Jacco Verhaeren gaat dit najaar aan de slag als sportief manager bij wielerteam Visma – Lease a Bike. Eerst wacht de baas van de Franse zwemploeg een olympische klus in Parijs. V sprak Verhaeren over zijn werkwijze en filosofie.
De twee werelden van Jacco Verhaeren komen symbolisch samen als hij op de fiets (een stadsfiets weliswaar) arriveert bij het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion in Eindhoven. Hij is even terug in het zwembad waar ruim dertig jaar geleden zijn carrière als zwemcoach begon. In de toenmalige ‘klotsbak’ De Tongelreep legde hij de basis voor de successen van Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn. Later volgden hoogtijdagen met Ranomi Kromowidjojo.
Verhaeren, sinds 2021 directeur van de Franse zwemploeg, gaat per 1 oktober het sportief management van Team Visma – Lease a Bike versterken. De wielersport is een nieuw stiel voor de 55-jarige Brabander met brede sportinteresse, vooral als het gaat om prestatieprocessen en wedstrijdstrategie. Van Verhaeren is al jaren bekend dat hij als zwemcoach veel kennis en ideeën uitwisselt met andere takken van sport.
Over de auteur
Natasja Weber schrijft voor de Volkskrant over olympische sporten als hockey, zwemmen en paardensport.
In zijn nieuwe functie bij de wielerploeg wordt Verhaeren onder anderen coach van de coaches en gaat hij zich richten op sportinnovatie. Ook krijgt hij een belangrijke rol als verbinder tussen de mannen- en vrouwenploeg en zal hij speciale aandacht hebben voor de persoonlijke ontwikkeling van renners.
‘Ik voel me zeer vereerd een nieuwe professionele uitdaging aan te gaan bij een van de meest ambitieuze en professionele ploegen van Nederland’, zegt Verhaeren. ‘Wielrennen en zwemmen zijn verschillende sporten maar de wetten van topsport zijn universeel en op dat vlak wil ik graag mijn kennis en ervaring inzetten en delen maar ook verder verdiepen.’
Verhaeren, een goede bekende van scheidend sportief directeur Merijn Zeeman die naar AZ verkast, werd vorig najaar al op parttimebasis toegevoegd aan de performancestaf van de beste wielerploeg ter wereld in 2023.
Voordat hij bij Visma – Lease a Bike in dienst treedt, wacht Verhaeren een pittige klus als directeur van de Franse zwemploeg op de Olympische Spelen. Hij is binnengehaald om de randvoorwaarden scheppen die moeten leiden tot goede prestaties in Parijs.
Een belangrijke reden om te kiezen voor een Frans dienstverband vormden de Olympische Spelen ‘in eigen land’, zoals Verhaeren het verwoordt. ‘Ik wilde die dynamiek graag ervaren; wat gebeurt er in een land dat de Spelen organiseert? De laatste maanden zie ik Parijs veranderen; er wordt de laatste hand gelegd aan sportlocaties en op de Franse tv gaat het elke dag over de Spelen. Die hype is nu echt op gang gekomen, heel bijzonder om mee te maken. Maar ik kan er ook makkelijk uitstappen; een paar uurtjes met de trein en ik ben in Eindhoven.’
Na zeven jaar Australië waarin hij als hoofdcoach het topzwemmen uit het slop wist te trekken, is hij nu een kleine drie jaar in Frankrijk werkzaam in een vergelijkbare functie. Verhaeren, op wie de jaren weinig vat lijken te hebben, is de coach van de coaches en staat zelf niet meer langs de badrand.
Om zijn boodschap zo goed en genuanceerd mogelijk over te brengen, vond hij het belangrijk de Franse taal snel onder de knie te krijgen. Daarom toog hij een week naar ‘de nonnen in Vught’; het taleninstituut Regina Coeli. ‘Dat was ontzettend intensief maar het zette me wel op de juiste weg. Verder is het een kwestie van doen. Op trainingskamp spreek ik 80 procent van de tijd Frans.’
Het was nodig. Na twee zwaar teleurstellende Olympisch Spelen – met zowel in Rio als in Tokio één medaille voor de Franse ploeg – verlangt de zwemnatie in Parijs niets anders dan goud. De grote namen die het voor Frankrijk moeten doen zijn Léon Marchand (wisselslag), Maxime Grousset (vlinderslag) en sprinter Florent Manaudou.
‘Ik ben niet in dienst genomen om op de tent te passen’, zegt Verhaeren met zijn karakteristieke luide stem in het grand café van het zwembad. ‘Ik word altijd gevraagd als het niet goed gaat, dat was in Australië zo en dat is hier niet anders.’
In zijn beginperiode als zwemdirecteur bezocht Verhaeren de trainingslocaties en sprak hij uitvoerig met coaches over zijn visie en filosofie. Die filosofie berust op drie belangrijke pijlers: samenwerken, kennis delen en het creëren van een goede sfeer in de nationale ploeg.
‘Het gaat erom dat coaches met elkaar willen samenwerken, dat ze kennis delen. Dat geldt ook voor de sporters en de begeleidingsstaf. Hoe meer ze zaken met elkaar delen, hoe meer ze elkaar gaan zien. Dat geeft een heel positieve competitie waardoor de sfeer in de ploeg verbetert. Daarnaast hebben we de structuur geprofessionaliseerd. Iedereen kent zijn rol.’
Anders dan in Nederland – waar professionele zwemcoaches door de bond worden betaald – zijn de coaches in Frankrijk in dienst van verenigingen. Verhaeren hecht er veel waarde aan dat sporters niet te veel afhankelijk zijn van hun coach met wie ze dagelijks werken. Daarom voerde hij de maatregel in dat zwemmers op stages van de nationale ploeg worden getraind door andere coaches. Ook op de WK’s van 2022 en 2023 is op deze manier gewerkt.
De achterliggende gedachte is dat op de Spelen niet elke zwemmer over zijn eigen coach kan beschikken. ‘Ik denk dat 30 à 35 zwemmers zich zullen kwalificeren, terwijl ik 5 of 6 coaches kan meenemen’, licht Verhaeren toe. ‘Atleten moeten onafhankelijk kunnen presteren. Een coach kan ziek worden en dan gaan de Spelen ook door.
‘In veel individuele sporten zijn de sporters, in mijn ogen, veel te afhankelijk van hun coach. Het kan niet zo zijn dat je alleen maar kunt presteren als je coach in de buurt is. Op het startblok moet je het ook alleen doen.’
Verhaeren werkt graag volgens een model van invloed. ‘Ik zeg altijd tegen de coaches: ik sta hier niet omdat ik meer weet dan jullie. Ik sta hier om ervoor te zorgen dat jullie zó met elkaar samenwerken dat jullie met elkaar veel meer weten.
‘Geheimen bestaan er in het zwemmen niet. Ik heb de afgelopen decennia veel coaches gezien in veel landen, maar ik heb nog nooit een bijzonder trainingsschema gezien. In mijn overtuiging zit de winst in het kúnnen en wíllen delen van informatie.’
Zelf zegt Verhaeren ervan op te kijken dat hij er in Frankrijk relatief snel in geslaagd is om zijn zienswijze door te voeren. ‘In Australië had ik daar veel langer de tijd voor nodig, die cultuur vond ik weerbarstiger.’
Volgens de Nederlander heeft 80 à 90 procent van alle coaches zich achter zijn werkwijze geschaard. Zij nemen deel aan trainingskampen met de nationale ploeg in binnen- en buitenland waar de zwemdirecteur vrijwel altijd present is.
‘Ik dwing niemand om achter mijn visie te gaan staan’, stelt Verhaeren. ‘Ik vergelijk het vaak met voetbal; bondscoach Ronald Koeman gaat PSV-trainer Peter Bosz ook niet vertellen hoe hij moet trainen. Ik benader het simpel: je doet mee of je doet niet mee. Als je als coach je eigen weg kiest, vind ik dat prima.
‘Frankrijk kent geen gecentraliseerd bondsprogramma zoals in Nederland met twee trainingscentra in Amsterdam en Eindhoven. Wanneer een clubcoach een beter plan heeft, dan moet-ie dat doen.’
Wel eist Verhaeren dat alle coaches in aanloop naar en tijdens grote toernooien meegaan in de structuur en de cultuur die staat. ‘Twee weken voor de Olympische Spelen sluit iedereen aan bij de nationale ploeg. De ervaring van voorgaande WK’s leert ook dat dit prima gaat. De minderheid past zich snel aan. Voor degenen die in een cultuur willen werken van ‘ieder voor zich’ is geen plek.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant