Home

Europa kent meer premiers zoals Dick Schoof, zonder politieke ervaring: wat zijn daarvan de risico’s?

Hoe gebruikelijk is gebrek aan politieke ervaring voor een premier? En wat zijn de gevolgen? Daar is grootschalig onderzoek naar gedaan. Een van de conclusies: houd rekening met een instabiel kabinet.

Dick Schoof staat bekend als de macher onder de topambtenaren: zeer behendig in zijn vak. De beoogde nieuwe premier van Nederland heeft alleen geen politieke ervaring. Mark Rutte maakte daar meteen een pluspunt van: ‘Het kan ook een voordeel zijn dat hij iets meer boven de partijen komt te staan dan ik als partijpoliticus’.

Is dat zo? Wat zegt de wetenschap? Janka Stoker, hoogleraar leiderschap en organisatieverandering aan de Rijksuniversiteit Groningen, mailt meteen het grootschalige Prime Ministers in Europe, Changing Career Experiences and Profiles, een overzicht uit 2022 door politicologen uit Duitsland en Italië.

Onderzoekers Ferdinand Müller-Rommel, Michelangelo Vercesi en Jan Berz inventariseerden hoe de loopbanen veranderden van 350 premiers die tussen 1945 en 2020 regeerden over 400 miljoen burgers in 26 Europese landen. Vier bevindingen:

Over de auteur

Margriet Oostveen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over sociale wetenschappen en maatschappij.

1. Het aantal politieke veteranen neemt in heel Europa af

Zet je alle premiers op een rijtje, dan blijkt de minister-president met weinig tot geen politieke ervaring in opkomst in meer Europese landen.

Over wat voor politieke ervaring hebben we het eigenlijk? Mark Rutte is een goed voorbeeld: begon als voorzitter van de liberale jongerenvereniging JOVD, was staatssecretaris, campagneleider van de VVD, lijsttrekker, premier.

Dick Schoof heeft dat allemaal niet gedaan en hij is zeker niet de enige: van alle onderzochte Europese premiers miste 8 procent een politieke achtergrond als parlementslid, minister of partijleider. Dit komt voor bij alle soorten politieke partijen en vooral in Zuid-Europa.

Zo werd voormalig Eurocommissaris Mario Monti in 2011 premier van een zakenkabinet dat Italië uit de financiële crisis moest helpen. En diezelfde maand volgde econoom en buitenstaander Lucas Papademos premier Papandreou van Griekenland op.

Het ging niet altijd zo: vóór 1970 lag het aantal buitenstaanders op vrijwel nul, maar na 1970 steeg het aantal tot een op de vijf. ‘Dit onderzoek schetst precies de verandering die we nu ook in Nederland zien’, zegt Janka Stoker.

2. De premier wordt steeds meer ‘directeur’

Het aantal politieke veteranen in Europa nam vooral af sinds de jaren negentig van de vorige eeuw. Wat gebeurde er?

De afstand groeide tussen de verantwoordelijkheid van traditionele regeringspartijen en wat hun kiezers willen, schrijven de onderzoekers. Denk bijvoorbeeld aan de opvang van vluchtelingen, klimaatbeleid en Europese integratie.

Tegelijkertijd gingen verkiezingscampagnes meer om politieke leiders draaien. Zie in Nederland, tot hij werd vermoord, de opkomst van Pim Fortuyn: ‘de presidentialisering van de politiek’, noemen de onderzoekers dit. Het succes van partijen werd overal minder afhankelijk van het beleid dat een partij wil voeren en meer van de aantrekkingskracht van een partijleider.

Zo, schrijven de onderzoekers, kregen premiers meer de rol van ‘directeur’ van hun partij. Dit in tegenstelling tot de klassieke rol van de premier als ‘agent’ van zijn partij, oftewel de persoon die opklom in de rangen en voornamelijk uit naam van die partij optrad.

