De formerende partijen beginnen maandagochtend aan een nieuwe dag onderhandelen over de verdeling van de ministersposten, in de wetenschap dat zij hun eigen deadline dreigen te missen. Grote haast is vanaf nu geboden als het nieuwe kabinet over twee weken op het bordes moet staan.
Nadat PVV, VVD, NSC en BBB het half mei eens waren geworden over hun hoofdlijnenakkoord, gaven zij zichzelf nog maximaal vijf weken om het eens te worden over de bemensing van hun ministersploeg. Ze slaagden er daarna tamelijk snel in Dick Schoof als kandidaat-premier te presenteren, maar daarna werd het stil. Vorige week al had formateur Richard van Zwol samen met Schoof willen beginnen met het ontvangen van de kandidaat-bewindspersonen. De week ging echter voorbij zonder dat die op het toneel verschenen. Bronnen in de formerende partijen bevestigen dat de verdeling stroever verloopt dan ze hadden gehoopt.
Over de auteur
Raoul du Pré is chef van de politieke redactie van de Volkskrant.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Daardoor dreigen de partijen hun eigen deadline te gaan missen. Van Zwol zei in mei dat het nieuwe kabinet zich uiterlijk op 26 juni in de Tweede Kamer wil presenteren met het afleggen van de regeringsverklaring. Dat is geen willekeurige deadline: begin juli gaat de Tweede Kamer met zomerreces. Bovendien zal het nieuwe kabinet de zomer nodig hebben om in september zijn eerste begroting te kunnen presenteren en om het hoofdlijnenakkoord van de vier partijen uit te werken in een gedetailleerder regeerakkoord.
Volgens dat tijdpad hebben de partijen nog ruim twee weken. Daarin moet veel gebeuren. De voorgedragen ministers en staatssecretarissen (naar verwachting zo’n twintig mensen) moeten officieel worden ontvangen door Schoof en Van Zwol. Daarna moeten zij allemaal apart naar de Tweede Kamer om zichzelf daar te presenteren en vragen te beantwoorden over hun geschiktheid, ambities en beslommeringen die een ministerschap in de weg zouden kunnen staan. Dat is een nieuwe stap in het formatieproces die de Tweede Kamer vorig jaar heeft afgedwongen.
Als iedereen daar doorheen komt, moet het nieuwe kabinet nog bijeenkomen voor het zogeheten constituerend beraad. Daar worden de afspraken gemaakt over de exacte taakverdeling tussen de ministers en binnen de departementen (vaak belanden meerdere bewindspersonen op één ministerie). Dan moet Van Zwol als formateur zijn verslag aanbieden aan de koning en de Tweede Kamer. Pas daarna kan de regeringsverklaring worden afgelegd.
Het is lang geleden dat de bemensing van de ploeg in de eindfase nog zoveel debat opleverde tussen de betrokken partijen. Sinds het kabinet-Den Uyl (1973-1977) gingen de gesprekken over de portefeuilleverdeling doorgaans gelijk op met de eindfase van de inhoudelijke onderhandelingen. Dat is dit keer niet gebeurd. De afspraak dat minstens de helft van de bewindslieden ‘van buiten’ moet komen, maakt de zoektocht bovendien ingewikkelder.
Daarnaast zijn de krachtsverhoudingen minder vanzelfsprekend dan anders. De gewoonte is dat de grootste coalitiepartij de premier levert en de tweede dan de minister van Financiën. Die post is cruciaal, omdat in een kabinet vrijwel geen besluit kan worden genomen zonder betrokkenheid van Financiën. Nu premier Schoof volgens alle betrokkenen ‘boven de partijen’ staat, strijden de PVV en de VVD om Financiën. De VVD zou Kamerlid en financieel specialist Eelco Heinen naar voren willen schuiven, maar daarvoor moet de PVV dan wel worden gecompenseerd met een andere zware post in de sociaal-economische hoek van het kabinet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant