Home

Zingen met bezem en altijd een lach: het amateurjaar van Tijjani Reijnders

Hij is basisspeler bij AC Milan en het Nederlands elftal, dat zondag begint aan het EK voetbal in Duitsland. Maar op zijn zeventiende was Tijjani Reijnders een voetballer in de vierde klasse van de amateurs. "Ik dacht dat hij een doodschop zou krijgen."

In de kantine van CSV'28 pakt teammanager Daniëlle Rijksen haar telefoon erbij. "Toen Tijjani voor het eerst bij het Nederlands elftal zat, appte ik hem dat ik zo trots op hem was. "Wéér in het oranje", stuurde hij terug. "Daar is het toch een beetje begonnen." Prachtig toch? Nee, hij is ons niet vergeten."

Op tafel liggen foto's van een zeventienjarige Reijnders in het oranjeshirt van de Zwolse amateurclub. Speler van het seizoen 2015/2016 staat erboven. "We hebben aardig wat grappen over Tijjani in dat shirt van ons gemaakt", herinnert Rijksen zich. "Maatje M was de kleinste maat die we hadden in de selectie. Tijjani was zo iel, zelfs M was een jurk voor hem. En voor zijn broertje Eliano helemaal."

Oud-ploeggenoot Anel Zdionica is ook aangeschoven. "Het was zo grappig als die twee het veld opliepen. Twee van die kleine jochies tegenover oude gasten van bijna 2 meter lang." Zdionica, in het seizoen 2015/2016 de linksbuiten van CSV'28, moet er nu nog om lachen. "Tegenstanders dachten letterlijk: Wat moet ik hier nou mee? Ze waren te goed. Én te snel en te slim om ze een schop te kunnen geven."

Rijksen: "Kenners hier in het amateurvoetbal vonden Eliano trouwens nóg beter dan Tijjani. En misschien vindt Tijjani het niet leuk dat ik het zeg, maar qua mentaliteit was Eliano ook beter. Hij kon woest zijn na een nederlaag. Ondertussen stond Tijjani allang weer te lachen. Ik denk niet dat ik Tijjani ooit boos heb gezien."

Inmiddels is Eliano een 24-jarige prof bij PEC Zwolle. Zijn twee jaar oudere broer Tijjani is basisspeler op het middenveld van AC Milan én wacht met Oranje zijn eerste EK. Dat ze acht jaar geleden ineens samen op het middenveld in de vierde klasse amateurs opdoken, was een bijzondere oplossing van hun vader Martin Reijnders.

Toen zijn twee zoons nog in de jeugdopleiding van FC Twente speelden, zag hij ze worstelen met het lange reizen. Door kostenbesparing bij de club kwam het busje voor jeugdspelers niet meer naar het ouderlijk huis in Zwolle. Het openbaar vervoer was het alternatief, met een vertrek om 6.00 uur 's ochtends richting Enschede, om rond 19.00 pas weer thuis te komen. En dat was een opgave.

Een overstap naar PEC Zwolle leek de oplossing, maar Twente vroeg een opleidingsvergoeding van 30.000 euro. En die kon PEC niet betalen. Martin Reijnders, oud-prof van FC Zwolle en destijds trainer van CSV'28, spitte de reglementen van de KNVB door op zoek naar een oplossing. En die vond hij.

"Ik ben creatief", vertelt hij nu. "Na een jaartje bij de amateurs konden Tijjani en Eliano wél kosteloos naar PEC overstappen. Daarom zijn ze naar eerst CSV'28 gegaan. Er werd lacherig over gedaan. Ik heb vaak gehoord: dat doe je toch niet? Maar omdat ik zelf hun trainer werd, durfde ik het aan. Ondertussen konden ze ook al trainen in de jeugdopleiding van PEC. Alleen wedstrijden spelen mocht niet."

Rijksen herinnert zich de twijfel binnen CSV'28. "Twee ielige jongens van vijftien en zeventien jaar in de vierde klasse. Martin, je maakt ze kapot, werd hier gezegd. Ik had dat gevoel ook. Je hebt hier VV 's-Heerenbroek, met alleen maar grote kerels. Ik dacht: die krijgen daar een doodschop."

Maar dat gebeurt niet. Martin Reijnders weet dat zijn zoons niet van de trucs en de circusacts zijn. Tegen de onbeholpen tegenstanders hamert hij erop dat ze uit de duels moeten blijven. "Speel altijd zo snel mogelijk, dribbel alleen als het kan."

Zdionica: "Als ik Tijjani nu zie voetballen bij Oranje, is hij qua stijl dezelfde voetballer als hier in de vierde klasse. Hij was zó snel met de bal, ging er altijd functioneel langs. Geen zinloze beweging. Én hij had toen al een goed schot."

De inmiddels 32-jarige Zdionica, die zelf niet meer voetbalt, vertelt over een vrije trap in de derby tegen Zwolsche Boys. "Het stond vlak voor tijd 2-2 en ik wilde hem nemen. Maar Martin riep dat ik weg moest. Hij wees naar Tijjani. Normaal gesproken zou ik het gevoel hebben dat een zoon zijn vader voortrekt, maar bij Tijjani snapte ik het. Hij legde de bal neer en ramde hem zo de kruising in. Het was de winnende."

Zo ontstaat er op het veld iets moois tussen de twee broertjes en hun veel oudere en vooral veel minder getalenteerde ploeggenoten. Zdionica: "Niemand van ons haalde het in zijn hoofd om ze een beuk te geven op de training. Ze mochten niet geblesseerd raken. We hadden ze keihard nodig."

Buiten het veld deden de broertjes ook gewoon mee. Rijksen: "Ik vergeet nooit dat Tijjani na zijn debuut een liedje van Wimmie Bouma zong in de kleedkamer. Dat is een Zwolse volkszanger. Ik heb hem ook weleens met een bezem in zijn hand een nummer van Queen zien doen. Het was een gangmaker, met altijd die grote lach op zijn gezicht."

Zdionica: "Het enige verschil met ons was dat Tijjani geen bier dronk na de wedstrijd. Verder was hij net zo gek als wij. Hij bleef ook altijd in de kantine hangen. Volgens mij at hij zelfs weleens een patatje. Hij was zo dun, dat kon hij prima hebben."

Rijksen: "Ik denk dat Tijjani en Eliano het hier zo fijn hadden omdat ze een sociaal leven konden opbouwen. Ze zaten niet meer uren in de bus naar Enschede, maar voetbalden om de hoek van hun huis. Vijf minuten fietsen en ze waren op de club."

De enige keer dat Reijnders nog in een bus stapte was voor uitwedstrijden, maar dan pasten al zijn ploeggenoten er niet eens bij. Rijksen schiet in de lach als ze eraan terugdenkt. "We hadden bij CSV'28 een regeling met de kinderopvang dat we in het weekend hun busje mochten gebruiken voor het eerste elftal. Daar konden maar negen spelers in. De rest zat in auto's. Martin reed met mij mee."

Het staat mijlenver af van de professionaliteit die Reijnders gewend was bij FC Twente, PEC Zwolle en later bij AZ, AC Milan en Oranje. Rijksen: "Je krijgt hier geen pasta voor een wedstrijd, maar soep met bolletjes. Witte bollen nog wel. Bij sommige clubs zijn de kleedkamers zo klein dat eerst de ene helft moet omkleden en daarna de andere helft. Tijjani heeft het allemaal meegemaakt."

Nooit heeft een van de broertjes Reijnders erover geklaagd. Ze kregen ook geen voorkeursbehandeling. Zdionica: "Ballen oppompen, de kleedkamer schoonmaken, bidons vullen. Ze deden het allemaal. En altijd vrolijk."

Rijksen: "Zo zijn ze opgevoed. Altijd netjes en beleefd, tegen medespelers én tegenstanders. Ze werden ook nooit geïrriteerd als een teamgenoot iets verkeerd deed. Nooit naast je schoenen lopen omdat je beter kan voetballen dan een ander."

Dat veranderde niet toen Emilio en Tijjani na een seizoen vertrokken bij CSV'28 om alsnog bij PEC Zwolle te gaan spelen. Een jaar na zijn afscheid uit de vierde klasse maakte Tijjani al zijn debuut in de Eredivisie.

Zdionica: "Ik weet nog dat ik door de ALDI liep en ineens Tijjani vakken zag vullen. Ik wist wel dat hij daar werkte, maar dat deed hij blijkbaar nog steeds toen hij af en toe al met het eerste van PEC meetrainde. Stond hij daar met een doos in zijn handen in de supermarkt, uiteraard met die grote glimlach op zijn gezicht."

Rijksen: "In het begin vond ik het nog onwerkelijk dat die vrolijke jongen van CSV en de ALDI nu voor het Nederlands elftal en AC Milan speelt. Toen hij vorig jaar debuteerde voor Oranje hebben we met een grote groep hier in de kantine gekeken. Nu voelt het al bijna normaal. Maar dat is niet zo. Tijjani staat met Olivier Giroud in het veld bij AC Milan."

Ze pakt haar telefoon er weer bij en leest op wat ze naar Reijnders stuurde toen die bij AC Milan getekend had. "Potverdikke, wat maak jij iedereen trots. Ik ben natuurlijk ook trots op jou. Ik was al fan van AC Milan, vooral door Paolo Maldini. En nu helemaal. Hij appte terug dat-ie Maldini de groeten van me zou doen. Geweldig toch. Ja, dat is onze Tijjani. Niets veranderd."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next