Home

Gestrand in het CDA, nu dan toch als BBB-vicepremier het kabinet in

Mona Keijzer leek uitgerangeerd in het landsbestuur, maar keert via een omweg terug als vicepremier namens de BBB. Voor het verloop van haar politieke carrière blijkt haar breuk met het CDA, dat haar lang onder de radar hield, een gouden greep te zijn geweest.

In het voorjaar van 2019 heeft Mona Keijzer er haar buik van vol. In de media gaat het al maanden over een op handen zijnde strijd om het CDA-leiderschap tussen Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra, ‘de kroonprinsen’ van de christen-democratie. In het AD geeft Keijzer, dan nog staatssecretaris van Economische Zaken, uiting aan haar ergernis: ‘Wel potverdikkie! Nou ben ik 50 geworden en hoor bij de hoogst topgeleide mensen met lange politieke ervaring (...) Kroonprinsen? We hebben ook nog kroonprinséssen in onze partij!’

Over de auteur
Raoul du Pré is chef van de politieke redactie van de Volkskrant.

Volg alles over de kabinetsformatie hier. 

Voor de volledigheid: ze noemt met name Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg en minister Ank Bijleveld als voorname concurrenten voor de mannen. Maar verschil moet er zijn. Niet Bijleveld of Van Toorenburg solliciteert een jaar later inderdaad naar het CDA-leiderschap, maar Mona Keijzer zelf. Ze doet het niet alleen namens zichzelf, benadrukt ze, op haar geheel eigen wijze: ‘Hugo is natuurlijk een ongelooflijke knapperd. Maar lieve CDA-vrouwen, het is echt tijd dat onze dochters, kleindochters, schoondochters en vriendinnen zien dat ook een vrouw de leiding kan hebben over het CDA.’

Ze verliest tamelijk kansloos, met slechts 11,6 procent van de stemmen, maar om zoiets heeft Mona Keijzer nooit lang getreurd. Ze heeft al eerder verloren, in 2012, van Sybrand Buma, om vervolgens alsnog een stormachtige entree te maken in de landspolitiek: als tweede op de CDA-kandidatenlijst haalt ze dat jaar ruim 127 duizend voorkeurstemmen. Niemand in het CDA kan vanaf dat moment nog om haar heen.

Een lokaal succes

Wat eraan vooraf ging is al vaak verteld. Mona Keijzer (1968) groeit op in een rooms-katholiek gezin in Volendam (‘de mooiste plek van de wereld’) als de oudste dochter in een gezin met nog een zus en een broer. Haar vader is bouwvakker, haar moeder huisvrouw. Vanuit dat gezin, waar studeren verre van vanzelfsprekend is, vertrekt ze naar Amsterdam voor haar studie juridische bestuurskunde, gevolgd door een studie Nederlands recht.

Ze trouwt met haar jeugdliefde, wordt moeder van vijf zoons, begint een carrière als – onder meer – advocaat bestuursrecht en mediator en zet haar eerste stappen in de lokale politiek. Eerst als CDA-raadslid en wethouder in de gemeente Waterland, daarna als wethouder in Purmerend. Daar speelt ze zich ook in de kijker van de landelijke partijtop, met een opzienbarend verkiezingsresultaat in 2010: bij de raadsverkiezingen verliest het CDA vrijwel overal, maar is er winst in Purmerend. Het halve dorp hangt vol met posters: ‘Wees wijzer, kies Keijzer’.

Rond haar overstap naar het Binnenhof verkeert het CDA in een diepe existentiële crisis. Anderhalf jaar samenwerking met Geert Wilders’ PVV heeft de partij diep gespleten en aan de rand van de afgrond gebracht. De kiezers rennen weg en in de partij gaan harde verwijten over en weer.

