De opstellers van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zullen in 1950 niet hebben kunnen bevroeden dat hun verdrag bijna 75 jaar later door vermogende Nederlanders zou worden aangewend om minder belasting te hoeven betalen. Toch is dat precies wat er is gebeurd. De Hoge Raad heeft voor de tweede keer geoordeeld dat de Nederlandse vermogensbelasting in strijd is met het EVRM; er zou in wezen sprake zijn van diefstal en discriminatie.
Demissionair staatssecretaris van Financiën Marnix van Rij (CDA) is daardoor in een bureaucratische nachtmerrie beland: iedereen die vermogensbelasting betaalt, kan voor de jaren 2017-2023 om een herberekening vragen. Vervolgens mogen zij zelf kiezen hoe ze willen worden belast. Hoe de belasting vanaf 2024 moet worden berekend, is totaal onduidelijk.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
In het eerste arrest oordeelde de Hoge Raad dat het oneerlijk is om spaarders hetzelfde belastingpercentage te laten betalen als beleggers, omdat zij minder rendement halen. Nu vindt de Hoge Raad het ook oneerlijk om beleggers gelijk te behandelen. omdat de ene belegger nu eenmaal meer rendement behaalt dan de ander.
Het streven naar eerlijkheid is bewonderenswaardig, maar het was goed geweest als de rechters meer met een economenbril naar deze kwestie hadden gekeken. Bij investeringsbeslissingen bestaat er nu eenmaal altijd een relatie tussen rendement en risico. Wie grotere risico’s neemt, kan hogere rendementen halen, maar ook veel verliezen. Er is dus veel voor te zeggen om de belasting niet te laten afhangen van het precieze rendement, maar gewoon een vast percentage te heffen en het aan de belastingplichtige te laten hoeveel risico hij wil lopen.
Los van de inhoudelijke afwegingen, had de Hoge Raad zich moeten afvragen of mensenrechten überhaupt wel van toepassing zijn op deze verdelingskwestie. In een gezonde rechtsstaat zou de democratisch gekozen volksvertegenwoordiging, de Tweede Kamer, moeten beslissen wie hoeveel belasting moet afdragen. Dáár moet worden bepaald, na een debat tussen botsende ideologieën en wereldbeelden, wat eerlijk is – niet in de rechtszaal.
Dat in klimaat- en milieuzaken een beroep wordt gedaan op het mensenrechtenverdrag, is nog wel te begrijpen. Daarbij gaat het om het fundamentele recht op gezondheid en een gezonde leefomgeving. Het recht op eerlijke belasting is geen grondrecht, alleen al omdat iedereen een ander idee van eerlijkheid heeft.
Door de uitspraak van de Hoge Raad wordt de reeds overbelaste Belastingdienst – waarvan wordt gevreesd dat die binnenkort wel eens kan bezwijken – met een onmogelijke opdracht opgezadeld. Het wordt min of meer onmogelijk om nog vermogensbelasting te heffen, en dat in een tijd die vanwege de snel groeiende vermogenskloof juist vraagt om een hogere belasting op bezit.
Van Rij heeft al gezegd dat hij geen andere optie meer ziet dan het laten oplopen van de staatsschuld. Toekomstige generaties – die zich vaak al aan de verkeerde kant van de vermogenskloof bevinden – moeten dus de prijs betalen.
De CDA-bewindsman zal de knoop zelf niet meer kunnen ontwarren. Binnenkort vertrekt hij naar het Internationaal Monetair Fonds. Zijn opvolger kan het maar beter over een heel andere boeg gooien en een heel simpele vermogensbelasting invoeren – eentje waarbij niet wordt gekeken naar de behaalde rendementen, maar naar het vermogen an sich. En dan maar hopen dat de Hoge Raad niet opnieuw beslist dat de mensenrechten worden geschonden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant