Vanaf het schip, volgestouwd met groen defensiematerieel, wijzen ze naar de kade aan de overkant. Grijs water, ochtendlicht, een non-descripte loods. Daar meerden de Russen aan. Zo dichtbij kwamen ze, tot een paar weken geleden.
Nederland heeft een kapotbezuinigde krijgsmacht. In de aanloop naar de Europese parlementsverkiezingen bleek uit een peiling van denktank Clingendael dat minder dan de helft van de Nederlanders bereid is om te vechten voor Nederland, het is te hopen dat het hier geen oorlog wordt.
Toch draait Nederland mee in een internationaal kat-en-muisspel. Afgelopen week sprong dat in het oog, toen Chinese gevechtsvliegtuigen een Nederlands marineschip als prooi omcirkelden tijdens een VN-patrouille in de Oost-Chinese Zee.
Het gebeurt ook klein, zoals hier in de Eemshaven. De Russen bereikten de Groningse kust jarenlang met koelschepen vol vis. Echte vis, echte koopvaardijschepen, waarschijnlijk ook echte spionage.
‘Een klassiek verhaal’, zegt kolonel Merlijn in het Defensiekantoor in de haven. ‘Het ligt politiek gevoelig.’ Hij hoopt op ‘meer bewustwording’.
Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.
De Russen brachten hun ingevroren vis al naar Nederland toen de onderlinge verhoudingen nog vriendelijk en open waren. In die jaren werd de Eemshaven af en toe gebruikt door het leger. In 2021 vestigde Defensie zich hier permanent. De aanwezigheid in de kleine noordelijke haven moest het belang van Nederland als ‘poort naar Europa’ benadrukken. De Russen keken mee op de eerste rang.
Pas toen het KRO-NCRV-programma Pointer de kwestie onlangs onthulde, haalde de regering een streep door de tweewekelijkse bezoekjes van de Russische visvloot aan Nederland. Zijn de Russen weg, vragen ze op het schip vol defensiematerieel? Echt waar? O, dat is dan pas sinds kort.
Wat de Russen hier konden zien, was veel, en tegelijkertijd ook weinig. In de Eemshaven zit een kantoor van de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie, verantwoordelijk voor transport, maar ook voor het wagenpark en de militaire post. Allerminst het spannendste radertje van ons leger, maar wel noodzakelijk, en in tijden van dreiging krijgt alles glans.
Op een vroege ochtend in de Eemshaven rijden mannen en vrouwen met ernstige gezichten een eindeloze stroom vrachtwagens en pantservoertuigen van een schip. Het schip komt uit Litouwen, na afloop van Navo-oefening Steadfast Defender, de grootste sinds het einde van de Koude Oorlog.
De vrachtwagens worden gedesinfecteerd, hier in de Eemshaven op klaarlichte dag, tijdens de oefening bij ‘nacht en ontij’, net als in het echt. ‘Als het erop aankomt, moeten we aan de oostgrenzen van Europa kunnen komen’, zegt kolonel Merlijn. ‘Het wordt intens’, zegt een van zijn adjudanten verwachtingsvol bij het vooruitzicht van het lossen van het schip.
Hopelijk krijgen de Russen dit niet mee: de bus met militaire chauffeurs komt te laat. Er zijn problemen bij de ringweg rond Groningen. De verplaatsing is in het landsbelang, maar werkzaamheden aan een provinciale weg gooien roet in het eten. Dan maar een uurtje later vertrekken. Ach, ook een echte oorlog bestaat per slot van rekening vaak uit wachten.
Defensie heeft voor dergelijke transporten geen eigen schepen, die worden gehuurd bij een commerciële rederij. Het schip is twintig jaar oud, van oorsprong Brits, afgebladderd. De officieren zijn Nederlands, de matrozen komen van de Filipijnen. Iedereen aan boord een Nederlands paspoort, dat blijkt onhaalbaar.
De civiele kapitein, Erik Magel, vertelt over de tocht van Litouwen naar Nederland, ‘even langs Kopenhagen, over de tunnel of onder de brug door, drie dagen, het is niet ver weg’. De oostgrens van Europa is sowieso niet ver weg, Oekraïne is een autoritje van ons vandaan, dat is precies het probleem.
Kolonel Merlijn wil ‘niet te spichtig’ zijn. ‘Maar ik ga ook niet vertellen hoeveel voertuigen we lossen.’ Als iemand bij de poort gaat ‘turven’, kan hij daar echter niets tegen doen. Naast de ingang van het defensiecomplex staat een auto opvallend geparkeerd, alsof de inzittenden alles in de gaten houden – je hoopt maar dat ze aan onze kant staan.
a.vanes@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant