De huizenprijzen stijgen de komende jaren nog verder, voorspelt De Nederlandsche Bank (DNB). Dat komt deels doordat starters meer mogen lenen. Aan die extra financiële armslag hebben ze overigens weinig: woningen blijven voor hen vrijwel onbetaalbaar.
Dat blijkt uit de zogenoemde voorjaarsraming, waarin DNB vooruitblikt op de economische ontwikkelingen voor de komende jaren. De centrale bank verwacht dat de Nederlandse economie de komende jaren een klein beetje zal groeien. Dit jaar groeit het bruto binnenlands product (bbp) met 0,5 procent, in de twee jaren daarna met 1,3 procent.
Ook de inflatie is aardig getemd: DNB verwacht dat de gemiddelde prijzen dit jaar zullen stijgen met 2,8 procent. Dat is beduidend lager dan de inflatie in 2022, waarbij de inflatie ruim boven de 10 procent uitkwam.
Hoewel de inflatie afneemt, gaan de prijzen van woningen juist verder stijgen. De huizenprijzen liggen op dit moment al op een historisch hoogtepunt; dit jaar zal de stijging uitkomen op 5,9 procent. Ook in de jaren daarna blijven woningen duurder worden, met respectievelijk 4,1 in 2025 en 3,9 procent in 2026.
Die stijging wordt deels veroorzaakt doordat de hypotheekrente weer langzaam aan het dalen is, van 4,3 procent in december 2023 naar 4 procent in maart 2024. De verwachting is dat de hypotheekrente de komende tijd verder daalt, nu de ECB de beleidsrente voor het eerste in vijf jaar weer aan het verlagen is.
Ook het feit dat starters steeds meer mogen lenen, stuwen de prijzen op. Toch hebben ze weinig aan die extra leencapaciteit, concludeert DNB: per saldo verandert er voor starters weinig in de betaalbaarheid van woningen. En dat terwijl hun uitgangspositie toch ‘al ongunstig’ was. Zo kost een gemiddelde woning op dit moment 452 duizend euro, waarvoor je een bruto (huishoud)inkomen van 95 duizend euro nodig hebt. Slechts 39 procent van de huishoudens heeft nu een inkomen dat hoger ligt.
Source: Volkskrant