Home

Akkerbouwers kunnen niet zaaien vanwege de natte lente: ‘Het is nu al een verliesjaar’

Vanwege de overvloedige regenval sinds oktober kunnen veel akkerbouwers niet op hun land werken. Op sommige plekken zijn de suikerbieten nog niet eens gezaaid. Steeds vaker zal de Nederlandse landbouw te maken krijgen met dit soort weersextremen.

In het land van akkerbouwer Edwin Michiels zijn diepe sporen getrokken. Met zijn linkervoet staat hij in een van die sporen, het water komt tot zijn enkel. Met zijn rechtervoet houdt hij zijn balans op een strook modder die boven het donkere water uitkomt. Nog een stap naar links en het water zou over de rand van zijn kaplaarzen stromen. ‘Ik weet hoe diep het is, ik heb het spoor zelf getrokken’, zegt Michiels.

Dat was in januari, toen hij – enkele maanden later dan gepland – zijn suikerbieten rooide. Vanwege de overvloedige regenval afgelopen winter kon hij lang het land niet op. In januari eigenlijk ook niet. ‘Het waren vreselijke omstandigheden om te rooien’, zegt Michiels. ‘De laatste bieten hebben we met een rooimachine op rupsbanden uit de grond gehaald, om er maar bij te kunnen.’

Over de auteur
Maarten Albers is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en de voedingsindustrie.

Sindsdien is het er niet droger op geworden. Net als de winter was de lente dit jaar de op een na natste sinds het begin van de metingen. Gemiddeld over het hele land viel er anderhalf keer zo veel regen als normaal.

Op het perceel waar Michiels met zijn laarzen in de modder wegzakt heeft hij daarom sinds het rooien niets kunnen doen. Er steken wat grassprietjes uit de modder, maar het suikerbietenzaad – dat eigenlijk in maart of april de grond in had gemoeten – ligt nog in de opslag. Twee andere percelen heeft hij kunnen omploegen en bemesten, maar niet meer dan dat.

Uitzonderlijk weinig gezaaid

Hij is niet de enige. Volgens suikerbietencoöperatie Cosun was eind mei 4 procent van alle suikerbieten nog niet gezaaid. Dat is uitzonderlijk veel voor die tijd van het jaar. Door de aanhoudende natheid gaan de bieten veel later dan normaal de grond in. Hetzelfde geldt voor gewassen zoals aardappelen en maïs.

De grond moet eerst opdrogen voordat boeren er met hun machines op kunnen. Bovendien groeien gewassen niet goed op natte grond, en ontwikkelen ze geen goed wortelstelsel. Wordt het in de zomer weer droog, zoals vaak de afgelopen jaren, dan kan het gewas in die periode niet genoeg water opnemen. Ook zijn gewassen op natte grond vatbaarder voor schimmels.

‘Het watersysteem zit helemaal vol, dit heb ik nog nooit meegemaakt’, zegt Michiels terwijl hij zijn laarzen uit de modder trekt. ‘Onlangs was het een paar dagen warm en dacht ik dat ik het land op kon. Toen viel er 30 millimeter regen en was ik weer terug bij af.’

Grote klimaatrisico’s

Akkerbouwers waren juist gewend geraakt aan droogte. 2018, 2019, 2020 en 2022 waren uitzonderlijk droge jaren. Door het veranderende klimaat zullen zowel hevige regenbuien als periodes van extreme droogte vaker voorkomen.

De gevolgen daarvan hebben akkerbouwers de afgelopen jaren al gemerkt. 61 procent heeft minder opbrengsten gehad door weersextremen, bleek onlangs uit een enquête van vakblad Nieuwe Oogst. Zowel wateroverlast als droogte worden genoemd als grote klimaatrisico’s. Met drainage of druppelirrigatie kunnen boeren de gevolgen tot op zekere hoogte beperken, maar aanpassing kost geld en voorkomt niet alle schade.

Michiels heeft bijvoorbeeld greppels gegraven om het overtollige water richting de sloot te laten stromen. Maar door alle regen stond het water in die sloot een tijd lang zo hoog als de akker zelf. ‘Je doet wat je kan’, zegt hij. Verder is het een kwestie van geduld hebben en hopen op beter weer.

Nu al een verliesjaar

Nu het hele land kampt met zware regenbuien is de verwachting dat de premie voor de brede weersverzekering, die akkerbouwers met overheidssteun af kunnen sluiten, zal stijgen. Liever zou Michiels zijn winsten uit een goed jaar fiscaal voordelig willen reserveren, om daarmee een slecht jaar te kunnen compenseren.

‘Dit wordt een verliesjaar’, weet hij nu al. Normaal gesproken haalt Michiels zo’n 80 ton suikerbieten van elke hectare, dit jaar zou hij al blij zijn met de helft. Op de percelen die er het slechtst aan toe zijn heeft hij de suikerbieten al opgegeven.

Daarbij speelt mee dat Michiels zijn suikerbieten voor 1 oktober zou moeten oogsten en een vanggewas moet inzaaien, om uitspoeling van meststoffen naar het oppervlakte- of grondwater tegen te gaan. Anders mag hij volgend jaar minder mest gebruiken. Maar door het onvoorspelbare weer komen boeren in de knel met deze ‘kalenderlandbouw’. Belangenbehartiger LTO, waar Michiels actief is, wil daarom meer flexibiliteit. ‘Je ziet nu dat de natuur zich niet laat sturen door beleid’, zegt Arjen Brak, sectorspecialist akkerbouw bij LTO. ‘Als aardappels nu nog niet gepoot zijn, gaat het niet lukken ze voor 1 oktober te oogsten.’

Verzopen aardappels

‘In vergelijking met het zuidoosten is het in het noorden droger geweest en zijn de werkzaamheden vaak wel afgerond’, zegt Brak. ‘Maar ook daar is aanzienlijke schade door de aanhoudende neerslag. Aardappels zijn bijvoorbeeld verzopen en nu aan het rotten, met alle gevolgen van dien.’

Ook buren van Michiels hebben hun velden ingezaaid, maar tussen de rijen groene blaadjes die uit de grond steken zijn donkere plekken en zelfs plasjes water te zien. Grote kans dus dat de oogst dit jaar flink lager uitvalt dan normaal, en het voedsel duurder wordt.

Michiels beseft dat dit soort weersextremen in de toekomst vaker voor zullen komen. Hij wil zijn bedrijf daarom verbreden met bamboe- en houtteelt. Op de kavel naast zijn huis heeft hij al een paar boompjes geplant, maar het zal nog jaren duren voordat die iets opbrengen. Ondertussen heeft de regen om de boompjes heen een vijver gevormd, waarin de kikkers vrolijk kwaken.

Vier op vijf boeren kampt met extreem natte akkers

Uit een enquête van vakblad Nieuwe Oogst onder ruim tweeduizend boeren blijkt dat 80 procent van hen momenteel kampt met extreem natte percelen. Daarbij gaat het vaak om meer dan 20 hectare per bedrijf. Ongeveer de helft van de boeren verwacht in ieder geval een deel van de akkers opnieuw in te moeten zaaien of poten.

Bij 43 procent van de boeren zitten alle gewassen al in de grond. Een op de tien boeren heeft nog helemaal niets kunnen zaaien of poten. De problemen spelen vooral bij aardappelen en maïs, en in mindere mate bij gras, suikerbieten en uien. Vier op de vijf boeren denkt niet voor 1 oktober te kunnen oogsten.

De verwachte opbrengstderving van de gewassen loopt sterk uiteen. 9 procent van de boeren verwacht een normale oogst. Een kwart rekent op 11 tot 20 procent minder, nog eens een kwart gaat uit van 21 tot 50 procent minder opbrengsten.

Voor een op de tien boeren is het teeltseizoen nu al niet meer te redden. Een kwart denkt dat het nog wel goed komt. De rest weet het niet of verwacht dat het gedeeltelijk goed zal komen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next