Deze ontwikkeling heeft gevolgen. De premier-directeur kreeg meer individuele macht om zaken gedaan te krijgen. Op internationaal niveau kan dat belangrijk zijn, zoals in de EU. Maar omdat de eigen achterban daarbij minder te zeggen heeft, kan het gebeuren dat de partij van de premier de steun van veel kiezers verliest.

3. Technocratische ervaring van premiers wordt belangrijker

Naarmate er minder premiers kwamen met vooral politieke ervaring en meer met een directeursfunctie, nam volgens Prime Ministers in Europe het belang toe van de zogeheten ‘technocratische ervaring’ van premiers.

Hiermee wordt ervaring bedoeld in bijvoorbeeld het bedrijfsleven, bij internationale organisaties zoals de Verenigde Naties of de Wereldbank, of in het ambtenarenapparaat, zoals in het geval van Dick Schoof.

Prime Ministers in Europe deelt de onderzochte premiers op grond van hun politieke en technocratische ervaring in vier categorieën in.

De ‘politieke veteraan’ heeft veel ervaring in de politiek en weinig daarbuiten. ‘Geert Wilders zou daarvan als premier een perfect voorbeeld zijn’, zegt Janka Stoker.

Dan ‘de technopol’, afkorting van technische politicus. Deze heeft gemiddeld tot veel politieke ervaring, en weinig tot medium technocratische ervaring. Stoker: ‘Mark Rutte is een echte technopol. Hij had ook nog tien jaar leidinggevende functies bij Unilever.’

De derde soort premier is ‘de technicus’. Mensen die Dick Schoof kennen noemden hem in een portret in de Volkskrant ‘in elk geval geen technocraat’, al was niet helemaal duidelijk waarom precies. Volgens de definitie van Prime Ministers in Europe (‘veel technocratische en weinig politieke ervaring’) is Dick Schoof juist haast een uiterste versie, zegt Stoker. ‘Hij heeft géén politieke ervaring. En er zit zelfs nog een extra niet-politieke dimensie aan bij hem: hij is partijloos.’

Schoofs forse ervaring als topambtenaar heeft absoluut een positieve kant, zegt Stoker: ‘Hij weet complexe zaken uit te voeren. Maar het is de vraag of je met die kwaliteit alleen wegkomt.’

De vierde en laatste categorie is ‘de beginneling’: heeft politieke noch technische ervaring, of op zijn hoogst zeer weinig. Dat dit niet per definitie een bezwaar hoeft te zijn bewijst in Oekraïne minister-president Volodymyr Zelensky, voormalig komiek en acteur.

4. Politiek onervaren premiers zijn minder succesvol

Premiers zonder politieke ervaring, bijvoorbeeld als minister, leiden volgens Prime Ministers in Europe het vaakst een instabiel kabinet. Ze zijn vaak minder goed in delegeren, compromissen sluiten en het leidinggeven aan het kabinetsberaad. Er ontstaan dan sneller conflicten tussen ministers met eigen agenda’s. Stoker: ‘Bovendien krijgen we nu in Nederland een zeer divers kabinet met zowel partijministers als mensen van buiten. En hoe diverser de groep, hoe vaker conflicten. Dat weten we ook uit onderzoek.’

‘Er is een nieuw type minister-president in opkomst’, concludeert Prime Ministers in Europe. Juist rond premiers met weinig leiderschap over een politieke partij en een gebrek aan politieke ervaring zijn er volgens de onderzoekers ‘goede redenen om bezorgd te zijn’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Weekendverhalen

Het aantal mensen met allergieën als hooikoorts stijgt explosief. Hoe komt dat en wat heeft de wetenschap te bieden?

‘Mama, help!’ Waarom risicovol buitenspelen goed is voor kinderen – en hoe je ouders zover krijgt

Pissen in de tuin, Kamagurka kan het iedereen aanraden: ‘Daarna kan ik weer verder’

Source: Volkskrant

Previous

Next