Home

Kinderen over het leed door de toeslagenaffaire: ‘Mijn leven had dus niet zo hoeven lopen’

De toeslagenaffaire dupeerde naast ouders ook 95 duizend kinderen. Het Rotterdams Wijktheater maakte een theatervoorstelling over hun ‘verloren jeugd’. De Volkskrant sprak met drie betrokkenen. ‘Ik heb me altijd afgevraagd waarom mijn gezin zo verknipt was.’

Het moment waarop het gezin van de toen 8-jarige Noraly Silva Soares werd afgesloten van de elektriciteit, vond ze bijna feestelijk. Noraly stond op het punt naar bed te gaan toen haar ouders in allerijl kaarsen uit kastjes tevoorschijn moesten toveren. Zo werd ze bij het schijnsel van kaarslicht naar boven gebracht. ‘Ik vond het een groot avontuur’, vertelt ze. ‘Helemaal omdat mijn vader halverwege de trap zei: vertel dit maar niet op school.’

Nu, ruim acht jaar later, weet Noraly dat het helemaal geen feestelijk moment was. Het was een dieptepunt voor haar ouders, die als gevolg van de toeslagenaffaire een belastingschuld van bijna een ton hadden. Een schuld die het zeskoppige gezin in totaal bijna vijftien jaar lang gijzelde in armoede. ‘Ik wist niet beter dan dat er nooit geld was’, zegt de inmiddels 16-jarige Noraly. ‘Maar nu ik de reden ken, weet ik dat ik beter had kúnnen weten.’

Over de auteur
Marieke de Ruiter is economieredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

Nederland telt ruim 95 duizend kinderen als Noraly. Kinderen wier ouders het doelwit waren van een uit de hand gelopen fraudejacht. Net als dat van hun ouders, werden ook hun levens getekend door armoede en geldzorgen. Maar anders dan hun ouders hadden ze geen idee van de oorzaak. En er is nog een verschil: hun verhalen bleven tot dusver vaak onverteld.

Het Rotterdams Wijktheater wil daarin verandering brengen. Zaterdag gaat in de Maasstad de voorstelling Verloren Jeugd in première. Interviews met twaalf toeslagenkinderen vormden de basis voor het script. ‘Hun ervaringen zijn heel verschillend geweest’, vertelt producent Stefan van Hees. ‘Maar ze hebben één ding gemeen: deze kinderen moesten allemaal heel vroeg volwassen worden. Daarom spreken we van een verloren jeugd.’

In het theaterstuk komen de waargebeurde ervaringen van de geïnterviewden samen in het fictieve verhaal van een broer en twee zusjes. Ze krijgen te maken met honger, uithuisplaatsing en huiselijk geweld. De Volkskrant sprak met drie jongvolwassenen die meewerkten aan de voorstelling over die verloren jeugd, maar ook over hun toekomst. Want hoe bouw je een leven op na zo’n valse start?

Gilliano

De moeder van Gilliano Main (26) was altijd al ‘een pittige tante’. Het was de reden dat haar relatie met zijn vader stukliep en Gilliano met haar, zijn twee zussen en broer naar Rotterdam verhuisde. Daar kwam het huishouden in 2007 onder hoogspanning te staan. ‘Mijn moeder werd ineens boos om de kleinste dingen’, herinnert hij. ‘Ik had geen idee wat er aan de hand was en werd bang voor haar.’

De 9-jarige ging op zijn tenen lopen, want de klappen die hij kreeg met blackberry-opladers en verlengsnoeren waren niet zomaar ‘corrigerende tikken’. ‘Ik wilde nooit wat vragen. Nooit. Zelfs toen ik een brief van school kreeg dat er geld moest worden betaald voor het schoolreisje, durfde ik er niet over te beginnen. Ik legde de brief zichtbaar op tafel in de hoop dat mijn moeder hem zou zien en betalen. Ik heb sindsdien elk schoolreisje gemist.’

Gilliano bracht zijn dagen het liefst buiten door, op het pleintje voor zijn huis. Daar kreeg hij het gevoel dat hij wel ergens goed in was: voetballen. Ondertussen begon het zijn school op te vallen dat zijn tas tijdens de pauzes geregeld leeg bleek en hij vaak hoofdpijn had. ‘Tijdens de rapportbespreking merkte de docent op dat ik onverzorgd naar school kwam. Dat vond ik zo erg om te horen, want ik had het zelf niet eens door. Ik was de situatie normaal gaan vinden.’

Het is goed denkbaar dat de levens van de toeslagenkinderen anders waren verlopen als hun ouders niet ten onrechte tot fraudeur waren bestempeld. Al misten veel gezinnen weliswaar al een paar ‘vinkjes’ en werden ze er juist daarom uitgepikt door de Belastingdienst. Zo hadden gedupeerde ouders vaker een laag inkomen, was de helft alleenstaand moeder en had driekwart een migratieachtergrond. In tweederde van de gezinnen was bovendien al sprake van schulden.

Maar vaststaat dat de toeslagenaffaire eventuele kwetsbaarheden in stand heeft gehouden, vergroot en vaak vermenigvuldigd, blijkt uit het inspectierapport Kind van de rekening. Niet alleen omdat de schulden onredelijk hoog waren, maar ook omdat er geen enkele coulance was in het terugbetalen ervan: vanwege hun fraudelabel kwamen ouders niet in aanmerking voor een betalingsregeling. Het rapport spreekt van een ‘ontwrichtende werking’ op gezinnen, die vrijwel zonder uitzondering de armoede in werden gedrukt.

Die armoede betekende voor het gezin van Noraly dat niet alleen de elektriciteit werd afgesloten, maar op gegeven moment ook het water. ‘Mijn moeder zei: we gaan even naar de buren om daar tanden te poetsen, douchen konden we als we gingen logeren bij opa en oma. Als kind ga je daar gewoon in mee, maar nu denk ik weleens: wat als we erover hadden verteld op school? Waren we dan net als al die andere kinderen uit huis geplaatst?’

Evelyne

Voor de 32-jarige Evelyne (die niet met haar achternaam in de krant wil) was er een leven voor en een leven na de blauwe brieven. In het eerste had haar familie een vakantiehuisje in Friesland en werkte haar moeder als manager bij een bank. Het tweede begon na de scheiding van haar ouders, toen haar moeder een halfbroertje kreeg met een andere man. Op het moment dat die naar de opvang ging, begon de ellende.

Niet dat Evelyne dat in de gaten had. Ze was 14 en zat in de derde klas van het tweetalig vwo in Amersfoort. ‘Het enige dat ik merkte, was dat mijn moeder steeds meer ging werken. Omdat tegelijkertijd mijn broertje van de opvang werd gehaald, kwam de zorg voor hem op mij terecht. Ik moest schoonmaken, boodschappen doen, zorgen dat hij te eten kreeg, hem naar bed brengen.’

Al die tijd had Evelyne geen idee dat het geldzorgen waren die haar moeder dwongen zo hard te werken. ‘Ik dacht gewoon dat ze een workaholic was, dat ze liever op haar werk was dan bij ons’, vertelt ze. ‘Natuurlijk zag ik wel dat de zelfzorg er bij in schoot en dat overal stapels brieven lagen omdat mijn moeder de post niet meer wilde openen. Maar ik heb de puntjes nooit aan elkaar verbonden. Achteraf misschien een beetje naïef.’

Of het een schreeuw om aandacht was of een smaakkwestie, durft Evelyne niet te zeggen, maar ze begon zich steeds rebelser te kleden. ‘Ik had een lippiercing, neuspiercing, gekleurd haar, zwarte kleren en luisterde metal. Ik was boos, want ik dacht: waarom heeft mijn moeder nooit tijd voor mij? Waarom ziet ze me niet?’ Het lukte Evelyne niet langer alle ballen hoog te houden, ze begon met spijbelen, bleef twee keer zitten en moest stoppen op het vwo.

Uiteindelijk raakte de scholier depressief. ‘Ik had mezelf zolang weggecijferd dat ik me op gegeven moment niks meer waard voelde. Zelfs mijn eigen moeder hield niet van me. Toen dacht ik: wat heeft het nog voor zin?’ Dat was het moment dat de huisarts voorstelde dat Evelyne uit huis zou gaan, een beetje rust zou haar goeddoen. Op haar 17de betrok ze een kamer in het huis van haar oudste zus. ‘Op dat moment haatte ik mijn moeder.’

Dakloos

In Rotterdam was het niet Gilliano die uit huis vertrok, maar zijn moeder. Toen hij 15 was, meldde ze dat het gezin terstond naar België zou verhuizen. Net als naar schatting duizend andere toeslagenouders ging ze op de vlucht voor de Belastingdienst, al zei ze dat er niet bij. ‘Toen dacht ik: nee, je hebt al veel van me afgenomen, maar ik ga niet weg uit Rotterdam, mijn voetbal was hier, mijn vrienden en school.’

In eerste instantie mocht Gilliano samen met zijn 17-jarige broer in het huis blijven wonen, ze hadden de tijd van hun leven. Maar toen de huurachterstanden opliepen, zegde zijn moeder toch het contract op. Gilliano was woest. ‘Ik heb die dag dat we het huis uit moesten, al mijn spullen weggegooid: mijn bed, bank, meubels. Ik had een hele zomervakantie gewerkt voor een hoverboard, ook weggesmeten.’

Vanaf dat moment was de puber dakloos. Met een koffer trok hij van vriend naar vriend. De voetbalclub waar hij inmiddels semiprof speelde, zag hem na de zomerstop niet meer terug − te veel aan zijn hoofd.

Uiteindelijk raakte Gilliano zelf ook in de schulden. Een lot dat veel meer toeslagenkinderen trof, blijkt onder meer uit het rapport Ken ons, help ons van onderzoeksbureau Diversion. Om hen ‘een steuntje in de rug’ te bieden, kwam het demissionaire kabinet twee jaar geleden met de Kindregeling: een bedrag van 2- tot 10 duizend euro voor de kinderen van erkende gedupeerden. Daarnaast kunnen zij een beroep doen op ondersteuning van de gemeente.

Voor het eerst eigen geld

De ervaringen van de jongeren daarmee zijn wisselend. Voor Gilliano, die na een schuldentraject van twee jaar nog altijd 8.000 euro schuld heeft bij studiegeldverstrekker DUO, is het bedrag ‘snoepgeld’. Hij zit op dit moment met post­trau­ma­ti­sche stress­stoor­nis in de bijstand.

Evelyne, die met 27 duizend euro studieschuld eveneens getraumatiseerd in de bijstand zit, hekelt het nog altijd bestaande wantrouwen. ‘Toen ik mijn gemeente vroeg of ze mijn eigen risico wilden vergoeden omdat ik in therapie ging met mijn moeder, zeiden ze: er moet wel een onafhankelijke psycholoog vaststellen dat jullie band door de toeslagenaffaire is geschaad. Toen dacht ik: láát maar.’

Voor Noraly voelt het nog altijd gek dat ze überhaupt wordt geïdentificeerd als ‘toeslagenkind’. ‘Want ik weet niet beter. Ik weet niet wie ik zou zijn geweest zonder het schandaal’, vertelt ze. ‘Toen mijn ouders ons mee uit eten namen om te vieren dat ze erkend gedupeerde waren en hun schulden waren kwijtgescholden, had ik geen idee wat ‘schuldenvrij’ betekende, ik dacht dat iedereen altijd geldzorgen had.’

Dat ze nu 8 duizend euro heeft gekregen van de overheid, vindt de 16-jarige ‘heel spannend’. ‘Ik heb nog nooit eigen geld gehad − als ik 3 euro vroeg aan mijn ouders kon dat al niet − en dan ineens heb je zo’n bedrag. Ik vind het best wel een verantwoordelijkheid om dat goed uit te geven. Ik probeer heel goed na te denken of ik iets wel echt nodig heb.’

Opluchting en verdriet

Of ze het nu veel vinden of weinig: Noraly, Gilliano en Evelyne zijn het erover eens dat geen bedrag kan goedmaken wat ze in hun leven zijn misgelopen. ‘Mijn jeugd is me afgenomen, en daarmee alles wat ik had kunnen zijn’, zegt Gilliano. ‘En ik voel me ook schuldig, want ik ben zo lang boos geweest op mijn moeder omdat ik dacht dat zij haar zaakjes niet op orde had. Nu weet ik dat ik boos had moeten zijn op de overheid.’

Ook Evelyne is anders naar haar verleden gaan kijken sinds haar moeder, met wie ze na zeven jaar radiostilte weer sporadisch contact heeft, vertelde dat ze gedupeerden waren. ‘Ik dacht altijd: waarom is ons gezin zo verknipt?’, zegt ze. ‘Nu ik weet dat het niet onze eigen schuld is geweest, voel ik opluchting maar ook verdriet: want mijn leven had dus niet zo hoeven lopen.’

Inmiddels is de 32-jarige Amersfoortse bezig haar ‘verloren’ jeugd in te halen, precies op het moment dat haar leeftijdsgenoten volwassen stappen nemen. ‘Zij zijn nu bezig met huizen kopen en kinderen krijgen’, lacht ze. ‘Ik met Harry Potter-lego en workshops keramieken. Voordat ik weer de zorg ga dragen voor iets of iemand anders, wil ik eerst voor mezelf zorgen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next