Home

Opinie: Stop met dit vwo-examen puzzelen, geschiedenis vraagt om diepgang

Het vwo-examen geschiedenis is achter de rug, maar de discussie over de waarde ervan is net begonnen: waarom doorgaan met saaie examenstof waarbij leerlingen vooral worden getoetst op hun leesvaardigheid?

Godzijdank is er eindelijk heisa ontstaan rond het eindexamen geschiedenis. Redder in nood is historicus Maarten van Rossem, die in de krant en op televisie de discussie flink aanzwengelde door het examen als idioot en vooral geschikt voor goede puzzelaars te betitelen.

Een prima analyse. Iedereen met liefde voor geschiedenis zou dit moment moeten aangrijpen om in opstand te komen. Dit examen is niets minder dan een belediging voor wie werkelijk het verleden wil begrijpen.

Aan de lezer die vroeger het geschiedenisexamen heeft gedaan en zich daarvoor moest verdiepen in twee historische thema’s: die tijden zijn voorbij. Leerlingen hoeven tegenwoordig bijna niets meer te weten om het examen te maken.

In plaats daarvan wordt hun ‘oriëntatiekennis’ over de wereldgeschiedenis getoetst, aangevuld met vier onderwerpen die iets meer aandacht krijgen. Het resultaat is een kennisarm examen, waarbij leerlingen vooral moeten uitvogelen door welke hoepeltjes ze moeten springen.

Over de auteur
Max Joles doceert geschiedenis op het Cartesius Lyceum in Amsterdam.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De inhoudelijke koerswijziging van het geschiedenisexamen is op papier te begrijpen. Leerlingen wisten vroeger na afloop veel van de twee thema’s die werden getoetst, maar misten basale kennis van de rest van de geschiedenis. Dat moest dus integraal onderdeel worden van het examen, zo was de gedachte. Helaas is daarbij alles wat ons vak de moeite waard maakt overboord gegooid.

Geschiedenis zou rijk en boeiend moeten zijn. Nu is het platgeslagen en saai. Leerlingen kunnen misschien Aletta Jacobs, Anton de Kom en Pim Fortuyn in de goede chronologische volgorde zetten. Maar wie deze mensen waren, hoe ze dachten, hoe hun wereld eruitzag, dat is niet meer onderdeel van de stof.

Examenmakers weten soms van gekkigheid ook niet meer waarnaar ze nog kunnen vragen. Daarom proppen ze het examen maar vol met bronnetjes, in de hoop dat leerlingen zonder enige kennis van zaken deze met hun basisvaardigheden kunnen interpreteren. Of hun antwoorden op de gestelde vragen historisch juist zijn, lijkt soms van secundair belang.

Zo staat er in het vwo-examen dit jaar een vraag over de Boniërs, een stam die begin 20ste eeuw streed tegen de Nederlandse koloniale macht in Nederlands-Indië. In een bron wordt beschreven hoe Boniërs na hun verlies in een stoet langs de Nederlandse troepen moesten lopen, terwijl het Wilhelmus en Wien Neerlands Bloed werden ingezet.

‘Leg uit’, zo wordt gevraagd, ‘waarom de beschreven gebeurtenis niet het verzet verminderd zal hebben’. Het antwoord uit het antwoordmodel luidt: ‘Uit de beschrijving wordt duidelijk dat de Nederlanders de Boniërs hebben vernederd’. Wacht even. Vernedering vermindert niet het verzet? Misschien niet in de wereld van de examenmakers, maar vernedering is in de geschiedenis talloze malen succesvol ingezet om de moraal te breken of om chaos en verdeeldheid te zaaien in het tegenkamp. De leerling moet hier dus vooral inschatten welk antwoord de examenmakers willen horen, niet welk antwoord klopt.

In hetzelfde examen staat een vraag over ene Willy Bendorff, een man die tijdens de Tweede Wereldoorlog groepsleider van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) was in een Duits dorp. Na de oorlog verzamelden de geallieerden getuigenissen over hem voor een mogelijke berechting. De leerling krijgt twee van deze getuigenissen te zien. Getuige 1 is niet te spreken over Bendorff. De NSDAP’er zou tijdens de oorlog mensen van zijn eigen partij hebben voorgetrokken. Een groep dorpsgenoten in getuigenis 2 beweert nog nooit zulke dingen over hem gehoord te hebben.

De leerling moet vervolgens vanuit getuigenis 1 beredeneren waarom geallieerden ‘zouden kunnen hebben getwijfeld’ aan de betrouwbaarheid van getuigenis 2. Het antwoordmodel: ‘In getuigenis 1 wordt beweerd dat Bendorff aanhangers van de NSDAP voortrok, waardoor geallieerden wellicht dachten dat deze getuigen het naziregime ondersteunden’.

Dachten geallieerden werkelijk zo rechtlijnig? Onder een totalitair bewind moest elke Duitser die zijn carrière of leven liefhad wel op één of andere manier het naziregime ondersteunen. Als je de redenatie uit het antwoordmodel doortrekt, dan was dus ongeveer elke Duitse getuigenis met een positief verhaal over een verdachte onbetrouwbaar. Toch zijn er veel ex-nazi’s door Amerikaanse tribunalen vrijgesproken na de oorlog. Waar waren deze vrijspraken dan op gebaseerd?

Wie Boniërs in 1905 of geallieerden in 1947 wil begrijpen, zal zich toch echt moeten verdiepen in hun wereld. Geschiedenis is te veelzijdig om met wat oppervlakkige ‘oriëntatiekennis’ te doorgronden. Dat maakt het juist zo’n interessant vak. Laten we daarom stoppen met dit examen. Laten we weer de diepte ingaan met leerlingen.

Jammer dan als ze niet weten in welke eeuw Karel de Grote leefde. In ieder geval is de kans een stuk groter dat ze later in hun leven nog eens een geschiedenisboek zullen openslaan of een museum zullen bezoeken. Dat zou ons meer waard moeten zijn.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next