Nederland zal z’n ruimtelijke ordening drastisch moeten aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Dijkversterking, rivierverruiming en waterberging vragen om extra ruimte, terwijl de kosten van de huidige landbouw in sommige delen, waar verzilting een steeds groter probleem is, te hoog oplopen.
Dat concludeert de Raad voor de leefomgeving en Infrastructuur (Rli) in een rapport dat woensdag verscheen. Volgens het adviescollege van de regering en parlement zijn steeds meer inspanningen van waterbeheerders nodig om wateroverlast, zoetwatervoorziening en waterveiligheid te waarborgen en het huidige ruimtegebruik te kunnen voortzetten.
De manier waarop Nederland de ruimte gebruikt voor bijvoorbeeld wonen, werken, landbouw, energie en natuur, zal ingrijpend moeten veranderen: ‘Er zijn grenzen aan de maatregelen die de watersector nog kan treffen’, schrijft de Raad. ‘Waterstaatkundige maatregelen (dijken, gemalen, zoetwateraanvoer enzovoort) kunnen die grenzen nog wel een tijd oprekken, maar onverkort voortgaan op een eindigend pad is onverstandig. De onvermijdelijke overstap naar alternatieven wordt daarmee immers steeds moeilijker en kostbaarder.’
Bestuurders op lokaal en regionaal niveau hebben in hun besluitvorming rondom ruimtelijke ordening nog te weinig oog voor het ‘waterbelang’. Het eigendom van grond staat de ontwikkeling van gebieden soms ook in de weg: ‘Plekken die in handen zijn van projectontwikkelaars of gemeenten, om te ontwikkelen als nieuwe woon- of werklocatie, zullen niet snel meer van bestemming veranderen, ook niet als nu blijkt dat ze eigenlijk beter kunnen worden gebruikt voor natuur en waterberging. De negatieve financiële consequenties daarvan zijn te groot’, aldus de Raad.
Over de auteur
Jean-Pierre Geelen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
In het rapport noemt de Rli een aantal aanbevelingen en ‘oplossingsrichtingen’. Zo zouden het Rijk en de waterschappen met een openbare ‘waterkalender’ het publiek tijdig kunnen informeren over veranderingen rondom mogelijke wateroverlast, de zoetwatervoorziening en de waterveiligheid, en op welke termijn de veiligheid niet langer verzekerd is. ‘Het Rijk zal duidelijkheid moeten verschaffen, zowel over de bescherming tegen overstromingen uit zee en de grote rivieren als over de landelijke zoetwatervoorziening. De waterschappen zullen duidelijkheid moeten geven over de bescherming tegen regionaal en lokaal overstromingsgevaar en wateroverlast en de regionale en lokale beschikbaarheid van zoetwater.’
De overheid zou voortaan alle ruimtelijke visies, plannen en besluiten over infrastructuur, landbouw, wonen, economie en industrie moeten toetsen op hun klimaatbestendigheid. ‘Ze dient bij elke keuze, in elke overheidslaag, mee te wegen of de benodigde condities op langere termijn zijn vol te houden en of (c.q. hoe lang) die condities tegen acceptabele maatschappelijke kosten kunnen worden gerealiseerd.’
Het adviesrapport is woensdag aangeboden aan Mark Harbers (demissionair minister van Infrastructuur en Waterstaat) en Hugo de Jonge (demissionair minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant