) en het radioprogramma De Zelfmoordshow (Kink). Juryvoorzitter is Vincent Bijlo. Naast de tv- en radioprijs kan de jury eervolle vermeldingen en een Ere-Nipkowschijf of -Reissmicrofoon toekennen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next