Home

Straks klinkt weer overal ‘Olé, Olé, Olé’, maar hoe lukte het dat Belgische clublied om de wereld te veroveren?

Het zal tijdens het EK voetbal weer veelvuldig door de stadions schallen: Olé Olé Olé, We Are the Champions, een van oorsprong Belgisch voetballied met een Nederlands tintje. Hoe is het zo gekomen dat een Anderlechts clubliedje wereldwijd gezongen wordt?

Als Taylor Swift op 11 november 2023 in Buenos Aires tijdens een concert van haar Eras Tour vertelt dat haar album Midnights is genomineerd voor zes Grammy’s, begint El Monumental te trillen. Het publiek in het voetbalstadion reageert uitzinnig en – hoogst ongewoon voor de wereldster – Swift zwijgt, overdonderd door het massaal gezongen eerbetoon, een tikje verlegen zelfs. Uit duizenden kelen:

Olé, olé, olé, olé,
Taylor Taylor, Taylor Taylor

Swift richt zich tot de fans. ‘Wow guys, I love it when you olé olé olé.’ Nog meer gejuich, nog meer gezang, nog meer olé olé olé.

En dat allemaal dankzij Olé Olé Olé, We Are the Champions, een Belgisch voetballiedje uit een Nederlandse koker dat de wereld veroverde en de afgelopen vier decennia te horen was tijdens diverse grote historische, meestal sportieve gebeurtenissen. Vaak wordt aangenomen dat de melodie teruggrijpt op een volksliedje met een oude geschiedenis, een traditional.

Over de auteur
Paul Onkenhout is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over media, muziek en voetbal.

Olé olé olé olé
We are the champions
We are the champions

Nog steeds wordt het nummer – niet te verwarren met We Are the Champions van Queen – overal ter wereld in voetbal- en andere sportstadions gezongen. Het nummer zal ook tijdens het EK weer door supporters worden aangegrepen om na een overwinning hun euforie te uiten.

Strijdlied

Op alle continenten trad het sinds 1986 buiten de sportstadions. Wereldwijd is het gebruikt in reclames, films en tv-programma’s. Clint Eastwood mengde het nummer met zang van Yollandi Nortjie in de soundtrack van Invictus, een film met Morgan Freeman (als Nelson Mandela) over de zegetocht van het Zuid-Afrikaanse rugbyteam tijdens het WK in 1995. Nog steeds is Olé Olé Olé het strijdlied van de Springboks.

Het was te horen in een aflevering van The Simpsons over het WK voetbal in Brazilië in 2014, in de films The Replacements (2000) met Gene Hackman en Keanu Reeves en Iron Man 3 (2013) en op registraties van concerten van The Rolling Stones, Metallica en U2. De Vlaamse documentairemaker Bart Cop dook in 2014 beelden op van de aftocht in Boekarest van dictator Nicolae Ceaușescu met gezang. Op het centrale plein in de stad zongen in 1989 duizenden mensen ‘olé olé olé Ceaușescu nu mai e’ (‘Ceaușescu is verdwenen’). Aanhangers van de Braziliaanse president Lula demonstreerden in 2022 massaal hun vreugde na diens verkiezing: ‘olé olé olé olé, Lula Lula, Lula Lula’.

Recent nog benutte ook chipsfabrikant Lays het liedje, voor een reclamecampagne met Lionel Messi in het middelpunt. In de reclame gaan voetbal en chips eten hand in hand, ondersteund door een aangepast refrein dat overigens alleen in de Amerikaanse campagne is te horen: ‘O-Lays, o-Lays, o-Lays, o-Lays.’

En dat allemaal dankzij Hans Kusters, een avontuurlijke platenbaas uit Breda. Op jonge leeftijd verhuisde hij naar Brussel, waar hij in 1972 een muziekuitgeverij begon. Kusters werd – belangrijk detail – supporter van Anderlecht, raakte bevriend met de Nederlandse voetballer Arie Haan en werd kind aan huis bij de voetbalclub.

Gestaag bouwde hij intussen aan een carrière in de muziek, als platenbaas en muziekuitgever. Kusters ontdekte de broers Kris en Koen Wauters (Clouseau), vertegenwoordigde Boudewijn de Groot, Stef Bos, Hans de Booij en Rowen Hèze in België en hengelde onder meer de muziekrechten binnen van kanonnen als Tom Waits, Burt Bacharach en Bruce Springsteen.

In de voorgeschiedenis van Olé Olé Olé is het Astridpark van Anderlecht de centrale plek. Toen Anderlecht in 1981 op de landstitel afstevende, schakelde Kusters de Nederlandse producent Ad Kraamer in voor het maken van een kampioenslied. Kraamer leverde Anderlecht 1981 af, de spelers zongen mee.

Hoempapa

Het viel in Brussel niet in de smaak, herinnert Kusters zich. ‘Het klonk te Hollands, met te veel hoempapa.’ Toen Anderlecht vier jaar later opnieuw op de landstitel afstevende, waagde Kusters een nieuwe poging, met twee Belgische troeven met naamsbekendheid: zanger en tekstschrijver (en supporter) Jules Jean Vanobbergen, beter bekend als Lange Jojo, en producer Roland Verlooven.

Kusters: ‘Het moest een Brusselse plaat worden, daar drong Anderlecht op aan. De oude baas, voorzitter en bierbrouwer Constant Vanden Stock, bemoeide zich er persoonlijk mee.’

Anderlecht Champion werd evenmin een hit, hoewel het tot op de dag van vandaag de opkomst in het stadion van de spelers van Anderlecht begeleidt. ‘Alleen Anderlecht-supporters waardeerden het, maar toen gebeurde er iets onbegrijpelijks.’

In de kwalificatiewedstrijd Nederland-België voor het WK in Mexico koesterde Oranje in De Kuip lange tijd een 2-0 voorsprong, genoeg voor plaatsing. Maar in de 83ste minuut maakte Georges Grün op aangeven van Eric Gerets een (dubbel tellend) doelpunt dat de Belgen naar Mexico bracht. ‘En waar we nooit op gerekend hadden, gebeurde in het vak met de Belgische supporters. Honderden mensen zongen het refrein van Anderlecht Champion: ‘Allez allez allez, we are the champions.’

Kusters rook een kans, een nieuwe versie van het Brusselse kampioenslied. De oude orkestband werd gebruikt, aangevuld met wat Kusters ‘Mexicaanse trompetjes’ noemt. Om in dezelfde sfeer te blijven (Mexico) werd de Spaanse aanmoedigingskreet bij stierengevechten en flamenco-uitvoeringen overgenomen. ‘Allez allez allez’ werd ‘olé olé olé’.

Tequila, sombrero

Nadat België zich had geplaatst voor het WK, bracht Kusters snel twee uitvoeringen op de markt, onder dezelfde titel: E Viva Mexico. Lange Jojo nam de Franstalige versie voor zijn rekening. Voor de Nederlandse versie deed Kusters een beroep op de populairste radio- en tv-presentator van België, Walter Capiau, bekend van de kijkcijferhits Hoger Lager en Het Rad van Fortuin. (Jaren later werd bekend dat Capiau zich in de jaren zestig schuldig had gemaakt aan kindermisbruik.)

Voor de Nederlandse versie stelde Kusters een koor samen van de ‘Oranje Duivels’, acht Nederlandse voetbaltrainers die in België werkzaam waren. Onder meer Jan Boskamp (Lierse), Arie Haan (Anderlecht), Han Grijzenhout (AA Gent), Barrie Hulshoff (Wuustwezel) en Henk Houwaart (Club Brugge) zongen mee.

Ze ondersteunden in een studio in Jette een wat kreupele tekst waarin onder meer de ontsnapping in Rotterdam wordt genoemd. Met ‘e viva Mexico, tequila, sombrero, België, België, België bravo!’ werkte Capiau toe naar het bekende refrein.

Olé Olé Olé werd in België de nationale hymne tijdens het WK, dankzij de succesreeks van de Rode Duivels die in Mexico geschiedenis schreven met zeges op Rusland en Spanje en een plaats in de halve finale. Kusters: ‘Het was zomer en ‘s avonds stroomden de pleinen en straten vol met supporters die de overwinningen vierden. Bier op tafel en zingen maar.’

Aan de Costa Brava

Kusters bereidde in 1987 een laatste zet voor: een internationale disco- en danceversie op 12 inch, Olé Olé Olé (The Name of the Game), gezongen door The Fans en opnieuw geproduceerd door Roland Verlooven. In het koor leverden onder meer Stef Bos en Kris Wauters van Clouseau een bijdrage, ze waren toevallig in de studio aanwezig. Kusters zong zelf ook mee.

De internationale doorbraak werd volgens Kusters in gang gezet in de discotheken aan de Costa Brava. Avond na avond probeerde hij er ter plekke dj’s van te overtuigen om het nummer te draaien. ‘Dat deden ze graag, zeker als ik ze een fles whisky of een stapel peseta’s gaf. En het hielp dat Vlaamse toeristen erom vroegen.’

Vanuit de discotheken in Lloret de Mar, Platja d’Aro en Blanes namen ook Engelsen en Duitsers Olé Olé Olé mee naar huis. ‘Ik was amper thuis toen ik werd gebeld door een Duitse muziekproducent van een bekend dancelabel, hij wilde een cover laten maken. Ik ben hem de orkestband persoonlijk gaan brengen.’

Het was de eerste van tientallen covers. Toen een Japanse sportzender Olé Olé Olé (The Name of the Game) als herkenningstune koos, stond het nummer een jaar lang in de hitparade. Dixielandbands namen het nummer op en een Spaans kinderkoor waagde zich eraan, evenals een stel hardrockbands. Vooral het refrein werd ‘geleend’, in honderden nummers en wereldwijd.

Notenbar

In Nederland begon de populariteit op de schaatsbanen, het domein van dweilorkesten. Schaatsers werden massaal toegezongen en in 1987 waagden The Marathon Boys, onder meer met Richard van Kempen, Hilbert van der Duim en Dries ‘Dolle Dries’ van Wijhe, zich aan een variant, Olé We Are the Champions. ‘Niet weg te branden, die notenbar’, noteerde Het Vrije Volk berustend. In 1988 was Olé Olé Olé de herkenningstune van de Nederlandse voetbalroes, opgewekt in de aanloop naar de Europese titel.

Kusters, bescheiden: ‘Druppelsgewijs heeft het nummer de wereld veroverd. Maar het succes heeft vele vaders. Ik was er maar een van.’

Met zijn bedrijf Hans Kusters Music (HKM) is Kusters (82) is nog steeds actief. Hij is verslaafd aan zijn vak, maar denkt aan stoppen. ‘Maar dan moet ik de zaak en alle rechten verkopen; afscheid nemen van al die liedjes die de mensen zo hebben geëmotioneerd. Lastig, lastig.’

Olé Olé Olé, We Are the Champions bezorgt hem ook kopzorgen. Kusters bezit vijftig procent van de rechten, de erfgenamen van Lange Jojo en Roland Verlooven de andere helft. ‘Als het ergens ter wereld wordt gebruikt zonder dat toestemming is gegeven, moet ik er achteraan. Dat doe ik voor mezelf, maar ik ben het ook aan de erfgenamen verplicht. We moeten regelmatig geschillencommissies inschakelen, overal ter wereld.’

De grote klapper – een wereldwijde hit door één artiest – is volgens Kusters uitgebleven. In al die jaren heeft het nummer ‘enkele miljoenen’ opgeleverd. ‘Het is echt niet zo dat we er elk jaar een paar honderdduizend euro aan verdienen. En de populariteit is tanende.’

Toevalstreffer

Vooral dankzij de synchronisatierechten is het nummer een goudader geworden. Wie het liedje gebruikt in een film, tv-programma of commercial, moet betalen. Amerika is de meest lucratieve inkomstenbron, de recente chipsreclame met Lionel Messi is maar een voorbeeld.

Ook de Europese landen, Zuid-Afrika, Australië, Japan, Mexico en Canada leveren substantiële bijdragen. ‘Maar uit Zuid-Amerika is nog geen honderd euro binnengekomen.’ Ook China gaat zijn eigen gang. ‘Daar trekken ze zich niks aan van copyrights. Ik heb het wel eens geprobeerd, toen zei zo’n Chinese gast: ‘You got copyright, we in China got right to copy. Geweldig.’

Olé Olé Olé was een toevalstreffer, zegt hij, een belangrijk onderdeel van zijn portfolio, maar ook niet meer dan dat.

‘Sommige nummers raken me nog steeds. Miss Montreal, bijvoorbeeld, had een paar jaar geleden in Nederland een hit met Door de wind, een oud nummer van Stef Bos. Zó mooi. Van Olé Olé Olé heb ik nog nooit kippenvel gekregen.’

Rel om de yell

Een unieke vondst was de yell ‘olé olé olé’ niet. Al in 1980 had het Alkmaarse Lowland Trio – bekend van Trouw niet voor je veertig bent – een nummer uitgebracht ter gelegenheid van het EK in Italië, We Are the Champions (Olé Olé). De tekst was van Peter Koelewijn. Gilbert de Nockere, een zingende Vlaamse kapper die een jaar eerder ‘olé olé olé’ een jaar had gebruikt in een lied over voetbalclub SK Beveren, claimde de rechten van de yell en spande een rechtszaak aan. Koelewijn won.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next