Home

‘Een schuldgevoel hebben is iets anders dan schuldig zijn’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Als geestelijk verzorger begeleidde Emilie van de Wijer (37) agent Bas na een kinderreanimatie. ‘Hij vroeg zich steeds af: had ik dit kunnen voorkomen?’

‘Ik heb toestemming gekregen om je het verhaal te vertellen van een collega die bij me kwam, ik zal hem Bas noemen. Bas kampte met schuldgevoelens na een heftig incident met een mishandeld kind. Het team collegiale ondersteuning had hem naar mij doorgestuurd, ik was destijds geestelijk verzorger bij de eenheid Midden-Nederland.

‘Bas kwam recht uit zijn dienst toen hij dit bureau binnenliep, hij had zijn uniform nog aan. ‘Hier mag je je koppelriem afdoen’, zei ik in deze ruimte, die geluiddicht is. Toen hij zijn koppel losgespte, schoot Bas vol. Het uniform is voor veel politiemensen een soort schild tussen hun handelen en hun emoties. Met het afdoen van zijn koppel viel die bescherming letterlijk weg.

Over de auteur
Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Hij vertelde dat hij drie weken eerder naar een melding van geluidsoverlast was geweest. Buren hadden geschreeuw gehoord en vermoedden mishandeling. Toen Bas en zijn collega aankwamen was het stil. Ze vroegen of ze binnen mochten kijken, maar de vader des huizes liet dat niet toe. Hoewel Bas’ onderbuikgevoel zei dat er iets niet klopte, konden ze verder weinig doen, behalve de melding doorgeven aan Veilig Thuis en de wijkagent. Want je mag niet zomaar een huis binnentreden.

‘Een paar dagen later kwam Bas na een 112-melding weer op hetzelfde adres. Binnen zat die vader op z’n knieën zijn zoontje van nog geen 10 jaar te reanimeren. Bas nam de reanimatie van hem over en zag dat het jochie overal blauwe plekken had. In zijn hals zaten striemen van verwurging. Hij heeft het niet overleefd.

‘Bas vertelde me tussen neus en lippen door dat dat jochie heel erg op zijn eigen zoontje leek. Toen viel het kwartje. Hij legde een connectie tussen het slachtoffer en zijn eigen kind. Dan kan je eigen zoontje een trigger worden voor flashbacks, waardoor je die beelden van het incident weer voor je ziet, of bijvoorbeeld een geur ineens weer ruikt.

‘Tijdens ons eerste gesprek bleek dat zijn zoontje hem steeds herinnerde aan dat gereanimeerde jongetje, en dat Bas daardoor zijn eigen kind, onbewust, ging vermijden. Hij ging steeds vroeger werken zodat hij zijn kind niet naar school hoefde te brengen, stond niet meer langs de lijn bij de voetbalwedstrijden van zijn zoon en als hij dat wel deed, schold en tierde hij zo hard dat zijn kind ineenkromp van schaamte. Bas kreeg een kort lontje en sliep ’s nachts slecht: allemaal signalen van een verstoorde verwerking. Dat kan leiden tot PTSS.

‘Ik heb daarom overlegd met de psycholoog en de bedrijfsarts. Na enkele gesprekken daar kwam Bas weer bij mij, omdat hij worstelde met zingevingsvragen: hoe kan een vader zijn eigen kind zoiets aandoen? Zo’n onschuldig jochie? Maar ook: hadden we die eerste keer méér moeten doen? Hadden we de deur moeten forceren? Had ik dit kunnen voorkomen?

‘Een gesprek met een geestelijk verzorger gaat niet over het oordeel of iemand genoeg heeft gedaan, maar over de vraag: hoe kun je ermee verder leven dat het zo is gelopen? Politiemensen worden soms geconfronteerd met geweld, menselijk leed, maatschappelijke spanningen, de dood. Dan komen soms existentiële vragen bij ze op, zoals: waarom zijn mensen zo wreed? Waarom heb ik dit of dat meegemaakt? Als geestelijk verzorger bied je een professioneel luisterend oor, help je betekenis te geven aan zulke momenten.

‘Bas kampte met een enorm schuldgevoel. Ik heb verschillende gesprekken met hem gehad, waarin hij zich ging realiseren dat een schuldgevoel iets anders is dan schuldig zijn. Het incident was vervlochten geraakt met zijn eigen leven. Dus wat we hier deden, is dat ontleden: wat is er precies gebeurd? Wat betekende dat voor jou? Hoe draag je dat mee in de rest van je leven?

‘Ik vroeg hem: wat ben jij voor vader? Toen vertelde hij al die dingen die hij niet meer met zijn zoontje deed. Hij was bang voor zijn eigen korte lontje: dadelijk word ik ook zo’n vader, deel ik ook klappen uit. Ook daarom vermeed hij zijn zoontje.

‘Op de vraag wat voor vader hij wilde zijn antwoordde Bas dat hij juist wél met zijn kind naar school, de bieb, het voetbalveld wilde. Dat hij een betrokken vader wilde zijn. Zo kwam hij al pratend zelf tot het inzicht hoe hij zich gedroeg, welke impact dat had op zijn omgeving en op hemzelf en wat hij daaraan kon doen. Dat is hem gelukt.

‘Om een einde aan deze geschiedenis te markeren, schreef hij twee brieven, die nooit worden verstuurd. Tijdens ons laatste samenzijn las hij ze hardop voor, ik mocht daarvan getuige zijn. Hij schreef aan het jonge slachtoffer: ‘Ik zag al je blauwe plekken. Had ik dat die week daarvoor maar geweten.’ En aan zijn zoon: ‘Papa gaat met jou weer naar de bieb, en zaterdag sta ik langs het voetbalveld. Zonder te schreeuwen.’

‘En tegen mij zei hij: ‘Ik ben er weer.’’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next