Home

Tachtig jaar na D-day rijst de ongemakkelijke vraag of we nog opgewassen zijn tegen externe agressors

De herdenking van de landing van de geallieerden in Normandië roept vragen op over waar het Westen anno 2024 staat. De meest prangende is of westerse landen, twee jaar na de invasie in Oekraïne, de wil en moed hebben om agressors te bestrijden.

‘Dit zijn de jongens van Pointe du Hoc, dit zijn de mannen die de kliffen veroverden, dit zijn de kampioenen die hielpen een continent te bevrijden.’ Het waren, in 1984 bij de veertigjarige herdenking van D-Day, de woorden van president Ronald Reagan in 1984 ten overstaan van de veteranen die daadwerkelijk die kliffen hadden veroverd.

Dat jaar werd Reagan met een grote meerderheid herkozen en in de jaren daarna begon onder Michail Gorbatsjov de geleidelijke onttakeling van het Sovjetrijk, dat in belangrijke mate een Russisch rijk was. De Verenigde Staten zouden schijnbaar oppermachtig en als ‘enige supermacht’ uit de Koude Oorlog komen. ‘Isolationisme is geen, en zal nooit, een acceptabel antwoord zijn op tirannieke regeringen’, sprak Reagan in 1984.

Over de auteur
Arnout Brouwers schrijft voor de Volkskrant over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.

Veertig jaar later staan de zaken er heel anders voor, ook bij Reagans Republikeinen. Deze vrijdag stond er weer een Amerikaanse president bij Pointe du Hoc. Ditmaal Joe Biden, die later dit jaar zal proberen Donald Trump, die weinig op heeft met Europese veiligheid, uit het Witte Huis te houden. Biden sprak grote woorden en beloofde dat de VS Oekraïne niet in de steek zullen laten. Donderdag zei hij al dat Oekraïne is binnengevallen ‘door een tiran die uit is op overheersing – maar overgave aan bullies, knielen voor dictators, is simpelweg ondenkbaar.’

Toch is het precies deze vraag die, anders dan veertig en tachtig jaar geleden, nu in de lucht hangt: beschikken westerse landen nog over de wil en het vermogen om zich agressors van het lijf te houden? Meer dan twee jaar na de grote invasie zitten de toonaangevende ‘partners’ van Oekraïne gevangen in halfslachtige betrokkenheid, waarbij de politieke wens president Poetin niet te provoceren groter blijft dan Oekraïne te helpen Rusland te verdrijven uit veroverd gebied. Zelfs landen die zeggen voluit te willen helpen, doen het niet.

Vernietigde infrastructuur

Een concreet, schrijnend voorbeeld is te vinden in de elektriciteitsvoorziening. De infrastructuur daarvoor is het afgelopen maanden grotendeels kapotgeschoten. Na de meest recente grote aanval meldden de Oekraïners ‘een catastrofaal tekort’ aan elektriciteit dat niet snel verholpen kan worden.

Voor 2022 kon Oekraïne meer dan 55 gigawatt elektriciteit zelf opwekken, nu is het minder dan 20. Stroomuitval wordt daarmee structureel. ‘We moeten ons voorbereiden op een leven in de kou en de duisternis’, zei een functionaris tegen Financial Times. Oekraïne zag dit aankomen en smeekte het afgelopen halfjaar Europese landen om meer luchtverdediging. Die is er – behoudens uit Duitsland en een beloofd systeem uit Italië – simpelweg niet gekomen.

Tegelijkertijd beweegt het westerse beleid wel langzaam in de richting van meer betrokkenheid, zoals de afgelopen maand te zien was. Oekraïne mag zich eindelijk, ook van de VS en Duitsland, verdedigen tegen doelen vlak over de grens van waaruit het land wordt aangevallen. Na al het wachten zal deze zomer toch de eerste F-16 boven Oekraïne vliegen, hoopt Kyiv. En vanaf deze winter komen daar Franse Mirage-gevechtsvliegtuigen bij, kondigde Macron deze week aan, al noemde hij geen aantallen. Ook wil Frankrijk een hele Oekraïense brigade trainen. Het is nog onduidelijk of dat in of buiten Oekraïne moet gebeuren.

Tienduizend soldaten per maand

Hoezeer die westerse betrokkenheid het Kremlin verontrust, bleek uit de recente barrage van waarschuwingen en dreigementen uit Moskou – waarbij de staatstelevisie ook Nederland niet oversloeg. Een ding is zeker: president Poetin heeft zich vastgebeten in de oorlog en mobiliseert alle nationale en internationale bronnen binnen bereik om Oekraïne klein te krijgen en zijn oorlogsdoelen te halen. Ten koste van, zo erkende hij deze week voor het eerst, tienduizend Russische soldaten per maand.

Een zeer ervaren, net afgezwaaide westerse diplomaat zei deze week bang te zijn dat nog steeds niet iedereen het belang ziet van wat er in Oekraïne gebeurt. ‘Dit is geen regionaal conflict’, zei hij. ‘Dit is een enorme oorlog, een uitdaging die serieuzer is dan welke andere die ik heb zien langskomen in mijn leven.’ De vraag die tachtig jaar na D-Day en twee jaar na Poetins grote invasie nog steeds onbeantwoord blijft, is: hoe reageren westerse landen ditmaal op zo’n fundamentele uitdaging?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next