Het demissionair kabinet zet de plannen voor een verplichte verzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor alle zelfstandigen definitief door. Als de wet wordt aangenomen, gaat de verplichting over enkele jaren in. Wat verandert er precies?
Wie moet zich straks verplicht verzekeren?
Vooropgesteld: het wetsvoorstel dat nu voorligt ter consultatie kan de komende jaren nog op veel punten worden aangepast. Ook de Raad van State moet zich er nog over buigen, waarna de wet nog door de Eerste en Tweede Kamer moet. Maar de contouren van het plan zijn inmiddels wel bekend.
Als de wet daadwerkelijk van kracht wordt, gaat de verzekeringsplicht gelden voor alle zelfstandigen die inkomstenbelasting betalen over de winst uit hun onderneming. Het gaat dan om zowel zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) als zelfstandigen die (al dan niet tijdelijk) personeel in dienst hebben.
Er gelden wel enkele uitzonderingen. Zo hoeven directeur-grootaandeelhouders zich niet verplicht te verzekeren, al wordt volgens het ministerie nog gekeken of dat in de toekomst wel mogelijk is. Ook partners die meewerken in de onderneming van een zelfstandige worden vrijgesteld van de verzekeringsplicht.
Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid.
Lees hier alles over de kabinetsformatie.
Wie gaat de verzekering betalen?
De kosten voor de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering worden gedragen door de verzekerden zelf en dus gaan alle zelfstandigen straks premie betalen. Die bedraagt ongeveer 6,5 procent van het inkomen uit winst met een maximum van 195 euro per maand. Dat bedrag is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en kan daardoor de komende jaren nog wel hoger worden.
Doordat de premie ‘kostendekkend’ is, zijn de kosten voor de overheid beperkt. Het ministerie verwacht zelfs dat de regeling voor het Rijk uiteindelijk wat oplevert. Als zelfstandigen zich verplicht moeten verzekeren, betekent dat immers dat minder mensen bij ziekte een beroep hoeven te doen op de bijstand, zoals nu nog het geval is.
Omdat zelfstandigen de verzekeringspremie uit eigen zak moeten betalen, bestaat wel de kans dat ze die kosten doorrekenen in hun tarieven. In dat geval betaalt de samenleving alsnog indirect mee aan de verzekering, al kan de mate waarin sterk verschillen.
Hoe ziet de uitkering eruit?
De uitkering is geen vetpot. Verzekerden die langdurig ziek worden en daardoor niet kunnen werken, moeten om te beginnen een jaar wachten voor zij daadwerkelijk aanspraak kunnen maken op een uitkering. Die periode moet de zelfstandige dus zelf financieel weten te overbruggen, bijvoorbeeld door een buffer aan spaargeld aan te spreken.
De ‘wachttijd’ is bedoeld om de ‘eigen verantwoordelijkheid’ van zelfstandigen te behouden en de kosten te drukken. Bij een kortere overbruggingstijd zouden meer mensen er aanspraak op maken en zou de premie dus stijgen.
Ook de uitkering zelf is vrij sober. Als grondslag voor de berekening wordt het gemiddelde dagloon over het kalenderjaar voor de arbeidsongeschiktheid genomen. Iemand die recht heeft op een uitkering krijgt 70 procent daarvan, maar het bedrag wordt nooit hoger dan het minimumloon. In 2024 bedraagt het minimumloon 2.300 euro bij een 40-urige werkweek.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant