Home

Van poncho tot poetsdoek: hoe geef je oude kleding een nieuw leven?

Die ene wollen trui, die na jaren trouwe dienst toch achterin de kast is verdwenen. Of de online bestelde pantalon die best een maatje ruimer had gekund. Wat is de duurzaamste manier om kleding af te danken?

Of het nu gaat om een veelgedragen kledingstuk of een miskoop met het kaartje er nog aan, een Nederlander doet per jaar gemiddeld 17 kilo textiel weg. Het grootste gedeelte daarvan belandt in de vuilnisbak, zo’n tien kilo per persoon per jaar.

Zonde, want vaak kunnen kledingstukken nog een ronde mee. Sterker nog, zelfs gescheurde overhemden of schoenen zonder veters kunnen een tweede leven krijgen. Maar welke bestemmingen zijn er voor je oude kloffie? En wat is de duurzaamste methode om kleding af te danken?

Hoe dichterbij, hoe beter

Allereerst: het duurzaamste kledingstuk is het kledingstuk dat je al hebt. Minder kopen en ook minder wegdoen, is verreweg de beste optie voor het milieu. Maar als je tóch van een kledingstuk af wil, doe dat dan dicht bij huis, zegt textielexpert Hilde van Duijn. Van Duijn is directeur van Circle Economy Foundation, dat zich inzet voor een versnelde overgang naar een circulaire economie. ‘Hoe dichter bij huis het kledingstuk terechtkomt, hoe meer waarde het heeft.’

Beter/Leven
In de rubriek Beter/Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van o.a. gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? Beterleven@volkskrant.nl

Van Duijn illustreert: ‘Stel je voor: ik ben wat kilo’s aangekomen en mijn lievelingsjurk zit niet meer mooi. Geef ik de jurk door aan een vriendin, dan is ze er waarschijnlijk blij mee. Maar belandt de jurk in een tweedehandsstapel, dan is het nog maar de vraag of iemand hem eruit zou vissen.’

Volgens het dicht-bij-huisprincipe is het het beste om oude kleding zelf te hergebruiken. Maak een tas van een oude spijkerbroek, of verfris een verwassen T-shirt met textielverf. Is het kledingstuk echt op? Als poetsdoek kan het vaak nog jaren mee.

Voor wie liever een ander blij maakt, zijn er ook talloze mogelijkheden. Een kledingruil bijvoorbeeld, met vrienden of via een bestaand initiatief. Zo is er bijvoorbeeld project The Clothing Loop: een grote tas met afdankertjes legt een route af langs deelnemers. Wie de tas in ontvangst neemt, kan eruit shoppen naar believen, vervolgens weer aanvullen en naar de volgende deelnemer brengen.

Naast hergebruik en ruilen, wijst Milieu Centraal op de mogelijkheid om kleding te doneren aan een kringloopwinkel of een goed doel. Zorg dan wel dat het nog bruikbaar is: door kringloopwinkels op te zadelen met onverkoopbaar spul stijgt de werkdruk voor het personeel en daarmee ook de prijzen in de winkel.

Voor een prikkie

Niet elk item leent zich misschien voor gratis weggeven. Is de kleding splinternieuw, of bijvoorbeeld van een duurder merk, dan is verkopen ook een optie.

Iman Whitfield is zelfstandig creative director en filmregisseur, en runt daarnaast het instagram-account @thiswilllookbetteronyou. Via dat account verkoopt Whitfield samen met een groepje vriendinnen haar pre-loved designerkleding.

‘Het is organisch ontstaan, zonder businessplan. Mijn vriendinnen en ik houden van mode, maar doen helaas ook weleens een miskoop. Om ruimte te maken voor nieuwe dingen wilde ik mijn oude kleding verkopen.’ Inmiddels weten veel modeliefhebbers het account van Whitfield te vinden, en organiseert ze met haar vriendinnen ook closet sales op locatie, waarbij ze kleding uit hun eigen kasten doorverkopen.

Volgens Whitfield is een deel van de succesformule dat de verkoopsters vriendinnen van elkaar zijn. ‘Het voelt persoonlijk. Mensen die onze smaak leuk vinden, kunnen nu uit onze kasten shoppen. En dan ook nog eens voor een prikkie.’

Textielbak

Dan is er nog de textielbak, die in de meeste gemeenten op straat te vinden is. Textielinzamelbedrijven als Sympany en Reshare − van het Leger des Heils − beheren de bakken en alles wat erin komt. Dat hoeft niet alleen een onaangeraakte miskoop te zijn, ook oude theedoeken en beschadigde kleding mogen erin. Voorwaarde voor donatie is wel: alle textiel moet droog en vetvrij zijn, en in een afgesloten zak zitten. Nat geworden textiel belandt vaak alsnog bij het vuilnis.

Wat gebeurt er vervolgens met de afdankertjes? Belangrijk om te weten, is dat de textielbak het begin is van een handelsketen. Van Duijn deed onderzoek naar die keten, in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. ‘Een klein deel van de kleding komt terecht bij Nederlanders in nood, bijvoorbeeld via het Leger des Heils. Maar kledinginzamelaars verkopen de meeste inhoud van de bakken aan sorteerbedrijven. De opbrengst investeren ze vervolgens in innovatie voor een circulaire economie.’

Sorteerbedrijven verkopen het textiel op hun beurt ook weer door. Een deel gaat naar recyclingbedrijven, die er isolatiemateriaal of vulling voor autostoelen van maken. Maar kleding die nog draagbaar is, komt vaak via een importeur aan de andere kant van de wereld terecht, in landen als Ghana, India en Pakistan. Marktkooplieden kopen daar een lading in, en verkopen het in hun kraam.

Vezel voor vezel

Bij het verschepen van oud textiel komt een hoop CO2 vrij, en of een kledingstuk uiteindelijk een tweede leven krijgt is tot op het laatst onzeker. Uit onderzoeken blijkt dat in sommige gevallen tot 40 procent van het geëxporteerde textiel alsnog op een afvalberg belandt. Is het dan niet beter om het gewoon in Nederland weg te gooien?

Van Duijn denkt van niet: ‘Als ik het thuis in de prullenbak gooi, dan weet ik zeker dat het verbrand wordt. Door te doneren is er in elk geval nog een kans dat het kledingstuk een tweede leven krijgt, desnoods door het vezel voor vezel te recyclen.’

Dat laatste is een recente innovatie in de textielketen. Van Duijn hoopt dan ook dat meer investeringen in de sector zullen leiden tot nog snellere vooruitgang. ‘Met behulp van technologie kunnen we textiel op vezelsamenstelling sorteren. Wol en katoen kunnen we recyclen, maar voor veel polyester-bevattend textiel staat deze techniek nog in de kinderschoenen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next