Home

Opinie: Anders dan de rectoren betogen, zijn er zeker morele grenzen te stellen aan de academische vrijheid

Geen enkele Israëlische universiteit heeft zich druk gemaakt over de educide in Gaza of heeft hulp geboden aan Palestijnse academici. Als universiteiten in Nederland zich nu niet uitspreken, wanneer dan wel, betoogt Hilde van Meegdenburg.

De afgelopen weken werden aan bijna alle Nederlandse universiteiten door studenten en medewerkers protesten georganiseerd. Deze protesten roepen op tot een academische boycot van Israëlische universiteiten. Dit is duidelijk een (nog) controversieel voorstel.

Nadat vorige week dinsdag het pand van de koepelorganisatie Universiteiten van Nederland werd bezet, publiceerden de rectoren van de universiteiten afgelopen weekend een open brief in dagblad Trouw. Naast een aantal gratuite uitspraken over ‘geuite emoties’ en ‘het conflict’ geven de rectoren twee argumenten tegen een boycot.

Ten eerste noemen ze ‘onze toewijding aan de academische vrijheid’, terecht, als een van kernwaarden van het universitair bedrijf. In Nederland wordt wetenschappers de vrijheid gegund om zelf te bepalen wat ze onderzoeken, hoe ze dat onderzoeken en met wie ze dat onderzoeken. Het staat academici vrij ‘eigen overwegingen te maken’. Ten tweede zou een boycot de dialoog en de ‘wetenschappelijke diplomatie’ in de weg staan.

Deze argumenten gaan echter aan twee belangrijke punten voorbij. Ten eerste betreft de voorgestelde boycot de instituties, niet de personen. Ten tweede zijn er wel zeker morele grenzen te stellen aan de academische vrijheid.

Over de auteur
Hilde van Meegdenburg
is universitair docent Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Leiden. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Geen nieuwe samenwerkingsverbanden

Allereerst, wat zijn de concrete eisen van de protesterende studenten en medewerkers? Pakweg volgen zij de voorstellen van de Palestinian Campaign for the Academic and Cultural Boycott of Israel (PACBI: universiteiten en wetenschappers zouden geen nieuwe samenwerkingsverbanden met Israëlische universiteiten aan moeten gaan en zouden bestaande banden moeten verbreken.

Dit betekent geen uitwisselingsprogramma’s voor studenten; geen gezamenlijke ‘Horizon Europe’-aanvragen voor fondsen; geen congressen aan Israëlische universiteiten; geen banden met of aankopen bij Israëlische bedrijven die fabrieken of faciliteiten hebben in bezet gebied. Deze bevriezing zou voortduren totdat het betroffen instituut de steun aan de bezetting van de Palestijnse gebieden en het heersende apartheidsregime staakt. Het betreft expliciet een boycot van de instituten, niet van personen.

Beperkt een dergelijke boycot de academische vrijheid? Ja, een beetje. Is dat te verdedigen? Ja, alle vrijheden kennen grenzen.

Het impliciete argument van de protesten is dat de samenwerking met Israëlische universiteiten een morele grens overschrijdt. Ze stellen dat het kritiekloos voort laten bestaan van de huidige situatie is verworden tot medeplichtigheid. Welke morele grens kunnen we hieraan koppelen? Ik kom ongeveer op het volgende uit: Nederlandse universiteiten en academici zouden niet moeten samenwerken met instituties die actief betrokken zijn bij het opzetten of in stand houden van een apartheidsregime waardoor een bepaalde bevolkingsgroep het recht op vrijheid, kennis, en ontwikkeling wordt ontzegd.

Onderdrukking

Is deze morele grens van toepassing op Israëlische universiteiten? Ja, het lijkt er wel op. Een recent boek van Maya Wind, Towers of ivory and steel: how Israeli universities deny Palestinian freedom, laat zien dat Israëlische universiteiten verweven zijn met de bezetting van Palestijns gebied en de onderdrukking van het Palestijnse leven en, belangrijk, Palestijnse kennis en wetenschap. Dit is niet alleen nu het geval, dit is al decennia zo.

Israëlische universiteiten werken mee aan de ontwikkeling van de wapens en politionele en militaire strategieën die de bezetting, onderdrukking, en het huidige genocidale geweld mogelijk maken. Daarnaast bieden ze de academische, morele en juridische verantwoording voor de bezetting, terwijl de academische vrijheid van kritische en Palestijnse studenten en medewerkers, zowel in Israël als in de Palestijnse gebieden, drastisch wordt beperkt.

Daarbij valt op te merken dat in Gaza geen enkele universiteit meer overeind staat. Scholen worden gebombardeerd, boeken worden verbrand. Geen enkele Israëlische universiteit heeft het huidige genocidale geweld afgekeurd, zich uitgesproken tegen deze ‘educide’ of ‘scholasticide’, of hulp geboden aan Palestijnse academici. Als we het dan hebben over ‘onze toewijding aan de academische vrijheid’, dan heerst er richting Palestijnse academici en ‘zusterinstellingen’ een oorverdovende stilte. Net zoals we niet eindeloos liberaal kunnen zijn jegens niet-liberalen, kunnen we geen eindeloze vrijheid gunnen in het aangezicht van vrijheidsbeperkingen.

Deze morele grens betreft overigens niet alleen Israëlische universiteiten. Het zou vragen om een veel bredere due dillegence (gepaste zorgvuldigheid). Maar de Israëlische universiteiten springen op dit moment wel in het oog. En ja, dit treft natuurlijk individuele onderzoekers. Maar als universiteiten in Nederland, in Europa, in Israël zich nu niet uitspreken, wanneer dan wel?

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next