Home

Windows op Arm-laptops

Tijdens de Computex waren twee belangrijke trends zichtbaar. Ten eerste was er natuurlijk AI, waaraan elke fabrikant zijn product probeerde te koppelen, hoe mager de relevantie en binding ook is. De hype train is immers in volle vaart en je kunt maar beter aan boord zijn, denken alle fabrikanten. Ter illustratie: opeens komen ze met AI-workstations: non-gamingbehuizingen waarin een 'AI-pc' gehuisvest moet worden. Opslag en geheugen zijn allemaal geschikt voor AI-workloads en elk stukje hard- of software dat zijdelings met large language models te maken kan hebben, is AI.

De link van AI met de tweede trend, die van de opmars van laptops waarin een Arm-chip zit in plaats van een x86-processor, is duidelijker dan die met menig ander product. En over die tweede trend, de explosie aan Arm-laptops met natuurlijk een dikke AI-saus in de vorm van Microsofts Copilot+, moeten we het hebben. Welke factoren hebben eraan bijgedragen dat 'de industrie' juist nu de tijd rijp acht voor laptops met een Arm-chip aan boord? We weten allemaal hoe het is afgelopen met de vorige poging om Windows naar Arm-devices te brengen. Of misschien niet en heb je het debacle dat Windows RT heet, helemaal gemist een jaar of twaalf geleden.

Arm-chips zijn succesvol in tablets en smartphones, maar in de pc-wereld vooralsnog nauwelijks doorgedrongen. Voor deze hernieuwde poging om Windows op Arm-chips aan de gang te krijgen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. In het kort moeten de socs zelf, de Arm-chips met hun cores, gpu's en overige onderdelen, natuurlijk krachtig genoeg zijn om een vlotte gebruikerservaring mogelijk te maken. Windows 11 draait namelijk, in tegenstelling tot het eerdergenoemde Windows RT, in zijn volledige, dus niet-uitgeklede versie op Arm-socs. Die socs zijn afkomstig van Qualcomm, dat samen met Microsoft werkt aan optimalisatie van Windows op zijn Snapdragon-socs.

Nog een factor die maakt dat de tijd nu rijp lijkt te zijn, is de softwarecompatibiliteit. Voorheen moesten veel toepassingen nog in x86-x64-emulatiemodus gedraaid worden, terwijl steeds meer toepassingen nu native voor Arm (en x86 natuurlijk) worden geschreven. En last but not least is er die eerdergenoemde Copilot+-feature, die voor een groot deel draait op Snapdragon-laptops, naast enkele op AMD en Intel gebaseerde laptops. De magische woorden hierbij zijn soc, npu, en Tops. Copilot draait namelijk op laptops met een soc waarin naast cpu- en gpu-cores ook een npu, of neural processing unit, zit. Die moet een flink deel van het rekenwerk voor de AI-features voor zijn rekening nemen, en de eis van Microsoft is dat die npu tenminste 40Tops aan rekenkracht aan boord heeft.

Die Tops is een eenheid die je misschien, terecht, aan de flops van een videokaart doet denken. Het ops-deel is bij beide operations per second, en bij videokaarten staat 'fl' voor floating point; het aantal floatingpointberekeningen per seconde dus. Bij de npu en zijn AI-workloads zijn het ongedefinieerde operaties per seconde, want AI-workloads kunnen zowel floatingpointgetallen (bijvoorbeeld FP16, FP8, FP4) als hele getallen of integers, als INT8, gebruiken. De T staat net als bij Tflops voor tera, oftewel 10^12 of een biljoen berekeningen per seconde.

Tijdens de Computex en vlak daarvoor werden tal van laptops en aanverwante devices aangekondigd die de combinatie Snapdragon-soc, Windows 11 en AI verenigden in Copilot+ PC's. We bekijken de Computex-modellen in dit verhaal, en kijken naar de stand van zaken rond Windows, Copilot, AI en de toepassingen voor Arm-laptops en AI.

Source: Tweakers.net

Previous

Next