Keijzer maakt er niet te veel woorden aan vuil en benadrukt dat ze vooral pragmatisch in het debat zit. In 2010 stemde ze op het beslissende partijcongres voor de samenwerking met Wilders en nu zit ze op de lijn die ook VVD-leider Mark Rutte vele jaren lang hanteert: ‘Kijk, het is anderhalf jaar goed gegaan met Wilders: een man een man, een woord een woord. Tot het Catshuis-verhaal (waar het eerste kabinet-Rutte viel over nieuwe bezuinigingen, red.). Als het spannend wordt en als Nederland hem nodig heeft, dan is Wilders er niet.’

Onder de radar

Als Kamerlid en daarna als staatssecretaris speelt ze zich niet bijzonder in de kijker, maar grote fouten maakt ze ook niet. Wel valt binnen de partij steeds te horen dat ze vindt dat ze te weinig waardering krijgt. Er zijn signalen dat de partijtop minder potentie in haar ziet dan de kiezers en haar liever wat onder de radar houdt. Zowel in 2012 als in 2017 staat ze tweede op de kandidatenlijst, maar als het CDA weer toetreedt tot de regering (in Rutte III) resulteert het niet in een ministerschap. Partijleider Buma verkiest ongekozen bestuurders als Hugo de Jonge, Ank Bijleveld en Ferdinand Grapperhaus boven haar. Keijzer moet het doen met het staatssecretariaat van Economische Zaken. Publiekelijk maakt ze er geen punt van. De buitenwereld ziet vaak een potentieel opstandig Kamerlid in haar, in de praktijk toont ze zich steeds een loyale partijsoldaat.

Maar dan komt corona: voor Keijzer het begin van een reeks gebeurtenissen die haar uiteindelijk toch losweekt van het CDA. In de eerste maanden na de virusuitbraak volgt ze, net als de rest van het land, geschrokken en zonder veel tegenspraak de marsorders van het politieke coronateam onder leiding van premier Rutte en haar eigen partijleider, minister De Jonge. Maar als die zich gedwongen zien om in het najaar van 2020 – na een relatief zorgeloze zomer – de sociale beperkingen weer te verscherpen, sijpelen berichten naar buiten dat Keijzer intern bezwaar maakt. Ze wil meer aandacht voor de schade voor de horeca, de bioscopen, de musea, de theaters en de samenleving in het algemeen.

Als het kabinet enkele maanden later de avondklok instelt, is ze ook al geen voorstander. Helemaal alleen staat ze niet – ook bewindslieden als Wopke Hoekstra (Financiën) en Eric Wiebes (Economische Zaken) vragen aandacht voor de economische en maatschappelijke gevolgen van de coronamaatregelen, maar voor haar gevoel staat Keijzer toch steeds aan de verliezende kant. Rutte en De Jonge zetten de lijnen uit. Langzaam maar zeker bouwt haar frustratie zich op.

De breuk

In september 2021 barst de bom. Op de dag dat het coronatoegangsbewijs (de ‘coronapas') verplicht is geworden voor bezoekers van de horeca, keert Keijzer zich in een interview in De Telegraaf tegen het kabinetsbeleid: ‘Ik vind dat we daar andere besluiten over moeten gaan nemen.’ Ze wil stem geven aan het debat dat in het land steeds luider wordt gevoerd, over de vraag of de nadelen van de sociale beperkingen zo langzamerhand niet zwaarder gaan wegen dan de voordelen. ‘En dan niet op de flanken, door mensen die corona compleet ontkennen, maar ook door redelijke mensen. Zoals ik.’

Keijzer is ervaren genoeg om te weten dat een staatssecretaris zich niet op die manier kan onttrekken aan de eenheid van kabinetsbeleid: een kabinet wordt geacht ‘met één mond te spreken’, en dat weegt nog zwaarder als er besluiten verdedigd moeten worden die in de samenleving omstreden zijn. Ze is dan ook al van plan om later die week op te stappen, maar die kans krijgt ze niet: Rutte en De Jonge zijn woedend. Ze krijgt nog diezelfde dag ontslag op staande voet aangezegd, wegens ondermijning van de geloofwaardigheid van het kabinet. Ze is de eerste sinds de Tweede Wereldoorlog die niet de mogelijkheid krijgt de eer aan zichzelf te houden.

Ook dan blijft ze het CDA nog trouw. Ze blijft lid (‘dat bepaalt mede de mens die ik ben’), zegt dat ze op geen enkele manier een splijtzwam wil zijn en schrijft zelfs nog mee aan het CDA-programma voor de Europese verkiezingen in 2024. Pas in augustus 2023 vertrekt ze plotseling alsnog, naar eigen zeggen uit onvrede met de geruchten dat de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls (prominent medearchitect van het coronabeleid) kandidaat is voor het lijsttrekkerschap.

Kort daarna blijkt dat er meer speelt: de BoerBurgerBeweging presenteert Keijzer als premierskandidaat. Partijleider Caroline van der Plas hoopt daarmee de dalende trend in de peilingen te keren en zich het imago van een bestuurderspartij aan te meten. ‘We laten hiermee zien dat het ons menens is.’

Op de PVV-lijn

Het heeft niet het effect dat Van der Plas beoogt. In de campagne speelt Keijzer met de BBB geen hoofdrol. Het zijn PVV, NSC, VVD en GroenLinks-PvdA die met elkaar strijden om het initiatief in de kabinetsformatie. Maar de uitslag spreekt uiteindelijk wel in het voordeel van de BBB: de rechtse coalitie waar Geert Wilders van droomt, is niet mogelijk zonder de zeven BBB-zetels.

Terug in de Kamer – zonder CDA-lidmaatschapskaart – manifesteert Keijzer zich na de verkiezingen meer dan voorheen, onder meer met harde standpunten in het immigratiedebat. Ze gaat voorop in de wens van een Kamermeerderheid om Oekraïense vluchtelingen meer te laten betalen voor hun eigen opvang. Tot verbijstering van een deel van de Kamer doet ze er nog een schepje bovenop met het voorstel om Oekraïners terug te laten keren naar de ‘veilige delen’ van hun land in oorlog. ‘We kunnen hier niet iedereen opvangen.’

Van der Plas en Keijzer tonen zich aan de formatietafel enthousiaste steunpilaren van Wilders. Zij vinden dat het kabinet er moet komen, dat VVD en NSC zich over hun twijfels heen moeten zetten. Tegen Wilders in de rol van minister-president hebben zij ook geen bezwaar.

Keijzer zit in publieke debatten inmiddels regelmatig op de PVV-lijn. In navolging van Wilders koppelt zij het oplaaiende antisemitisme in Nederland nadrukkelijk aan de immigratie uit islamitische landen. Na de presentatie van het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen verdedigt ze op tv, in gesprek met schrijver Arnon Grunberg, het voornemen om de inburgeringseisen aan te scherpen en daarin nadrukkelijk eisen te stellen over kennis over de Holocaust: ‘Veel migranten komen uit landen met een islamitisch geloof. We weten dat daar Jodenhaat onderdeel is van de cultuur.’

Een schandalige racistische insinuatie, concluderen politieke tegenstanders als Denk-leider Stephan van Baarle, maar Wilders zal het met instemming hebben aangehoord.

De barricaden op in Brussel

Als vicepremier wacht Keijzer nu de taak om de BBB-belangen in het kabinet te vertegenwoordigen. Dat wordt een onzeker avontuur, want het is al door velen opgemerkt: het hoofdlijnenakkoord van de vier partijen stuurt aan op nogal wat vrijstellingen van de Europese landbouwregels waar ook voorgaande kabinetten al vaak – vergeefs – om vroegen. De kans op succes wordt door experts en diplomaten in Brussel niet erg hoog ingeschat.

Keijzer wenst zich daardoor voorlopig niet te laten ontmoedigen. ‘Ik heb de hele dag weer allerlei mensen voorbij zien komen die roepen dat het niet kan, dat het niet mag’, reageerde ze kort na de presentatie van het akkoord. Zelf zit ze anders in de wedstrijd. ‘Al die wetten en regelgeving zijn niet in steen gebeiteld met Mozes van de berg gekomen. We hebben ze zelf gemaakt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next