Home

Op zoek naar iets, verloren tijd vermoedelijk, keerde ik terug naar het dorp uit mijn jeugd

Grote delen van mijn jeugd heb ik in het Duitse dorp Hinterzarten doorgebracht waar mijn moeder veel van haar zomers bivakkeerde in een klein pension dat werd gedreven door een militante oudere dame. Een keer nam ik een vriendin mee en toen vroeg de dame aan mijn moeder: ‘Is een hoer niet goedkoper?’

Laten we het erop houden dat de pensionhoudster geen blad voor de mond nam.

Op zoek naar iets, verloren tijd vermoedelijk, keerde ik terug naar het dorp, dit keer in gezelschap van mijn zoon en zijn moeder. ‘Hier heeft omaatje Hannelore rondgelopen’, zei ik tegen hem.

Zijn antwoordde luidde: ‘Wanneer gaan we weer naar Amsterdam?’

Het pension waar mijn moeder had gelogeerd was gesloten maar ik had een hotel gevonden dat qua degelijke gezelligheid er niet voor onderdeed. Niemand begon over sekswerkers, wel zei de receptioniste: ‘Als u van de sauna gebruik wilt maken, zeg het ons een uur van tevoren, want zolang heeft die nodig om warm te worden.’

De meeste stervelingen worden minder snel warm. In het kader van de verloren tijd herinnerde ik mij vrienden van mijn ouders die een ziel hadden bestaande uit eeuwige sneeuw. Misschien was vrienden niet het woord.

In Hinterzarten komen voornamelijk mensen om te genezen, hier zijn de hopeloze gevallen neergestreken in de overtuiging dat berglucht de dood nog even op afstand zou houden. Ik vind het prachtig.

Terwijl mijn vriendin zich terugtrok in de sauna sleepte ik mijn zoon door het dorp tot we een Konditorei bereikten waar het aardbeienijs hem mild stemde en hij de stervenden belangstellend bekeek.

‘Waar is mama?’ vroeg mijn zoon.

‘In de sauna’, antwoordde ik naar waarheid.

‘Met wie?’

‘Voor zover ik weet alleen.’

Een bijna-dode wierp mij een woedende blik toe.

Het verlangen naar maanden, nee, jaren in een sanatorium nam toe.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next