De veranderingen in het politieke landschap hebben veel commentatoren en andere duiders voor de moeilijkheid gesteld om allerlei soorten rechts van een etiket te voorzien. Dat proces is al sinds de 19de eeuw aan de gang. In de eerste parlementen in Europa zaten leden van de confessionele partijen aan de rechterkant en die van de niet-confessionele partijen aan de linkerkant. Niet alleen de communisten, socialisten en sociaal-democraten waren dus links, maar ook de liberalen.
In de Verenigde Staten staat ‘liberal’ nog altijd voor links en progressief. De democratische presidentskandidaat Adlai Stevenson verloor tweemaal de verkiezingen (in 1952 en 1956), omdat hij als intellectuele egghead veel te liberaal werd bevonden. Voor veel trumpisten is liberaal nog altijd een scheldwoord, dat je niemand toewenst.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In Europa en ook in Nederland kreeg het liberalisme na de Tweede Wereldoorlog een andere, soms dubbele betekenis. Liberalen verdedigden het burgerlijk kapitalisme en pleitten voor een kleinere overheid, waardoor zij naar de meer behoudende rechterkant opschoven. Maar niet allemaal. In feite ontstonden er allerlei soorten: rechtse liberalen, linkse liberalen, conservatieve liberalen, progressieve liberalen, pragmatische liberalen, enzovoort. Aan de andere kant van het spectrum deed zich een soortgelijke ontwikkeling voor, maar die is momenteel minder pregnant aanwezig. Een partij als de SP is naar mijn idee conservatief links, al zou je dat ook ouderwets links kunnen noemen. Daarom blijft het daar machteloos trekken aan een dood paard.
Met de opkomst van de partijen van Wilders, Orbán en Le Pen is men op zoek gegaan naar nieuwe etiketten, hoewel daarbij de samenstelling van woorden niet altijd nieuw is. Ik las onder meer: uiterst rechts, extreem-rechts, alt-right en vooral radicaal-rechts, waar ook deze krant voor schijnt te hebben gekozen.
Helaas is het begrip ‘radicaal-rechts’ voor dit soort partijen misleidend en onjuist. Radicaal betekent zoiets als ‘totaal’ of ‘geheel en al’. Daarbij denk je eerder aan de politieke filosofie van iemand als Ayn Rand (1905-1982), die in alles het individu vooropstelt en waarin de bemoeienis van de staat tot een minimum wordt beperkt. Egoïsme is een deugd en altruïsme is niets anders dan een poging om jezelf goed te voelen. Rand beschouwde de macht van de meerderheid, zoals die in de democratie tot uiting komt, als een groot gevaar.
Op allerlei manieren zie je opvattingen van Ayn Rand terug in Amerika, waar haar boeken zeer invloedrijk zijn geweest. Je ziet het bijvoorbeeld bij een groep trumpiaanse christenen, die vinden dat zij recht hebben op voorspoed en welvaart, terwijl armoede meer iets is voor suckers: eigen schuld. Of dit soort christenen Ayn Rand wel hebben begrepen en vooral de eigen schaamte proberen te rationaliseren, laat ik liever buiten beschouwing.
Als wij ons even tot Geert Wilders en de PVV beperken, dan ontbreekt daar juist dit soort rechtse radicaliteit. Zo zou Wilders het eigen risico in de zorg eigenlijk het liefst willen afschaffen, wat betekent: een grotere taak voor de overheid. Iemand die werkelijk radicaal-rechts is, zou zeggen: Ziek? Los dat financieel zelf maar op. En lig je onverzekerd op straat te bloeden? Blijf dan maar liggen. Zoiets geldt ook voor de AOW-leeftijd. Die wil Wilders terugbrengen naar 65 jaar, wat de overheid vele miljarden kost. Iemand die werkelijk radicaal-rechts denkt, zal de oudedagsvoorziening laten vallen onder de eigen verantwoordelijkheid. Heb je niets geregeld voor na je 65ste? Pech gehad, dikke bult.
Wilders heeft verschillende origineel linkse thema’s geïncorporeerd in zijn programma. Of dat volgens een bepaalde filosofie of politieke ideologie is, kan hem geen bal schelen. In plaats van te spreken over radicaal-rechts zou naar mijn idee populistisch-rechts een betere benaming zijn voor de beweging van Wilders, Orbán, Le Pen en consorten. Het omgekeerde vindt trouwens ook plaats, namelijk waar links een typisch rechts thema als emigratie overneemt, zoals in sommige Scandinavische landen.
De angst leeft dat populistisch rechts via democratische verkiezingen de democratie de nek om probeert te draaien. Weet u nog dat Piet Hein Donner, de toenmalige minister van Justitie, in 2006 opschudding veroorzaakte toen hij betoogde dat wanneer een tweederde meerderheid van de Nederlandse bevolking via een grondwetswijziging de sharia zou willen invoeren, zulks ook dient te gebeuren.
Het mag voor de Europese verkiezingen een groot voordeel heten dat alle rechts-populistische partijen er keurig aan hebben meegedaan, en in het geheel niet aan tweederde meerderheden zijn toegekomen. President Macron, die de Europese verkiezingen dik verloor, heeft in eigen land nieuwe verkiezingen uitgeschreven – een logische beslissing. Volgens velen neemt hij daarbij ‘een onverantwoord risico’. Maar hoe kan een democratische volksraadpleging een onverantwoord risico inhouden, dat is de vraag die opkomt. Ja, Macron kan verliezen, maar is dat een reden om géén verkiezingen te houden?
Of ben ik nu radicaal-rechts?
Source: Volkskrant columns