Toen ik jaren geleden op een uitgeverij de ongevraagd ingestuurde manuscripten mocht beoordelen, zette ik daarbij weleens het nummer Paperback Writer van The Beatles op. Dear Sir or Madam, will you read my book? Ik voelde me die Madam, hoewel ik maar een stagiaire was en veel aspirant-schrijvers zich in hun begeleidende mails tot ‘de redactie’ of zelfs tot ‘de hoofdredacteur’ richtten. Die mails (het waren er honderden toen ik binnenkwam, er was een achterstand) hadden vaak een licht smekende toon, precies zoals in het nummer van Paul McCartney: „It took me years to write, will you take a look?”
Het was mooi geweest als ik op een dag de inbox had geopend en daar een dirty story had aangetroffen, over een dirty man met een clinging wife en een zoon die bij de Daily Mail werkt, maar dan zou het ook a thousand pages moeten beslaan en zo gek was natuurlijk niemand.
Dat wist McCartney dan weer niet, dat veel aspirant-schrijvers helemaal geen verhalen verzónnen, maar hun eigen sores rechtstreeks het papier op knalden. Als ik iets van die stage leerde (en van een stage moet je leren), dan was het hoe vreselijk het leven je te grazen kon nemen. De één had een trauma, de volgende een trauma en een ziekte en de derde een trauma en een ziekte en een afwezige vader. Al dat lijden moest ergens toe leiden, en wel tot een gepubliceerd boek, maar dat gebeurde zelden, of eigenlijk nooit. Dan nog kon de schrijver natuurlijk wat aan het schrijven hebben gehad, dat hoopte je in elk geval maar op het moment dat je zo’n mail met bijlage en al verwijderde.
Ik merk dat we de sombere kant opgaan, terwijl het zo vrolijk begon, met dat Beatlesnummer. Tijd om een zonnig iemand te introduceren: literair agent Paul Sebes. Er bestaat een filmpje van Sebes waarin hij advies geeft aan nog ongepubliceerde schrijvers. „Vraag je af waarom je het wilt. Als het antwoord is, omdat ik niet anders kan, een soort urgentie, innerlijke noodzaak, blablabla, allemaal van die literatuurderige dingen, dán vind ik het goed.”
Sebes is minder genadig voor mensen die uit zijn op roem of geld. „Mijn gouden tip voor die mensen is: houd ermee op en raak nooit meer een toetsenbord aan.” Pianomuziek, fade-out.
Zelf denk ik dat vrijwel iedereen die de moeite neemt om naast een baan en/of een gezin in de avonduren een vaak honderden A4’tjes tellend manuscript te schrijven dat doet uit een innerlijke noodzaak die verder reikt dan ‘dat Boekenbal lijkt me wel geinig’. Dat is juist het wrede: aan al die innerlijke noodzaak, openheid en integriteit heb je niks als je geen boek, alinea of zin kunt opbouwen. Aan de ene kant zijn die eisen volstrekt logisch, want ja zeg, en aan de andere kant is het hard dat je alleen wat te vertellen krijgt als je toevallig begrijpt hoe je het moet vertellen, of hoe een toevallige stagiaire denkt dat je dat moet doen – zonder al te veel clichés aaneen te rijgen, zinnen met ‘Echter’, te beginnen of meer zinnen met drie puntjes te laten eindigen dan met één. (De aspirant-schrijfster met deze beletseltekenverslaving hadden ze trouwens best uit kunnen geven, schrijvers moeten zich aan allerlei conventies houden maar ze moeten die conventies soms ook juist overboord gooien, niet te veel want dan is het ook weer niet goed, maar één of twee mag wel, dat is dan juist vernieuwend.)
Uiteindelijk zit het allemaal nog veel wreder in elkaar (het zal ook eens niet). Je kunt beter op de juiste Amsterdamse plekken opduiken dan in de manuscripteninbox, of een Instagramaccount met veel volgers bezitten, of familie van zijn, en weten wie in godsnaam Toine Donk is. Dat alles bij voorkeur voor je 25ste.
Nou niet alsnog somber eindigen: ik las dat tweevoudig Libris-winnaar Rob van Essen ooit als onbekende inzender uit de manuscriptenstapel is gevist. Zijn debuut didn’t make a million overnight, maar het is hoe dan ook een reden om die inbox in de gaten te houden.
Tessa Sparreboom is neerlandicus en oud-redacteur van Propria Cures.
Source: NRC