Home

In de spiegel zag ik een hamburger waarvan de bovenste helft van het broodje te klein was om het vlees te bedekken

Het gebeurde weer eens. Vol goede zin en kinderlijke opwinding scheurde ik de verpakking aan stukken en frommelde het petje eruit. Het was een lichtgewicht, zwart polyester petje dat ik wilde gebruiken om mijn hoofd tegen de zon te beschermen tijdens het hardlopen. Ik zette het op en liep naar de spiegel. Die schotelde mij iets heel anders voor dan waar ik op had gerekend. Ik zag een hamburger waarvan de bovenste helft van het broodje te klein was om het vlees te bedekken.

‘Wat heb ik toch ook een dikke kutkop’, riep ik, waarna ik het petje van mijn hoofd trok en in een hoek smeet. ‘Hee!’, riep mijn vrouw naar beneden. ‘Dat mag je niet over jezelf zeggen’.

Zij heeft makkelijk praten, met dat elegante, proportionele hoofd. Op haar hoofd is elke muts, hoed of pet als een sierlijst om een schilderij; een perfect passende aanvulling op iets wat geen aanvulling behoeft. Ze kan een schoenendoos opzetten en mensen zullen goedkeurend knikken. Bij mij is dat anders.

Hoofddeksels hebben bij mij vaak de uitwerking van een condoom op een basketbal. Een ex noemde mij ‘dikkopje’, wat niet de reden is dat het uit is gegaan, maar het misschien wel had moeten zijn. Hoewel ik weet dat ik een grote harses heb, blijf ik ervan uitgaan dat elke pet mij staat zoals petten Brad Pitt staan: stoer en enigszins mysterieus, het gezicht precies genoeg verholen en de lijnen van de kaak fraai geaccentueerd.

De afgelopen maanden kocht ik een blauw petje met witte tekst en een vintage groen petje van Roland Garros, die me beide pasten als een omgekeerd koffiekopje op een ballon. Er was nog een blauw vissershoedje dat beloofde een universele maat te hebben en verstelbaar te zijn, maar niet universeel en verstelbaar genoeg bleek voor mij. Terwijl het label nota bene had bezworen: Made in USA, toch niet bepaald het land van kleine hoofden.

En nu was er dus de hardlooppet, ook weer veel te klein. Net als alle andere hoofddeksels die mij niet passen, speelde ik deze door aan mijn vrouw. ‘Hier, probeer jij hem maar eens’, zei ik en ik gaf haar de pet. Ze deed hem op en onmiddellijk veranderde ze in een filmster die incognito boodschappen wil gaan doen. ‘Nou, alsjeblieft’, zei ik, ‘houd maar weer.’ Waarna ik nog een opmerking maakte over mijn eigen grote hoofd.

Daar moest ik echt mee ophouden, zei ze. Ze zette het petje af en legde het neer op tafel. ‘Maar kijk nou toch even.’ Ik pakte het petje en perste het op mijn hoofd. Ze stond op het punt de tuin in te lopen, maar keek nog net even om. En toen schoot ze dus in de lach. Net iets te hard.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next