Nul zetels bij de Europese verkiezingen: de kiezer ziet de SP niet meer als een aantrekkelijk alternatief. Het is tijd om één front te vormen op links, betoogt Erik Meijer, oud-Europarlementariër voor de Socialistische Partij.
Opnieuw boekt de SP een teleurstelling. Ook onder de nieuwe getalenteerde leider Jimmy Dijk zet de dalende trend gewoon door. De SP die bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 met 16,6 procent van alle stemmen de derde partij was, daalt nu zelfs verder beneden de kiesdeler van 3,2 procent en haalt weer nul zetels in het Europees Parlement.
De SP blijkt nog slechts een keuzemogelijkheid voor klokkenluiders, bewoners van woningen met schimmel, arbeidsongeschikten en leeglopende grensregio’s. Kritische kiezers die bescherming van de arbeidersklasse, publieke voorzieningen, invoering van de republiek, oorlogspreventie en het realiseren van socialistische toekomstplannen belangrijk vinden, stemden massaal GroenLinks-PvdA.
Boze arbeiders die de overheid diep wantrouwen omdat vluchtelingenopvang en klimaatmaatregelen belastinggeld kosten, stemden PVV, BBB of NSC. Al die kiezers zagen een zelfstandige SP niet meer als een aantrekkelijk alternatief dat kan bijdragen tot maatschappijverbetering.
Over de auteur
Erik Meijer is voormalig Europarlementariër, partijbestuurder en Eerste Kamerlid voor de SP. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Soms ontstaat de noodzaak van een bijsturende kleine linkse partij naast de massapartij van links. CPN (1909), RSAP (1935) en PSP (1957) waren pogingen van een socialistische linkervleugel om te overleven, nadat die was weggedrukt door de partijleiding van SDAP of later PvdA. Die vleugel vond dat minder strijdbare kameraden de indruk wekten dat de hoofdtaken van de sociaal-democratie reeds waren volbracht. Zulke dissidenten hoopten de moederpartij uiteindelijk weer op hún lijn te krijgen, met behulp van eigen Kamerleden en wethouders.
De PPR (1968) organiseerde vanuit de katholieke en gereformeerde zuilen vakbondskaders en jonge rebelse intellectuelen. Al die reeds lang verdwenen linkse parallelpartijen hebben invloed gehad op de verdere ontwikkeling van de linkerzijde als geheel, waarna hun eigen zelfstandige bestaansruimte verdween. Ook GroenLinks, 35 jaar geleden de verzamelplek van uiteenlopende linkse en vernieuwende rebellen, heeft terecht de conclusie getrokken dat de partij het vruchtbaarst samen met de PvdA verder kan.
Die combinatie GroenLinks-PvdA wordt inmiddels gezien als de parlementair-bestuurlijke stem van vakbeweging, milieubeweging en woonbeweging. Een kleine linkse aanvullingspartij daarnaast kan niet duurzaam overleven door alleen te vertrouwen op eigen kracht, op het wantrouwen jegens bestuurders of het falen van alle concurrenten. Zij bestaat slechts zolang ze wordt ervaren als een rood-groene sleepboot die de logge oceaanreus meetrekt.
Ze zal voortdurend moeten aantonen wat zijzelf bijdraagt aan de belangenbehartiging van haar doelgroep en aan de toekomst van onze samenleving. Alleen door het boeken van grote resultaten kan ze haar aanhang bijeenhouden en opklimmen naar een toonaangevende positie binnen de linkerzijde als geheel. Zonder zo’n rol wordt ze niet onmisbaar gevonden en valt de bodem onder haar bestaan weg.
De SP was welkom geweest als gelijkwaaardige derde partner in het plan van PvdA en GroenLinks om de krachten op links te bundelen. De bedoeling was links uit te bouwen tot een macht die in staat is duurzaam groter te worden dan de sinds 2010 binnen kabinetten dominante VVD, zodat het volgende regeringen kan aansturen. De gezamenlijke lijstverbinding PvdA-GroenLinks-SP bij de Kamerverkiezingen in 2012 en de gezamenlijke tegenbegrotingen vanaf 2017 waren stappen in die richting.
Begin 2020 is de SP afgehaakt na een gezamenlijke landelijke openbare ledenmanifestatie in Amsterdam-Noord, doodsbang om te worden opgeslokt door iets breeds waarover zijzelf niet de volledige controle zou hebben. Sindsdien wordt de eenheid van links nog slechts vereenzelvigd met het samengaan van twee andere partijen en heeft de SP zich opzij laten drukken. De Kamerverkiezingen van 2023 maakten de naaste buren tot groeier, de SP tot grote verliezer. Weigering van de gezamenlijke lijst bleek een riskant experiment.
De eigen speelruimte van de SP zat na 1990 in het meebuigen van PvdA en GroenLinks met de toenmalige mode van het neoliberalisme en met het vertrouwen in de markt, in plaats van in volksbewegingen. Bekwame SP-leden werden voorzitter van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa, lid van de Algemene Rekenkamer, gouverneur van Limburg of voorzitter van de FNV.
De kracht van die SP zat in zelf groot zijn, regeringsambities, verbinding met buitenparlementaire bewegingen en het twintig jaar behoren tot de meest linkse fractie in het Europees Parlement. Wat daarop volgde was zelfvernietiging. Discussie over de eigen politieke toekomst werd verdrongen door de pijnlijke uitstoting van haar jongerenorganisatie en partijafdelingen in grote steden. Ook ondergetekende is in 2022 geroyeerd.
Ik heb inmiddels kunnen ervaren dat PvdA en GroenLinks openstaan voor veel inbreng die vroeger kenmerkend was voor de SP. De SP zou er slim aan doen alsnog mee te doen met hun succesvolle eenheidsinitiatief. En wel tijdig vóórdat die twee buurpartijen eind 2026 democratisch beslissen over hoe zij voor de langere termijn samen verder gaan. Pas later moeten aanhaken wordt veel moeilijker en vernederend.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant