‘Vluchtelingen welkom’, staat er op de stickers die iemand op lantaarnpalen heeft geplakt. Ze hangen door de hele wijk, de meeste op de route die de kinderen van de Internationale Schakelklas lopen. Of, eigenlijk, daar hingen ze. Want sinds kort zit er steeds vaker een andere sticker overheen. ‘Vreemde in eigen land’, staat erop, en daaronder: ‘Stop ongecontroleerde migratie.’
Stel je voor: dan heb je alles wat je kende achter je moeten laten – je huis, je school, vrienden, familie. Je bent misschien in een wiebelig bootje een gevaarlijke zee overgestoken of hebt dagenlang achterin een donkere vrachtwagen gezeten. Je hebt het koud gehad, bent bang geweest, uitgeput, getraumatiseerd, wanhopig, alleen. En dan komt een of andere lul de behanger die nooit oorlog, onderdrukking of hongersnood heeft meegemaakt met een sticker duidelijk maken hoe zielig dit allemaal is – voor hém.
‘Empathie voor migranten kalft in rap tempo af’, kopte de Volkskrant deze week. Uit onderzoek blijkt dat mensen het afgelopen half jaar nog negatiever zijn geworden over asielzoekers dan we al waren. Slechts een schrale 39 procent vindt nog dat Nederland een morele plicht heeft om vluchtelingen op te vangen. Bijna de helft is voor grenscontroles binnen Europa. Even deprimerend als de percentages zijn de uitspraken die erbij horen. ‘De buitenlandse fortuinzoekers moeten zo snel mogelijk luilekkerland uit.’ ‘Nederland stelt zijn eigen bevolking achter op immigranten.’ ‘Asielzoekers krijgen alles, terwijl wij krom moeten liggen om alles in orde te krijgen.’
Over de auteur
Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Socioloog Mieke van Stigt schreef eerder al eens: ‘De sfeer in Nederland is grimmig geworden.’ En: ‘We zijn één grote pestende klas geworden.’ Dat is het precies. Als echte treiterkoppen gaat men als eerste achter de kwetsbaarsten aan: de vluchtelingen en de ongedocumenteerden. Die natuurlijk geen ‘fortuinzoekers’ zijn die ‘alles krijgen’, maar mensen die bijna alles kwijt zijn en die al zoveel minder rechten en privileges hebben dan mensen met een Nederlands paspoort.
Van Stigt stelt dat pestgedrag onder andere voortkomt uit een gevoel van onveiligheid. Een terecht gevoel, want in onze kapitalistische samenleving staat er voortdurend van alles op instorten: de economie, de natuur, het klimaat, het onderwijs, de zorg, de huizenmarkt, internationale stabiliteit – de toekomst.
In tijden van onveiligheid neigen mensen naar sterke leiders en zondebokken. In het ideale geval zijn er ook andere leiders, die daar tegenwicht aan bieden; die mensen verbinden en aanspreken op gedeelde waarden, zoals menselijkheid en respect. Van Stigt: ‘Empathie is niet zozeer een eigenschap van mensen, als iets wat in een groepsproces kan groeien of juist afgebroken wordt, afhankelijk van hoe situaties en mensen gedefinieerd worden.’
Helaas is dat laatste type leider momenteel even niet op voorraad. In plaats daarvan zijn de extreem-rechtse ellendelingen in de aanbieding; rasechte volksmenners die er niet voor terugdeinzen om voor extra zetels die gevoelens van onveiligheid tegen bijvoorbeeld vluchtelingen te keren.
Journalist Naomi Klein beschreef het in Tegenlicht afgelopen zondag als het richten van reële woede. Mensen voelen, met reden dus, dat het economisch systeem ze in de steek laat. Bovendien zijn we ons op zijn minst halfbewust van hoe onze levens – onze kleding, voedsel en energie – zijn verweven met misère elders in de wereld. ‘Wij zijn de parasieten’, stelt Klein. ‘We ontlenen onze gemakken aan de ellende van anderen. En we zijn, op een zeker niveau, bang dat de mensen van wier ellende onze levens afhankelijk zijn ons te grazen zullen nemen.’
Politici als Wilders en de Italiaanse premier Meloni spelen daar als volleerd poppenspelers op in, door te suggereren: straks komen die anderen het ons betaald zetten. Straks komen ze onze gemakken ophalen. Komen ze het geluk zoeken dat wij al hebben.
De angst en haat die zo’n drogbeeld oproept, is brandstof voor de dorstige extreem-rechtse machine. Maar deze emoties zijn niet terecht. Ze zijn het gevolg van kwaadaardige manipulaties door de bruinhemdige opperpestkoppen, die ons, voor eigen gewin, met hun dreigende ficties, willen laten vergeten hoe we empathie voelen. Hoe onze menselijkheid werkt.
We zijn geen vreemden in ons eigen land. Maar als we niet oppassen, worden we wel vreemden in ons eigen hart. En dat is veel erger.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns