Dit is een teken van de Voorzienigheid, dacht ik schuldbewust toen ik, geschrokken, een brief van een incassobureau opende. Eigen schuld, dikke bult. Je bestelt achteloos troep, let niet op en nu ben je alweer in de eerste fase van schuldenellende beland. Of ik 40 euro wilde voldoen, voor het kennelijk wanbetalen van een schuld aan Klarna voor een waardeloos Temuprulletje dat ik na ontvangst meteen heb moeten wegflikkeren wegens kapot.
Ik verdenk de sleutelhanger die moest gaan piepen als hij kwijt was, maar dat voortdurend spookachtig uit zichzelf deed. Maar daar had ik toch allang voor betaald? Want die zat in een hele doos prul die ik besteld en al betaald had. Had ik al eerder een herinnering gekregen? In mijn spambox misschien? Hoe dan ook, nu zit ik met de kleinste schuld ooit waarvoor ik een incassobrief ontving: de oorspronkelijke vordering is 1,60 euro.
Van incassobrieven gaat een enorm stressvolle energie uit, zeker als je ooit magere tijden hebt gekend waarin je nauwelijks je post durfde open te maken. De angst voor exploderende schulden is reëel. Zo heb je 1,60 euro schuld, twee maanden later 40 euro, en als je dat ook weer vergeet: 400 euro.
Nerveus wil ik het aanvankelijk meteen overmaken. Maar toch, volgens mij klopt er niets van. Ik bel het incassobureau. Als ik twijfel aan mijn schuld moet ik bezwaar maken, wordt mij vriendelijk meegedeeld. Een hoop moeite voor 40 euro, laat staan voor 1,60 euro.
Mijn dossier is nu vooralsnog aangehouden.
Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De ware reden dat deze ellende mij overkomt heeft natuurlijk met mijn koopjesverslaving te maken. Ik beschouw dit incasso-incident daarom als een teken. Het roer moet om. Het is tijd voor een troep-stop. Een nietsontziend spullendieet. Alles wat ik het komende jaar nodig heb, behalve boodschappen, heb ik al. Ik ga pogen te leven met wat ik heb. Koop hooguit tweedehands, of beter nog, ik ruil. Ik wil eindelijk een circulair mens worden.
Waar een deugmens anno nu vliegschaamte heeft, moet je ook Temu-troepschaamte hebben. De Consumentenbond heeft samen met zeventien andere Europese consumentenorganisaties al een klacht ingediend tegen Temu. Er is sprake van gebrekkige productveiligheid en risico’s op dwangarbeid. En de verkooptechnieken zijn manipulatief. Ook ik bezweek voor de stalkerige verlokking van hun advertenties in mijn mailbox. Maar misschien is die kekke kattenladder wel door Oeigoerse dwangarbeiders in elkaar geknoopt.
Binnen een Nederlands huishouden heeft kleding de grootste milieu-impact. Wereldwijd veroorzaakte kleding (inclusief schoenen) in 2018 ongeveer 4 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Dit verhaal is natuurlijk ook van toepassing op allerlei andere dingen, zoals de vloeistofwerende bankhoezen, die mij vanaf de Temusite toeflirten – hoe weet dat algoritme toch dat ik een bejaarde kater heb?
Opruimgoeroe Marie Kondo vindt dat je je huis alleen mag vullen met spulletjes die je een sprankelend gevoel van vervulling geven. Maar mijn sprankeling was altijd ‘dit was zo’n koopje!’. Goedkoop is duurkoop resoneerde nooit. Tot nu. En het moet een ultiem zen-gevoel geven als je zeeën van ruimte hebt.
Ontspullen voelt doorgaans wel als persoonlijke kapitaalvernietiging. Het zij zo. Ik breng regelmatig oude meuk naar de kringloop. Maar voor wat ooit duur was, wil ik toch wat hebben. Peperdure designhakken, slechts één keer gedragen wegens martelende voetpijn, had ik op Vinted gezet. 15 euro was de adviesprijs volgens de site, en dan moet je het ook nog inpakken en opsturen. En terugnemen als ze niet passen of pijn doen. Tot mijn opluchting reageerde niemand.
Wat mij meer aanspreekt, omdat je niets hoeft op te sturen, is een buurtrommelmarkt. Een soort mini-Koningsdag. Muziekje erbij, springkussen voor de kids, en wat overblijft wordt aan het eind van de dag als grofvuil opgehaald en netjes en zo gescheiden mogelijk afgevoerd. Vervelend is dat daar nou weer vaak geen vergunning voor wordt verleend.
De coole jongens van Netflixdocumentaire The Minimalists duiden kapitalisme, consumentisme en diepere psychologische krochten als oorzaak van spullenverslaving. ‘Hoardende’ ouders die arm waren, die zich aan troepjes vastklampten en een gegeven paard nooit in de bek durfden te kijken.
Maar juist omdat we het thuis niet breed hadden, stopte mijn moeder onze sokken met een paddenstoelstop. Misschien is dat wel de nieuwe mindfulness. Na een drukke dag werk het hoofd leegmaken met een half uurtje sokken stoppen. Zelfs sokken hoeven niet nieuw.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant