Theo Heuft, eigenaar van bordeel Yab Yum, moest niets hebben van woorden als bordeel en sekstent. Yab Yum was een gentlemen’s club. Er werden geen seksuele uitspattingen verkocht, maar illusies. Zijn vrouwelijke werknemers noemde hij gastvrouwen. ‘Ze werken met hun lichaam, maar dat doen loodgieters ook.’
In deze tijd van #MeToo zal het niet passend worden gevonden om bloemen te leggen voor het beroemdste en meest luxueuze bordeel uit de Nederlandse geschiedenis. Anders zou daar maandag door nostalgische zielen spontaan een eerbetoon hebben plaatsgevonden voor de overleden eigenaar van Yab Yum.
Theo Heuft overleed vorige week op 89-jarige leeftijd in Frankrijk, waar hij een bed and breakfast bestierde in de Bourgogne. Hij woonde daar met zijn derde vrouw Monique Rusch.
Peter de Waard is journalist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Heuft werd dankzij het internationale succes van zijn bordeel een bekende Nederlander. Bordeelhouders ambieerden dat in hun algemeenheid niet, maar Heuft zag zichzelf vooral als topmanager. Dat het een bordeel was, maakte niets uit. Zijn in 2009 gepubliceerde biografie, met de weinig bescheiden titel Yab Yum: het beroemdste bordeel van de wereld, noemde hij een managementboek. Het ging niet alleen over mooie vrouwen, steenrijke klanten, afpersing en harde misdaad, maar ook over geniale marketing. Hij was trots op wat hij had bereikt. ‘Illegale dingen hebben me altijd getrokken. Aan al het grote geld zit een luchtje. Drugs en misdaad zijn niets voor mij, maar tegen de grenzen voel ik me thuis. Ik zou ernstig beledigd zijn als men me uitmaakte voor de braafste jongen uit de klas’, zei hij tegen Het Parool.
Hij was tegelijkertijd held en anti-held. Toen de Volkskrant hem in 2012 interviewde, roerden lezers zich. De krant had onder de kop ‘Gentleman-bordeelhouder’ geen aandacht aan deze schobbejak mogen schenken.
Er werden al een musical en een televisiedocumentaire aan hem gewijd. En er is een televisiedrama over zijn bordeel in de maak. ‘De geschiedenis van Yab Yum kent zo veel mooie, bijzondere en tegelijk ook bizarre en huiveringwekkende verhalen, dat geen scenarioschrijver het zou kunnen bedenken’, zei Heuft erover.
De namen en rugnummers van de mensen die het bordeel frequenteerden, zullen niet bekend worden gemaakt. ‘Wat in Yab Yum gebeurt, blijft in Yab Yum’, was Heufts slogan. Volgens sommigen kwamen er zoveel prominenten dat Heuft een netwerk had waarmee hij een gooi had kunnen doen naar de lijst van meest invloedrijke Nederlanders.
Van woorden als bordeel en sekstent moest hij niets hebben. Yab Yum was een gentlemen’s club. Er werden geen seksuele uitspattingen verkocht, maar illusies. Wie naar Yab Yum ging, deed dat voor een gezellig avondje uit. ‘Gezellig met elkaar praten en dan misschien naar boven om een beetje te vrijen in het bubbelbad’, zei hij bij het twintigjarige bestaan in De Groene Amsterdammer. Want ook die kon niet om het fenomeen heen.
De ‘meisjes’ waren gastvrouwen, geen prostituees. Ze moesten er niet alleen mooi uitzien, maar ook goed kunnen communiceren. ‘Praten is de hoofdzaak, seks de bijzaak’, aldus Heuft. Ze waren er om de klant te ‘amuseren’ en zijn ‘fantasieën’ te verwezenlijken. Elke aantijging van vrouwenonderdrukking wees hij af. ‘Ze werken met hun lichaam. Maar dat doen loodgieters ook’, stelde Heuft.
Theo Heuft werd geboren in een rooms-katholiek gezin in Amsterdam-West. Zijn vader was limonadefabrikant en bierhandelaar. Al na een half jaar handelsschool was duidelijk dat het onderwijs niet aan Heuft was besteed. Hij ging zijn vader helpen. Op zijn dertigste wilde hij voor zichzelf beginnen en kocht een trendy café aan de Sophialaan in Amsterdam-Zuid.
Door gokschulden raakte hij al snel aan lager wal, ging pruiken en cosmetica verkopen en besloot uiteindelijk pooier te worden van een club tegenover De Nederlandsche Bank. Hij liep al snel binnen. De volgende stap was de exploitatie van Yab Yum. Die werd in 1976 geopend in een fraai 17de-eeuws pand aan de Amsterdamse Singel, op enige afstand van de bekende rosse buurt zodat er geen overlast was van toeristen en pottenkijkers.
Bubbelbaden, kroonluchters en gouden boeddha’s gaven het bordeel een exclusief imago, net als de torenhoge prijzen. Al begin jaren tachtig was de toegangsprijs 75 gulden en kostte een fles champagne 500 gulden. Er kwamen vooral zakenlieden, sport- en filmsterren, beurshandelaren en penoze.
In de documentaire van Anna van ’t Hek uit 2021 zegt een van de ex-prostituees: ‘Ik heb ze allemaal gezien. Bekende politici, filmsterren, zangers, grote criminelen, noem maar op. Ik heb zelfs een heel voetbalelftal, dat net Europees kampioen was geworden, mogen ontvangen. Moesten wij met de meiden op een rijtje staan, terwijl de coach een aantal van ons eruit pikte. Daar zat ik ook bij. In de slaapkamers wachtten wij tot dat hele elftal binnenkwam.’
Maar al eind jaren tachtig bezochten ook beruchte criminelen het pand. Heuft schreef in zijn biografie dat een van de lijfwachten van de later vermoorde Klaas Bruinsma een keer een pistool op zijn hoofd zette toen hij niet onmiddellijk inging op het verzoek een cd van Pink Floyd in plaats van Frank Sinatra op te zetten. De volgende dag stopte Bruinsma hem als goedmakertje duizend gulden toe.
Er vonden criminele afrekeningen in plaats. Soms ging de hele inboedel aan gruzelementen. In 1999 verkocht Heuft, volgens eigen zeggen na afpersing door de criminelen Sam Klepper en John Mieremet, noodgedwongen het etablissement. Nieuwe eigenaar werd Hennie Vittali, die er 4 miljoen gulden voor betaalde, terwijl het volgens Heuft wel 10 miljoen waard was. In 2007 werd Yab Yum door de gemeente gesloten, omdat het zou worden gebruikt voor criminele activiteiten.
Het zou nog enige tijd als museum worden geëxploiteerd, maar dat werd geen succes.
3 x Yab Yum
Cabaretier Youp van ’t Hek vertelde in zijn theatervoorstelling Licht dat hij jarenlang tegenover de Yab Yum woonde en de club eens in een beschonken toestand en verkleed als Sinterklaas bezocht. Toen hij daar de telefoon oppakte en aan de bezoekers vroeg ‘welke heren willen naar huis bellen?’, werd hij verwijderd.
Yab Yum is genoemd naar een beeltenis uit het boeddhisme waarbij een man wordt afgebeeld in een seksuele omhelzing met zijn vrouw. Het betekent letterlijk ‘vader en moeder’ in het Tibetaans.
Zestien jaar na de sluiting wordt nog altijd getwist over het eigendom van het leegstaande Yab Yum. Voormalig eigenaar Vittali voert daarover juridische procedures tegen Harrie Stoeltie, die de helft van het eigendomsrecht claimt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant