Infectieziekte Een grootschalig internationaal archeologisch onderzoek laat zien dat de reislustige mens malaria naar alle continenten bracht.
Malaria bereikte de Nieuwe Wereld in twee aparte golven: eerst met de Spaanse overheersers, en daarna nog eens met de trans-Atlantische slavenhandel. En bijna drieduizend jaar geleden brachten mensen de malariaparasiet al tot hoog in de Himalaya, waar het te koud is voor de muggen die de ziekte overbrengen. Dat zijn twee van de vele opmerkelijke bevindingen in een grote studie deze week in Nature. Onderzoekers van 80 instituten uit 21 landen onderzochten daarin de historische verspreiding van malaria.
Na tuberculose is malaria de infectieziekte die wereldwijd de meeste slachtoffers maakt. Naar schatting raken jaarlijks een kwart miljoen mensen ermee besmet, van wie er 600.000 overlijden. De ziekte, veroorzaakt door de eencellige Plasmodium-parasiet, is in tropische landen een grote factor die armoede in stand houdt.
Malaria heeft ook zijn stempel gedrukt op de menselijke evolutionaire ontwikkeling, schrijven de onderzoekers onder leiding van het Duitse Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie. Erfelijke bloedziekten zoals sikkelcelziekte en thalassemie kunnen bijvoorbeeld voortbestaan doordat ze, als bijeffect, hun dragers resistent maken tegen malaria.
Nog maar een eeuw geleden was malaria ook wijdverspreid in noordelijker streken, tot diep in Canada, Scandinavië en Siberië. Tegenwoordig is dat niet meer zo, dankzij betere huizen, klamboes en insectenwerende middelen – hoewel malaria door klimaatverandering nu wel weer steeds verder oprukt. Muggen geven dus duidelijk vorm aan de dynamiek van deze ziekte. Maar wat daarin de rol van ménsen is, met name in het verleden, daarover was nog maar weinig bekend.
Historische besmettingen, zo schrijven de onderzoekers, zijn heel lastig aan te tonen. Malaria laat geen zichtbare sporen achter op botresten. En uit geschiedschrijving is vaak niet op te maken of een ziekte werkelijk malaria was. Indiase teksten uit het eerste millennium voor Christus reppen bijvoorbeeld van ‘terugkerende koortsen’. De Griekse arts-filosoof Hippocrates (circa 460-370 v. Chr.) geldt als de eerste die onomstotelijk over malaria schreef. Er misten dus grote stukken in het verhaal.
Uit bewaarde bloedmonsters is maar één historisch geval van malaria bekend: een persoon uit de Spaanse Ebrodelta uit 1944. Het grote internationale onderzoeksteam besloot daarom nog eens goed te kijken naar zogeheten ancient dna: dna-sporen uit heel oude vondsten, met name uit het binnenste van botten, tanden en kiezen.
De genetici gebruikten de nieuwste dna-technieken om zo’n tienduizend dna-monsters te onderzoeken die eerder al waren geïsoleerd uit archeologisch botmateriaal van over de hele wereld. Die nieuwe technieken betreffen zogeheten hybridization capture: een manier om heel selectief alleen die stukjes dna waarin je geïnteresseerd bent, snel en efficiënt te vermenigvuldigen.
In dit geval ging het om dna van de drie soorten malariaparasieten: Plasmodium falciparum, P. vivax en P. malariae. Uit al die duizenden monsters kwamen 36 historische malariagevallen bovendrijven. Samen vertegenwoordigen zij 5.500 jaar aan menselijke geschiedenis op vijf continenten.
Malaria is tegenwoordig wijdverspreid in Zuid-Amerika. Lang was de vraag of de ziekte daar ooit via de Beringstraat is gearriveerd vanuit Siberië, met de allereerste bewoners. Maar nu blijkt uit analyse van 500 jaar oud dna van een inheemse Peruviaan dat de bewuste stam van P. vivax het meest lijkt op de Europese variant ervan. De ziekte is daar dus hoogstwaarschijnlijk gebracht door de Spaanse kolonisten. De malaria in hedendaags Peru is nog steeds van dezelfde variant. Elders in Zuid-Amerika overheerst P. falciparum, en wel eentje die genetisch het meest lijkt op die van West- en Centraal Afrika. Dat wijst volgens de onderzoekers op een link met de slavenhandel.
Een ander interessant geval was een begraafplaats in het Belgische Mechelen. Malariapatiënten die daar werden begraven vóór de bouw van een militair hospitaal in 1567, droegen P. vivax bij zich. Daarná nam de virulentere P. falciparum de overhand, de Mediterrane tegenhanger. Niet toevallig, want veel van die latere patiënten waren soldaten uit zuidelijker streken. Maar vervolgens liepen ook geboren Belgen deze variant op. Dat wijst op een verdere verspreiding ter plaatse, aldus de onderzoekers. Het was nog niet eerder bekend dat P. falciparum al zo vroeg zijn intrede deed in Noord-Europa.
En dan was er nog de opvallende Himalayavondst, tevens ’s werelds oudste bekende malariageval. Deze zieke stierf zo’n 800 jaar voor Christus op 2.800 meter hoogte in Nepal. Op die hoogte leven geen malariamuggen. „Dat is nog een teken dat menselijke mobiliteit een rol speelde in de verspreiding van deze ziekten”, besluiten de auteurs.
Wekelijks de beste verhalen van Wetenschap in je inbox?
Source: NRC