80 jaar bevrijding
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
De juiste woorden klonken de afgelopen dagen op de stranden van Normandië. Over het belang van het verdedigen van democratie en vrijheid. Over de plicht om te blijven herdenken, te blijven denken aan de ruim vierduizend, voornamelijk Britse en Amerikaanse, mannen die het leven lieten op D-Day en de bijna honderdduizend in het jaar daarna. Om hen te blijven bedanken voor onze vrijheid, ook als de laatste nog levende veteranen – twintigers toen, sommigen nu over de honderd jaar oud – zijn overleden.
Maar bij woorden alleen mag het niet blijven. Bij deze woorden hoort een verantwoordelijkheid.
D-Day, waarmee tachtig jaar geleden de opmars van de geallieerden door West-Europa begon en de capitulatie van nazi-Duitsland werd ingezet, was niet louter de militaire overwinning die nu, soms met al te veel op films gebaseerde nostalgie, wordt gevierd. Het was een overwinning op tirannie, op extremisme, en op haat.
Aan het begin van deze eeuw gloorde de hoop dat Europa de boodschap van nooit weer oorlog had begrepen. Bij de D-Day-herdenking in 2004 was voor het eerst de politiek leider van Duitsland aanwezig. Niet als vertegenwoordiger van de overwonnen natie, maar als democratisch bondgenoot. „De Fransen ontvangen u meer dan ooit als een vriend. Zij ontvangen u als een broer”, sprak de Franse president. Duitse aanwezigheid was tien jaar eerder nog ondenkbaar.
Ook voor het eerst aanwezig in 2004: de Russische president Poetin, als opvolger van de Sovjet-Unie, het land dat in de strijd tegen het nazisme in de Tweede Wereldoorlog bijna negen miljoen militairen verloor en negentien miljoen burgers, van wie ruim de helft Russen.
Tien jaar later, in 2014, was Poetin weer in Normandië. Drie maanden daarvoor had Rusland de Krim geannexeerd. Frankrijk en Duitsland deden sámen een poging daar een einde aan te maken. Vlakbij de symbolische Pegasusbrug lunchte Poetin onder hun leiding met de toenmalige Oekraïense president Porosjenko.
Begrijpelijkerwijs is Poetin dit jaar niet uitgenodigd. Die eerste lunch, tien jaar geleden, was niet vrijblijvend, zei de Franse president toen al. Deze moest „de vrijheid dienen”. Een uitnodiging dit jaar aan een andere Russische vertegenwoordiger werd op het laatste moment toch niet verstuurd. Dat is eveneens te begrijpen, al is het te hopen dat hiermee niet geleidelijk wordt ontkend wat de Russische rol bij de bevrijding van Europa was. Zoals andersom te hopen is dat Rusland in de toekomst op 9 mei weer erkent wat de rol van de geallieerden was in de Tweede Wereldoorlog. En zijn eigen rol niet verder besmeurt door de inval in Oekraïne te vergelijken met de strijd tegen de nazi’s.
Ook aanwezig in 2014: de Amerikaanse president Obama, die de NAVO-bondgenoten gerust probeerde te stellen dat zij op de VS konden blijven rekenen. Artikel 5 van het NAVO-handvest, dat bepaalt dat een aanval op één lidstaat als een aanval op alle lidstaten wordt opgevat, is heilig, verzekerde hij.
Spoel door naar 2024 en de wereld is grimmiger en instabieler. Vrede en vrijheid op het Europese continent zijn niet meer zo vanzelfsprekend. Extremisme is groeiende binnen de Europese Unie.
Allianties wankelen; de huidige Amerikaanse president kan in november worden opgevolgd door een president die verder isolationisme van de Verenigde Staten voorstaat en openlijk twijfelt aan nut en noodzaak van de NAVO. Onderwijl kissebissen Frankrijk en Duitsland nog over de mate waarin Europa autonoom moet zijn op militair gebied, en schiet de Nederlandse politiek in een nationale kramp als het over de aankoop van Franse onderzeeboten gaat.
En de opofferingsgezindheid in de oorlog die nu op het Europese continent woedt – nog louter financieel en materieel – moet steeds opnieuw herbevestigd. Oekraïne moet voortdurend smeken om meer steun, terwijl zijn burgers dagelijks worden gebombardeerd. Dan klinken woorden als ‘offer voor vrijheid’ tijdens de herdenking in Normandië obligaat. Die zijn alleen wat waard als daar ook daadwerkelijke steun bij hoort.
Op D-Day werd de basis gelegd voor een Europese, democratische en vreedzame samenleving. Die moet niet alleen worden gekoesterd, maar er moet ook blijvend voor worden gestreden. Dat is de zware verantwoordelijkheid die wij, de generaties van na de Tweede Wereldoorlog, hebben.
Source: NRC