Home

‘Ik had met mijn dochter moeten meegaan naar de kliniek. Ik besefte niet hoe ingrijpend een abortus is’

Albert van de Graaf is 100 jaar. Hoe kijkt deze sociale man, die op zijn 91ste een nieuw leven opbouwde in een vreemde stad, terug op de eeuw die achter hem ligt?

Albert van de Graaf is een kalme en zelfredzame man, die in zijn leven geen moment stress zegt te hebben ervaren. De 100-jarige besloot op zijn 91ste, na de dood van zijn vrouw, zijn geboortestad Vlaardingen te verlaten en een nieuw leven te beginnen in Breda. Hij zorgde zelf voor een vlekkeloze integratie. De gepensioneerde boekhouder vraagt zich af of hij zo oud is geworden omdat hij vegetariër is.

Stoer van u om op zo’n hoge leeftijd in een vreemde stad te gaan wonen.

‘Ik heb mijn hele leven in Vlaardingen gewoond. Nadat mijn vrouw Corrie in 2015 was overleden, kreeg ik twee keer per week bezoek van een van mijn dochters. Telkens was het om 2 uur in de middag: ‘Ik kan niet lang meer blijven, want de files beginnen zo.’ Het leek mij makkelijker als ik bij hen in de buurt kwam wonen, in Breda.

‘Vanaf de eerste dag ben ik eropuit getrokken, de eerste jaren op de fiets, daarna werden het dagelijkse wandelingetjes door de wijk. Onderweg knoopte ik praatjes aan met mensen die in de tuin werkten, of bezig waren met hun auto. Zo heb ik in korte tijd veel mensen leren kennen. Ook ben ik vaak gaan koffiedrinken in het koffiehoekje van de supermarkt. Dat doe ik allemaal nog steeds. Ik wandel nog elke dag en kom wekelijks in het buurthuis, de bejaardensoos van de kerk en in de bibliotheek. Overal kennen ze mij.’

Verveelt u zich weleens?

‘Nooit. Ik doe alles zelf: de boodschappen, eten maken, bankzaken. Ik puzzel en lees graag, houd dagelijks de beurskoersen en mijn gas- en elektraverbruik bij in een programmaatje op de computer en monteer in Adobe Premiere Pro filmpjes die ik heb gemaakt, en zet er een muziekje onder. Het rare is dat als je zo’n film af hebt, je er nooit meer naar kijkt.’

Heeft u een verklaring voor uw ouderdom en vitaliteit?

‘Het is een gave van boven. Misschien komt het doordat ik niet terugkijk op het verleden, en zonder stress leef door mezelf op te dragen: hou je kalm. Of kan het een rol spelen dat ik sinds 1982 vegetarisch eet? In dat jaar kreeg mijn jongste dochter de diagnose MS, waaraan ze op haar 48ste overleed. De arts adviseerde geen vlees meer te eten. We besloten als gezin allemaal vegetariër te worden. Sindsdien taal ik niet meer naar een stuk vlees op mijn bord, ook al ruikt het nog zo lekker.

‘Als tiener was ik er bijna niet meer geweest. Ik was een jaar of 14 en had last van pijn in mijn buik. Elke keer als ik bij de dokter kwam, gaf hij een zenuwtabletje. Omdat de pijn bleef, zei mijn vader dat hij er niks van geloofde dat het de zenuwen waren en hij nam een specialist in de arm. Nog voor we aankwamen in het ziekenhuis sprong mijn blindedarm. Ik raakte een paar dagen buiten kennis en kreeg helaas buikvliesontsteking, een gevaarlijke ziekte waaraan je in die tijd kon overlijden. De zes weken dat ik in het ziekenhuis lag, keek ik uit op een bordje aan de muur: Geduld is een schone zaak.’

Had u zorgzame ouders?

‘Ik heb een goede jeugd gehad. We konden hoepelen en kegelen op straat, want er was toch geen verkeer. Je moest wel opletten als de tonnenwagen langskwam. Veel mensen hadden nog geen toiletpot en deden hun behoefte in een ton. De tonnenwagen haalde volle tonnen op en gaf lege terug.

‘Tijdens de oorlog maakte mijn vader een schuilplaats voor mij achter een slaapkamer, waar ik mij kon verstoppen als er razzia’s waren. Gelukkig ben ik niet naar Duitsland gestuurd voor dwangarbeid, ik had een vrijstellingsbrief omdat ik voor de landbouw werkte, op een kantoor waar boeren veevoer konden bestellen. Pas veel later drong tot mij door hoeveel geluk ik daarmee had gehad; veel schoolvrienden, ook Joodse, werden opgepakt en zou ik nooit meer terugzien.

‘Van mijn moeders verleden weet ik niet zo veel. Mijn vader is opgegroeid in de landbouw, zijn vader was loonarbeider. Zelf zag hij zo’n toekomst niet zitten en koos voor een opleiding als politieman. Hij fotografeerde graag, ontwikkelde zijn foto’s zelf en maakte een vergrotingsapparaat. Als er bijvoorbeeld een inbraak was gepleegd, werd hij erbij geroepen om foto’s te maken van het interieur, om vingerafdrukken te kunnen vergelijken met die van verdachten.’

(Albert van de Graaf pakt een stapel zwart-witfoto’s die zijn vader heeft geschoten.) ‘Dit is zo’n vingerafdruk. En deze foto is van een Duitse soldaat, die tijdens de bezetting in de haven bij Vlaardingen verdronk.

‘Ik veronderstel dat mijn vader collega’s had die jaloers waren op zijn talenten en de Ortskommandant van Vlaardingen influisterden hem in de gaten te houden – en dat hij daarom hij op een dag in 1942 werd opgepakt. We zaten gezellig aan tafel, toen er werd aangebeld. Leden van de Grüne Polizei kwamen binnen en gingen met mijn vader in de voorkamer zitten, die wij normaal alleen op zondag gebruikten. Na enige tijd stond mijn vader op en zei tegen ons: ‘Ik ga even mee naar het politiebureau.’ Pas drie weken later kwam hij weer thuis, als een stille, introverte man, die nog maar weinig sprak en veel rookte, maar wel altijd een goede vader voor ons is gebleven. Hij heeft nooit willen praten over wat hij in gevangenschap had meegemaakt, met geen woord.’

Was u zelf ook een zwijgende vader?

‘Ja.’ (Lange stilte.) ‘Praten kan helpen, maar je kunt ook zwijgen omdat je je afvraagt: wat zullen de mensen over mij denken?’

Zijn er gebeurtenissen die u achteraf anders had willen aanpakken?

‘Mijn middelste dochter raakte op haar 15de onbedoeld zwanger. Toen ze het mij vertelde, zei ik: ‘Je bent te ver gegaan, waarom kon je je niet bedwingen? Dit had je kunnen weten, nu moet je het zelf maar uitzoeken.’ Ze is alleen naar de kliniek gegaan om geholpen te worden. Een paar jaar geleden heeft ze mij verteld dat ze het mij kwalijk had genomen dat ik haar niet steunde – en daar altijd mee is blijven zitten. Nu zeg ik dat ik destijds tekortgeschoten ben en op dat moment geen liefdevolle vader voor haar was. Ik had met mijn dochter moeten meegaan naar de kliniek en haar moeten begeleiden bij wat ze doormaakte. Ik besefte niet hoe ingrijpend een abortus is. In die tijd werd daar niet over gesproken.’

Het valt op dat veel mensen van uw generatie niet gewend zijn te praten over emotionele ervaringen.

‘Met mijn ouders sprak ik alleen over dagelijkse dingen, nooit over wat je meemaakte. Ik had goede vrienden, die eerder trouwden dan ik. Aan hen kon ik bijvoorbeeld vragen hoever je kon gaan met seks voor het huwelijk. Voor het zingen de kerk uit, heette het. Het was best moeilijk het juiste moment te bepalen.’

Heeft u bewust lang gewacht met trouwen?

‘Op mijn 15de moest ik van mijn vader stoppen met de mulo en gaan werken. Hij had een huis gekocht en de lening die hij daarvoor had afgesloten bij een oud mannetje, moest worden afbetaald. Ik kon aan de slag als loopjongen bij een drukkerij. Na de oorlog zei ik tegen mijn vader dat ik na zes jaar mijn inkomen afgedragen te hebben, dat voortaan wilde houden, om te kunnen sparen voor mijn huwelijk met Corrie. Na de oorlog kon je alleen aan woonruimte komen als je bij iemand introk. We hadden er geen zin in ergens te wonen en dan te moeten aanhoren: ‘O, zijn ze weer bezig’, als ze onze vloer hoorden kraken. Dus hebben we gewacht met trouwen totdat we in 1950 een eigen flat konden krijgen. Al die jaren, ook toen de kinderen nog klein waren, heb ik in de avonduren geleerd voor mijn diploma’s mulo-b, boekhouden en administratie.’

Het dagelijks leven is de afgelopen 100 jaar complexer geworden, hoe heeft u die veranderingen ervaren?

‘Er zijn steeds meer regels gekomen. Laatst wilde ik een huishoudelijke hulp aanvragen. Wat ik allemaal niet moest invullen op een formulier! Wat kunt u nog zelf? Wat kunt u niet zelf? Hoe is het met uw gezondheid? Welke pillen slikt u? Hoeveel? En wanneer neemt u ze in?

‘Vroeger was alles veel eenvoudiger. Een appel kon je zo opeten en er zat nog meer smaak aan ook. Nu moet je een appel eerst wassen en schillen, omdat er gif op zit. Maar er zijn ook dingen eenvoudiger geworden. Voor mijn werk bij een landbouwmachinefabriek was ik wekenlang bezig met een potlood op papier saldilijsten per klant te berekenen. Zodra we een computer kregen, zo’n enorm bakbeest van IBM dat in een speciaal kamertje werd gezet, tikte je de gegevens in en tien minuten later, na een druk op de knop, kwamen alle lijsten eruit.’

Uw drie kleinkinderen zijn bewust kinderloos, hoorde ik.

‘En daar ben ik heel blij mee, want ook ik zie de toekomst niet rooskleurig in. Er zijn veel oorlogen en de tekorten aan grondstoffen worden groter en groter. Marx heeft ooit gezegd dat de bevolkingsgroei harder zal gaan dan de voedselvoorziening kan bijhouden. Voor genoeg voedsel voor de wereldbevolking zijn nu veel chemicaliën en kunstgrepen nodig. Het leven is ook veel onzekerder geworden, een vaste baan is geen vanzelfsprekendheid meer. Maar je druk maken heeft geen zin. Het helpt niet. Dus zeg ik tegen mezelf: blijf kalm.’

Albert van de Graaf

geboren: 15 maart 1924 in Vlaardingen

woont: zelfstandig, in Breda

beroep: boekhouder/administrateur

familie: drie kinderen (een overleden), drie kleinkinderen

weduwnaar: sinds 2015

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next