Home

Gigi D’Agostino’s ‘L’amour toujours’ vat het jaar 1999 samen in 4 minuten aan stampende beats, jolige synths en melodramatische zang

In 1999 schreef de Italiaanse dj Gigi D’Agostino L’amour toujours, een dijk van een dancehit met, voor wie het wil horen, een diepere laag. Een kwarteeuw later brengt het nummer nog steeds miljoenen fans in op de been: van voetbalsupporters tot een inuïtgemeenschap in Canada. En ja, ook extreem-rechtse jongeren in Duitsland.

Sommige popmelodieën zijn zo verankerd in het collectief geheugen dat je je geen wereld meer kunt voorstellen waarin ze er niet waren. Hey Jude (jaa-la-la-lalala-laa), de eindeloos uitsmeerbare Beatles-inhaker. Seven Nation Army (du-dudududu-du-dú), het White Stripes-nummer uit 2003 dat deze zomer gegarandeerd uit tienduizenden kelen zal klinken tijdens het EK voetbal.

Toch was er ooit ook een wereld zonder L’amour toujours, de 25 jaar geleden geschreven dancehit van de Italiaanse dj Gigi D’Agostino. Als de melodie na 8 seconden gesynthetiseerde strijkers losbarst, plant die zich als een Japanse duizendknoop in je hoofd.

Dit nummer is niet al een kwarteeuw populair om zijn subtiliteit, kwetsbaarheid en verfijning. Het is zelfs lastig een glimlach te onderdrukken als je de jengelende synth hoort. De ongeoefende en geoefende luisteraar zal zeggen: dit is een plat feestnummer. Met oogkleppen op feesten; dit is 1999 samengevat in 4 minuten en 2 seconden aan stampende beats, jolige synths en melodramatische zang.

1999
Het laatste jaar van de vorige eeuw, nu 25 jaar geleden, is in de popculturele geschiedenis een jaar van groot belang. In een onregelmatig verschijnende reeks artikelen laat de Volkskrant zien waarom we nog altijd zo vaak terugverwijzen naar 1999. In deel 4: L’amour toujours, de dancehit van de Italiaanse dj Gigi D’Agostino.

Maar er schuilt wel degelijk een wereld achter het nummer, althans voor wie het wil horen. Want waarom is Gigi tot op de dag van vandaag populair in een afgelegen inuïtgemeenschap in Canada? En hoe kon de zanger van het nummer vorig jaar op een dorpsfestival in Epe staan zonder dat ook maar iemand wist wie ze voor zich hadden?

Over de auteur
Corto Blommaert schrijft voor de Volkskrant over muziek.

Een duik in de curieuze ontstaansgeschiedenis, de betekenis en impact van het nummer laat zien: ja, dit is een feestnummer. Maar plat? Nee, dat zeker niet.

Gekaapt door Duitsers

Maar eerst: extreem-rechtse jongeren in Duitsland. Het buurland is in de ban van een filmpje waarin een groepje jongeren rechts-extremistische teksten zingt op de melodie van L’amour toujours.

Het nummer is sindsdien besmet. Het Duitse dagblad Der Spiegel dook erin en zag dat het incident niet op zichzelf staat: twaalf filmpjes worden inmiddels gerechtelijk onderzocht. Van carnavalsoptochten tot dorpsfeesten – door heel Duitsland zou het nummer als ‘een hymne voor extreem-rechts’ worden gebruikt.

Gigi haastte in een reactie te benadrukken dat het nummer juist over liefde gaat. ‘Een prachtig, groots en intens gevoel dat mensen verbindt’, schreef hij. ‘De enige betekenis van mijn lied.’ Het mocht niet baten: meerdere Duitse horecagelegenheden hebben het nummer van hun playlist gehaald. Ook het Oktoberfest, dat eind september begint, heeft nu al gezegd dat het nummer musica non grata zal zijn.

Een betreurde ex-metselaar

Toch zal blijken dat D’Agostino meer gelijk heeft dan de politici, kroegbazen en festivaldirecteuren. Daarvoor gaan we eerst terug naar het gelukzalige jaar 1998. Jack van Gelder heeft zeer terecht ‘zo'n gevoel dat we in de halve finale’ van het WK zullen komen. Acda en De Munnik moeten alleen Céline Dion voor zich dulden in de jaarlijsten. En de PvdA zit voldaan op haar 45 zetels.

Maar even verderop, in de Italiaanse stad Turijn, bevindt Luigino Celestino di Agostino zich in een diep dal. De 30-jarige Italiaan had een decennium eerder zijn carrière als metselaar achter zich gelaten en zich volledig toegelegd op het dj-vak.

Hij maakt Italodance, een wat steviger antwoord op de Italodisco die hij sinds eind jaren tachtig met veel succes had gedraaid. Het recept: vrolijke synths, pakkende refreintjes en teksten over dansen, feesten en de liefde.

Geen gelukkige liefdesgeschiedenis

Maar voor D’Agostino is 1998 een jaar waarin ‘verschrikkelijk dingen zijn gebeurd’, zo vertelde hij twee weken geleden in zijn eerste tv-interview in jaren. Hij speelde een hoofdrol in ‘een liefdesgeschiedenis in de slechtste zin van het woord’. Omfloerst vertelde hij over hoe een relatie eindigde en er zelfs een rechter aan te pas had moeten komen. ‘Dat had weinig meer met liefde te maken.’ Met een zucht: ‘Ho sofferto molto – ik heb veel geleden.’

Om te ontsnappen aan de misère duikt hij de studio in. ‘En dat is het bijzondere aan muziek’, zei hij. ‘Het zit daar op je te wachten. Want wat je uiteindelijk ook maakt, je bent bezig met verwerken. Je doet iets goeds met én voor jezelf.’ Hij maakt in dat jaar naar eigen zeggen het ene na het andere belachelijke nummer.

Die ‘belachelijke nummers’ blijken dancehits als Another Way, The Riddle, La Passion, Bla Bla Bla én een vroege versie van L’amour toujours. Het jaar erop belanden ze op zijn tweede studioalbum met een hoes die zijn toestand perfect samenvat: een zwart-witportret in negatief, op zijn hand staat groot het Chinese teken voor ‘dans’.

L’amour toujours is in eerste instantie geen hit. Is het de wat slome beat? De tekst, die iets heel verdrietigs heeft (‘I live to love you someday / You’ll be my baby and we’ll fly away’)? Het antwoord is hoogstwaarschijnlijk: de iconische melodie, of beter: het gebrek eraan.

Iconische melodie

Pas als D’Agostino een jaar later, met behulp van de fabrieksinstelling ‘major brass’ van zijn Yamaha AN1x (een keyboard dat je nu voor zo’n 300 euro koopt op Marktplaats), de iconische melodie toevoegt en de beat directer en energieker maakt, is het nummer niet meer te houden. Het wordt een wereldhit. In de zomer van 2001 kun je niet meer om het nummer heen.

De Braziliaanse amateurhistoricus Rikardo Rocha, gespecialiseerd in Eurodance en Italodisco, beschrijft op zijn blog mooi hoe ook zijn land in de ban raakte van het nummer. ‘Ik was 18 en wilde met iedereen het euforische gevoel van dit nummer delen. De wereld moest inzien dat dit een prachtig, emotioneel, ‘afwijkend’ nummer uit de toekomst was, eentje met een haast magische vibe. Op alle radiostations en op alle feestjes hoorde dit gedraaid te worden. En zo geschiedde.’

Ook voetbalsupporters, bij uitstek mensen die pendelen tussen pure haat en totale euforie, pikken het nummer op. In Eindhoven treedt precies in deze periode een nieuw talent uit Oldenzaal aan. Spits Jan Vennegoor of Hesselink valt op: hij scoort veel én ook nog op belangrijke momenten. Redenen zat voor een persoonlijk lied.

Goed voetballied

Maar ‘Vennegoor of Hesselink’ is een mond vol – nog altijd deelt hij het record voor de langste naam in de Engelse competitie, waar hij later heen ging – en een goed voetballied is vooral niet te complex. Tot ergens iemand L’amour toujours hoort. En die melodie blijkt wel erg goed te passen onder: ‘Jan, Jan Vennegoor, Jan Vennegoor, Jan Vennegoor, Vennegoor of Hesselink.’ Scoort Jan, loopt Jan warm, zwaait Jan vanaf de bank, dan is daar L’amour toujours, en vice versa.

Toenmalig PSV-coach Fred Rutten legde in 2012 aan PSV TV uit wat zoiets met een speler en team doet: ‘Jan is hier een cultfiguur. Dat merk je ook aan dat liedje dat precies op zijn naam past. Dat geeft het team een boost, dat zie je meteen. Het team durft meer.’ L’amour toujours is door Vennegoor of Hesselink in Eindhoven synoniem aan euforie, loyaliteit en clubliefde.

Danswedstrijden voor Inuït

Maar de ervaringen van Rocha en Vennegoor of Hesselink staan in schril contrast met het effect dat D’Agostino’s muziek heeft gehad op de Canadese onderzoeker Shelton Nipisar.

Nipisar komt uit Arviat, een inuïtgemeenschap in de Hudsonbaai in Canada. Er wonen nog geen drieduizend mensen, van wie 65 procent jonger is dan het nummer L’amour toujours. Het leven kan er zwaar zijn, vertelt Nipisar in een videogesprek. De regio Nunavut kent extreme winters, een gebrek of overvloed aan daglicht en beperkte werkgelegenheid. In geen Canadese regio komt zelfdoding meer voor dan onder de Nunavutanen.

Het laat diepe littekens achter in de gemeenschap. De beperkte geestelijke gezondheidszorg heeft ertoe geleid dat de jeugd zelf op zoek ging naar een manier om het leed en de somberte te verwerken: danswedstrijden. In 2017 werden ze vastgelegd in de documentaire Dancing Towards the Light.

En daar komt Gigi D’Agostino om de hoek kijken. ‘Waarschijnlijk heeft ooit een lokale dj zijn muziek gehoord en gedacht: hé, dat ritme ken ik’, zegt de Canadees, die zelf onderzoek doet naar inuïtcultuur voor de ngo Aqqiumavvik Society. ‘Gigi is de populairste artiest hier. Het ritme van zijn muziek blijkt hetzelfde als onze traditionele trommelritmen.’

De liefde voor D’Agostino gaat verder dan zijn muziek: ‘Hij is hier een symbool geworden voor positiviteit en samenzijn. We vinden ook zijn artwork heel goed. Gigi helpt ons door het leven, ook de donkerste delen ervan. Door te dansen kom je weer in contact met je gevoelens, je lichaam, de mensen om je heen. We dansen ons samen uit de put.’

De hamvraag is: moet D’Agostino niet een keer naar Arviat komen? ‘De beheerders van het gemeenschapshuis zijn ooit begonnen aan een crowdfundingsactie. Uiteindelijk hebben ze besloten eerst de dansvloer te renoveren. Die is deze zomer klaar. Dus wie weet. Het lijkt me alleen al fantastisch om hem een keer te kunnen spreken en ons verhaal te vertellen.’

Een tweede leven

L’amour toujours is een nummer waarvoor miljoenen mensen – van Braziliaanse amateurhistorici tot Oldenzaalse voetballers – warme gevoelens koesteren. En dat al 25 jaar lang. Nog regelmatig komt het nummer plots naar boven borrelen, vaak tijdens momenten van pure euforie, zoals onlangs nog bij de promotie van NAC Breda. Of als remedie tegen ellende, zoals tijdens de lockdown in 2020, toen het uit Italiaanse flatgebouwen tetterde. Om niet te spreken van de eindeloze stroom remixes van jonge muzikanten die zich het nummer eigen maken.

Het nummer is geschreven als muzikaal hart onder de riem, een lichtvoetig antwoord op een zware periode. Het is een remedie tegen bitterheid, afzondering en haat. Van het negatieve iets positiefs maken. En niet andersom.

Het duet dat geen duet blijkt

L’amour toujours is behalve de vrolijke synthmelodie ook een duet: een vrouw zingt de eerste coupletten en het eerste refrein, vervolgens neemt een man het derde couplet voor zijn rekening. Althans, zo klinkt het. Wie zijn deze zangers? Credits werden enkel gegeven aan D’Agostino, die zelf zegt niet te kunnen zingen.

In 2020 kwam de waarheid boven tafel: het is geen duet, maar alles is gezongen door de Brits-Nigeriaanse jazz-zanger Ola Onabulé. Een fan merkte een paar jaar eerder bij hem op dat zijn stem erg leek op die van de dancehit. Hoe zat dat?

Onabulé vertelde aan het Duitse radiostation Deutschlandfunk wat er vervolgens gebeurde: ‘Ik luisterde naar het nummer en herkende direct mijn stem, of er nou autotune op zit of niet. Ik liet het nummer aan mijn kinderen horen: kennen jullie dit? ‘Natuurlijk kennen we dit, het is een megahit’, zeiden ze. Ik keek op YouTube en zag de honderden miljoenen views. Toen daalde het pas echt in.’

Omgerekend 1.275 euro had hij gekregen voor die opnamesessie in Italië, eind jaren negentig. Naar eigen zeggen heeft hij meegeschreven aan de tekst en de zanglijn. Nadat hij was teruggevlogen, hoorde hij er nooit meer iets over.

Het is de grote ‘wat als’ in zijn leven geworden. ‘Ik verdien mijn geld als zanger’, zei Onabulé tegen Deutschlandfunk. ‘En helaas werkt de muziekindustrie zo dat hoe ouder je wordt, hoe minder je in trek bent. Wat voor carrière had ik kunnen hebben als ik ‘die zanger van L’amour toujours’ was geweest?’

Vorig jaar trad Onabulé nog op in Epe, op jazzfestival Jazz and More. Afgaande op de setlijst van andere optredens dat jaar zong hij geen L’amour toujours. Het is te hopen dat hij door een oplettende bezoeker alsnog is herkend als ‘de zanger van’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next