Home

Memphis Depay weet zijn kledingaccessoires wel uit te kiezen

De modebewuste man die hard op weg is topscorer aller tijden van Oranje te worden, Memphis Depay, verscheen donderdag op het veld van de Kuip met een haarband. Het was een forse haarband, een hagelwitte zonder logo. Het was alsof hij zojuist een aerobicsessie met Jane Fonda achter de rug had, ergens in de jaren tachtig, of een potje had getennist met Björn Borg. Zo’n haarband was het.

Het was negen jaar nadat hij een hoed had gedragen, bij aankomst in Noordwijk in het hotel van het Nederlands elftal. Over die hoed, zwart en fors, was destijds veel te doen. Veel mensen vonden dat een grens fors was overschreden als een voetballer een hoed droeg.

Anderen, onder wie NOS-reporter Bert Maalderink, vonden dat Depay alleen een hoed mocht dragen als hij in elke interland minstens drie keer scoorde of een soortgelijke prestatie leverde. Depay was dat jaar niet in goede doen, dus de hoed was ongepast. Hij was bovendien pas 21. Veel te jong voor een hoed.

In een interview verschool Maalderink zich in 2015 achter ‘de buitenwereld’. Hij en Depay probeerden vanuit twee totaal verschillende werelden met elkaar te communiceren. Dat mislukte natuurlijk. Maalderink wierp Depay voor de voeten dat de buitenwereld een man met een hoed had gezien. Depay: ‘Ja, het is een hoed.’

Over de auteur
Paul Onkenhout was jarenlang voetbalverslaggever en is columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Precies, counterde Maalderink. Depay, nogmaals: ‘Het is een hoed.’ Nog een keer benoemde Maalderink zichzelf tot woordvoerder van de buitenwereld, alsof nog niet duidelijk was dat hij dat zelf was, de buitenwereld die afwijkende kleding of afwijkend gedrag alleen onder strenge voorwaarden toestaat. ‘En dan denkt de buitenwereld: wat doet die man met een hoed?’

Depay: ‘Tja, wat doet een man met een hoed. Die zet hij op.’ Onvergetelijk.

En nu dan een haarband, gedragen in de oefenwedstrijd tegen Canada. In de jaren tachtig en negentig zag je het vaker, voetballers met een brede haarband die hun halve voorhoofd aan het zicht onttrok, maar tegenwoordig waagt niemand zich er meer aan. Functioneel was de haarband zeker niet. Het kapsel van Depay heeft geen haarband nodig, alles blijft ook in een volle sprint op zijn plaats zitten. Een zweetband misschien? Onwaarschijnlijk.

De dartele revelatie van de dag, Jeremie Frimpong, lichtte een tipje van de sluier op. Hij noemde de naam van basketballer Allen Iverson, een voormalige ster uit de NBA die graag een haarband droeg. In Amerika kunnen ze het wel waarderen, sporters die de gebaande paden verlaten en zich op enigszins extravagante wijze presenteren.

Dan Nederland. Telegraaf-verslaggever Valentijn Driessen vroeg bondscoach Koeman wat de functie van de haarband was. Dat wist Koeman niet. Hij zei dat hij erdoor verrast was, hij zag het pas toen de spelers het veld opliepen. ‘Dus daar ga ik even rustig over slapen.’

De bondscoach voelde zich gepasseerd en leek niet enthousiast over de haarband. Toen heb je daar niks over gezegd, vroeg Driessen. Koeman: ‘Nee, ik heb tóén niks gezegd.’ De suggestie werd gewekt dat hij het alsnog zou gaan doen. Tot slot verwees Driessen naar ‘de oude Koeman, de trainer van een paar jaar geleden’, die zou meteen iets hebben gezegd over de haarband. Koeman, berustend: ‘Het is een nieuwe tijd.’

Het is de tijd dat sociale media ontploffen omdat een international met een geweldige staat van dienst in een oefenwedstrijd van Oranje een haarband draagt en daarom door de ‘buitenwereld’ wordt verguisd, op sociale media en elders. Intolerantie, haat tegen alles wat afwijkt en angst voor het ongewone: zwarte hoed, witte haarband, rode lap.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next