Hoe hebben jongeren gestemd bij de Europese verkiezingen? Hoe hoog was de opkomst onder hen? Hielp het dat ze in België en Duitsland vanaf 16 jaar mochten stemmen? Hoe groot is hun aandeel in de ‘ruk naar rechts’? Die cijfers zijn nog niet bekend. Maar in de aanloop naar de verkiezingen bleek de animo onder jongeren om te gaan stemmen niet groot, evenmin als het besef dat hun stem cruciaal is – denk aan het drama van de Brexit, die door jongeren tegengehouden had kunnen worden, als ze hadden gestemd.
Enkele organisaties deden ontzettend hun best, zoals De Kiesmannen, die scholen bezochten en met De Grote Europashow rondtrokken om jongeren tot stemmen te verleiden. Jongerenafdelingen van politieke partijen en universiteiten en hogescholen organiseerden debatten. Maar toch: veel jongeren, stemgerechtigd of niet, hebben het gevoel dat deze verkiezingen niet over hen gaan. Ze vinden dat ze te weinig kennis hebben om te kiezen en ze betwijfelen of Europese politici iets voor hen zullen betekenen. Zoals de 16-jarige vwo-leerling Julia zei in EenVandaag: ‘Ik vraag mij af of er gekeken wordt naar de jeugd of dat er vooral gekeken wordt naar het nú en de samenleving op dit moment. Terwijl wij eigenlijk de volgende generatie zijn.’ We kennen de uitslag van de scholierenverkiezingen voor de Tweede Kamer van Pro Demos: PVV en FVD kregen de meeste stemmen, samen 46 virtuele zetels.
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Onderzoek over jongeren en politiek is er in overvloed en werd afgelopen week vaak aangehaald. In een rapport van de Bertelsmannstichting zegt slechts de helft van de Europese jonge stemgerechtigden (18 tot 30 jaar) vertrouwen te hebben in de democratie – dat stemt treurig. De Open Society Barometer onthulde afgelopen september dat eenderde van de jongeren wereldwijd vertrouwen heeft in een ondemocratische leider – in Europese landen minder, maar je schrikt ervan. Het ontlokte aan een ingezondenbriefschrijver in de Volkskrant het commentaar: ‘Ga eens een jaartje wonen in Noord-Korea, Rusland of China.’
Het is een even gemakzuchtig als ondoeltreffend commentaar. De ‘dat zal ze leren’-retoriek werkt nooit. Ook in mijn jeugd werd ze gebruikt door smalende volwassenen. Vrijwel al mijn medestudenten waren links. Niet alleen PvdA-links zoals ik; sommigen waren vroom communistisch, verheerlijkten communistische dictaturen en vergoelijkten massamoordenaars. Ze waren lid van de CPN van vóór de destalinisatie, of van de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland, die Mao aanbad en het gruwelijke regime van Pol Pot goedpraatte. Ook zij kregen een enkeltje naar hun favoriete dictatuur aangeboden. Vrijwel al deze jongeren zijn later van hun dwaling teruggekomen en democratisch gezind geworden, maar een les was het wel. Jongeren zijn doorgaans gevoelig voor radicale denkbeelden, toen en nu.
Zinvoller dan luid klagen over die domme, onwetende en goedgelovige jongeren is de analyse van waarin is gefaald. Politieke partijen zouden beter naar de wensen en angsten van jongeren moeten luisteren. Dat jongeren hun zorgen over hun toekomst, over woningnood, studie, klimaat, armoede en oorlog niet herkennen in de partijprogramma’s, of niet snappen dat democratische processen traag zijn. Ze voelen zich niet vertegenwoordigd; er staan weinig jongeren op kieslijsten.
Ook het onderwijs heeft veel laten liggen. Aan alle leerlingen moet worden uitgelegd wat het verschil is tussen een democratie en een dictatuur, ook in het vmbo en mbo. De geschiedenisles is bij uitstek geschikt om te laten zien wat ultralinkse en ultrarechtse dictators hebben aangericht en nu nog aanrichten. Veel jongeren hebben dat nooit van dichtbij gezien. Niet zo gek dat je verbeeldingskracht dan tekortschiet, terwijl je wél de toekomst vreest.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant