De Amerikaanse centrale bank durft de rentezweep nog niet minder hard te laten knallen. Het inflatiebeest laat zich in de VS moeilijker temmen dan in Europa, en dus houdt de Fed de rente onverminderd hoog – een sof voor president Biden.
Woensdagavond Nederlandse tijd maakte de Federal Reserve (Fed) bekend dat de Amerikaanse rente op 5,25 à 5,50 procent blijft, de hoogste stand sinds 2001. Waar de Europese collega’s van de Europese Centrale Bank (ECB) vorige week wel een door beleggers langverwachte rentedaling aankondigden, achten Fed-baas Jerome Powell en de zijnen de tijd nog niet rijp voor lagere leenkosten.
De prijzentemmers van het Eccles-gebouw in Washington D.C. zien graag dat de inflatie door de 2 procent-hoepel springt, maar dat lukt nog niet helemaal. Wel is de geldontwaarding fors gedaald sinds de piek van 9,1 procent in de zomer van 2022, mede dankzij flink machtsvertoon van de Amerikaanse centrale bank. Die verhoogde de zogeheten federal funds rate van bijna 0 procent begin 2022 naar meer dan 5 procent nu. De laatste maanden weigert de inflatie echter koppig om onder de 3 procent te duiken.
Over de auteur
Jonathan Witteman is economieredacteur voor de Volkskrant en schrijft over de macro-economie en de bankensector.
In april kwam de kerninflatie – de geldontwaarding minus de grillige voedsel- en energieprijzen – nog uit op 3,6 procent. In mei was de kerninflatie op jaarbasis, volgens woensdag gepubliceerde cijfers, met 3,4 procent wel iets lager. ‘Welkome vooruitgang’, jubelde president Biden. Maar voor Powell is het nog altijd niet laag genoeg. Hij wil er eerst genoeg fiducie in hebben dat de inflatie zich gestaag richting het doel van 2 procent beweegt.
En dat is balen voor Biden. Veel Amerikanen nemen het hem kwalijk dat de prijzen van hun boodschappen, huurwoningen en gezondheidszorg de voorbije jaren flink zijn gestegen. Uit een peiling van ABC News bleek vorige maand dat kiezers inflatie zien als het op een na belangrijkste verkiezingsthema, na het functioneren van de economie. Diezelfde peiling toonde dat kiezers qua inflatie beduidend meer vertrouwen hebben in Donald Trump dan diens Democratische opponent en zittend president Joe Biden.
Een lagere inflatie en een renteverlaging door de Fed zouden electorale godsgeschenken zijn voor Biden, omdat lagere leenkosten de economie meestal een oppepper geven. Bovendien profiteren gewone Amerikanen ervan als de rentelasten op hun hypotheken, autoleningen en creditcards minder zwaar worden. Al is het nadeel natuurlijk dat de inflatie weer zou kunnen opleven door een renteverlaging.
Bidens tegenstrever Trump speculeerde afgelopen maanden dat Powell de rente in de aanloop naar de verkiezingen opzettelijk zal verlagen. ‘Ik denk dat hij waarschijnlijk iets gaat doen om de Democraten te helpen’, zei Trump eerder dit jaar op nieuwszender Fox.
De Republikeinse presidentskandidaat zinspeelde vorige week in een interview op een ontslag voor Powell, mocht Trump in november de verkiezingen winnen. ‘Ik weet veel van mensen ontslaan’, zei Trump. Hij benoemde Powell in 2017 zelf tot hoofd van de Amerikaanse centrale bank, maar klaagde in de jaren erna steen en been over de in zijn ogen te hoge rente.
Trump kan tevreden constateren dat de hoge inflatie en rente de Democraten tot nu toe meer aankleven dan de positieve ontwikkelingen in de Verenigde Staten, zoals de lage werkloosheid, de florerende economie en het fors gestegen consumptiepatroon van de Amerikanen. Die laten de dollars momenteel zo kwistig rollen voor vakanties, concertkaartjes en ander vertier, dat de Washington Post onlangs schertste dat er zich een yolo-mentaliteit meester lijkt te hebben gemaakt van de Amerikanen: you only live once.
Een meevaller voor Biden zijn de dalende Amerikaanse benzineprijzen. Die stegen de eerste vier maanden van dit jaar nog met meer dan 40 procent, iets waarop de Republikeinen Biden en diens ‘mislukte, extreem-linkse, anti-Amerikaanse energieagenda’ voortdurend aanvielen. Blijkens de nieuwste inflatiecijfers zijn de benzineprijzen sinds kort juist weer aan het zakken.
De benzinepomp kan een belangrijke graadmeter blijken voor de verkiezingen. Want hoewel presidenten doorgaans niet heel veel meer invloed hebben op de benzineprijzen dan zij hebben op de weersomstandigheden, bestaat er al zo’n veertig jaar een duidelijk ‘omgekeerd evenredig verband tussen de waarderingscijfers van presidenten en de benzineprijzen’, constateerde het onderzoeksbureau ClearView Energy Partners onlangs. Hoe hoger de prijzen aan de pomp, des te lager het vertrouwen in de president.
Aan dit soort electorale overwegingen lijkt Jerome Powell geen boodschap te hebben. De baas van de Federal Reserve laat zich naar eigen zeggen alleen leiden door de kille inflatiecijfers, niet door de politieke bemoeizucht van Democraten of Republikeinen.
In een verklaring zeiden Powell en consorten woensdag dat er geen renteverlaging in het verschiet ligt ‘totdat er meer vertrouwen is dat de inflatie zich op duurzame wijze richting 2 procent beweegt’. En daar zal Joe Biden voorlopig mee moeten leven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant