Home

Wat zijn dit voor vragen? De tunes van Tonny Eyk zitten in het collectieve tv-geheugen van de jaren tachtig en negentig. ‘Ik heb zoveel gemaakt, joh.’

Componist en tv-persoonlijkheid Tonny Eyk (83), pseudoniem van Teun Eikelboom, heeft de Oeuvre Award Music in Media gekregen. Geld of erkenning? Elf dilemma's voor Tonny Eyk.

Accordeon of piano?

‘Accordeon speelde ik beter dan piano. Een piano kregen we pas toen ik een jaar of twaalf was. We hadden er thuis geen geld voor, ik heb ook nooit speciaal les genomen. De Duitsers die na de oorlog uit Nederland waren gevlucht, hadden nog wat spulletjes achtergelaten en mijn vader kon daardoor goedkoop aan twee accordeons komen voor mij en mijn tweelingzusje Jeanette.

‘In 1947, op ons 7de, hadden we ons eerste optreden. Twee kindertjes met krulletjes, vonden de mensen leuk. Variété-avonden begonnen altijd met accordeon om de zaal los te krijgen. Vaak hadden de duo’s namen die uit de voornamen waren samengesteld. Wij werden Les Deux Jeauteux. Het betekende niks natuurlijk, maar het klonk lekker Frans.

Over de auteur
Merlijn Kerkhof is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.

‘In 1954 overleed onze moeder en zijn we beroeps geworden. We speelden in kampen voor DUW-arbeiders die in Zeeland en andere gebieden het land heropbouwden dat was getroffen door de Watersnoodramp. Die mensen stonden om 6 uur op, werkten zich te pletter en ’s avonds mochten wij dan voor ze spelen. Dan vielen ze in slaap omdat ze zo hard hadden gewerkt.

‘Ik ben niet naar het conservatorium gegaan voor piano, maar met het hoofdvak trombone, want ik dacht: ik kan niet voor eeuwig met die accordeon op schoot zitten. Ik werd aangenomen door mijn absoluut gehoor. Ik moet niet opscheppen, maar de docent drukte een paar toetsen in op de piano en ik kon alle tonen benoemen. Van Bartók of Stravinsky had ik nog nooit gehoord. We hadden helemaal geen platen. Ik voelde me er helemaal thuis.’

Studio Sport of Toppop?

‘Ik heb voor allebei de programma’s de tunes geschreven. Die voor Toppop is nog uitgeroepen tot de beste van de Avro. Maar ik zeg toch Studio Sport. Er kwam ooit een meneer naar me toe die zei: dit is het beste wat ooit op tv is geweest. Ze hebben het één keer veranderd, toen had een amateur er een flut-arrangementje gemaakt. Toen hebben Leidse studenten er nog voor gezorgd dat mijn versie terugkwam.

‘De meeste van mijn muziekjes zijn verdwenen, die kent niemand meer, maar dit zit in het collectieve geheugen. Ik heb zoveel gemaakt, joh. (Hij begint te zingen.) ‘Dit is Avro’s Wie-kent-kwis… Die ken je zeker niet hè? Je ouders wel hoor, die kennen het wel.’

Componeren voor kinderen of volwassenen?

‘Volwassenen. Als je voor kinderen wil schrijven, moet je van goeden huize komen. Zeker als je voor kleuters schrijft. Die hebben een kleine stemomvang, daar wordt weinig rekening mee gehouden. Je moet voor kinderen altijd binnen het octaaf blijven, ontdekte ik. Een melodie voor kleuters hield ik tussen de vijf tonen. Dat maakt het veel moeilijker om met iets leuks te komen.’

Op een onbewoond eiland of Ik heb zo waanzinnig gedroomd?

‘Geen enkel idee! Ik ben er natuurlijk wel trots op dat die liedjes tot de populairste van Kinderen voor Kinderen behoren. Al hoor je ze nu niet zo vaak meer. Ik heb eigenlijk niet zo gek veel voor Kinderen voor Kinderen gemaakt, omdat de vrouw die het organiseerde graag het laatste woord over de liedjes en teksten wilde hebben. Geen sprake van, zei ik. Dus dat boterde niet zo.’

Werken met Rudi Carrell of Johnny Jordaan?

‘Dat is toch te moeilijk? Rudi was een fenomeen. Je hebt geen idee hoe populair hij was. In Duitsland werkten we voor de tv met een grote regisseur. Die kwam naar ons toe en zei: er moet 50 seconden van de muziek af. Zei Rudi: ‘Dat bepaal jij niet, dat bepaalt de muzikant.’ Dan luisterden ze wel, hoor.

‘Hij had een keer een zeehondenact, maar die zeehonden wilden niet komen, die bleven waar ze zaten. Hoe hij dat dan opving! En niemand durfde bij hem zijn kleedkamer in, zo’n grootheid was hij. Maar ik heb in 1962 in Nieuw-Guinea met hem opgetreden voor de Nederlandse militairen en met hem op de kamer geslapen. Wat wil je nog meer?

‘Met Johnny Jordaan heb ik opgetreden in Australië, Nieuw-Zeeland en Canada, voor Nederlandse emigranten. We kregen iedere avond bitterballen. Stapelgek werden we ervan. Maar Johnny die dan ’s nachts nog even voor de artiesten ging zingen, dat is het mooiste wat ik ooit heb gezien. Als die man optrad, werd hij iemand anders. Hij had iedereen in zijn greep.’

Klassieke muziek of variété?

‘Ik schrijf nu alleen nog voor klassieke ensembles. Ik heb veel voor de Fancy Fiddlers gemaakt (het strijkorkest van de in 2021 overleden vioolpedagoog Coosje Wijzenbeek, red.). En voor Jaap van Zweden. Mijn muziek is zelfs in Sint-Petersburg uitgevoerd, in de zaal waar nog stukken van Tsjaikovski in première zijn gegaan. Dat ligt nu natuurlijk een beetje moeilijk door de oorlog. Nee, ik ben er niet naartoe gegaan. Ik moet sowieso niets van die Russen hebben, haha.

‘Het componeren gaat me makkelijk af en ik vind het leuk. Ik heb ook voor zoveel series geschreven… De stille kracht. Hollands glorie. Een stuk of acht, negen tv-series. Dat waren allemaal series van tien stuks of zoiets. De zevensprong, zegt je dat wat? Dat werd allemaal gespeeld door de omroeporkesten. Dus de brug naar klassiek was nooit zo groot.’

Sterrenslag of de Mini-playbackshow?

‘Bij Sterrenslag was ik scheidsrechter. BN’ers moesten allemaal opdrachten uitvoeren. Je wil niet weten hoeveel echtscheidingen dat programma heeft opgeleverd omdat die mensen ver van huis met elkaar zaten opgescheept.

‘Ik kies de Mini-playbackshow, daar ben ik dertien jaar jurylid geweest, met Bulletje (een stierenpop, red.). Ik had met Mies Bouwman gewerkt, met Willem Duys, maar met Henny Huisman was de verhouding anders. Die had z’n manager meegenomen die hem goede raad gaf en hem lag te masseren. Hij bedoelde het goed, maar we waren collega’s, geen vrienden. Ik heb ook nooit met hem gegeten. Hij was vegetariër.’

Van Kooten en De Bie of André van Duin?

‘Dat is vragen of je nou meer van je zusje of je broertje houdt. Het is familie geworden. André heb ik voor het eerst op de radio laten zingen, vijftig jaar geleden. Dat heeft hij fantastisch gedaan. Professioneel had ik de tijd van mijn leven met Kees en Wim.

‘In de zomers gingen we samen naar mijn huis in Frankrijk om liedjes te maken voor hun grammofoonplaten. Dat kwam er nooit van, want we hadden veel te veel lol. Vlak voor we moesten gaan opnemen, ging de telefoon en belde Kees. ‘Heb je een potloodje?’

‘Dan schreef ik de tekst over, componeerde ik er snel muziek bij. Mijn vrouw Liesbeth bracht de bladmuziek diezelfde avond nog naar een kopiist en de volgende dag lagen de partijen voor de muzikanten klaar in de studio. Kees en Wim waren hartstikke muzikaal, ik hoefde amper aanwijzingen te geven. Hen te hebben mogen begeleiden, iets mooiers kan ik niet bedenken.’

Den Haag of Badhoevedorp?

‘Dé Haag is het. De stad der steden, mijn geboorteplaats. Ik woonde in het Laakkwartier, daar waren veel rellen. We zijn uiteindelijk naar Amsterdam vertrokken omdat mijn vrouw, die ballerina was, bij Het Nationale Ballet danste. Woonden we op de Prinsengracht, kon ze zo naar de Stadsschouwburg lopen. Later hebben we dit heerlijke huis gekocht in Badhoevedorp. Je moet hier gaan wonen, joh! Ze zijn hier geweldige huizen aan het bouwen. Maar ik blijf een Hagenees.’

Erkenning of royalty’s van de Buma?

‘Erkenning. Geld speelt geen rol. Ik was er erg blij mee dat ik laatst de Oeuvre Award Music in Media heb gekregen. Je wil niet weten hoeveel reacties ik heb gekregen. Ook handgeschreven brieven van vrouwen van boven de 80. Die hebben bij mij op school gezeten. Die moet ik allemaal ‘hartelijk bedankt’ terugschrijven. Wil je er eentje lezen? Je weet niet wat je leest, hoor.’

Koken of fietsen?

‘Ik heb meer dan tweeduizend kookboeken. Ik ben een goeie kok. Je moet eens komen eten joh, neem je meisje mee. Wielrennen is het mooiste wat er is. Zie je die foto? Daar wint mijn zoon Patrick in de ronde van Peru. Hij is wielrenner geworden en in 2019 overleden (door complicaties na een operatie, red.). Dat is het grote verdriet in ons leven. Zijn zoon heeft dat talent van hem geërfd. Onze dochter Pascale heeft twee kinderen. Liesbeth en ik zijn zestig jaar getrouwd. De tijd is voorbijgevlogen, ik heb veel mooie dingen meegemaakt. Dus je zult me niet snel horen klagen.’

Tonny Eyk

Geboren in Den Haag op 4 juli 1940 als Teun Eikelboom
1947 Accordeonduo Les Deux Jeauteux met tweelingzus Jeanette
1950 Voor het eerst op televisie
1958 Speelt in het voorprogramma van rocker Bill Haley
1962 Begeleider van Rudi Carrell
1963-1978 Orkestleider bij onder meer Johnny en Rijk en Mies Bouwman
1974 Schrijft tune van Studio Sport, steeds meer filmmuziek en klassiek werk
1974-1998 Componist voor Van Kooten en De Bie
1980 Componeert muziek van Ik heb zo waanzinnig gedroomd (Kinderen voor Kinderen)
1981 Wint Gouden Harp, daarna nog diverse Edisons
Vanaf 2000 Schrijft diverse boeken over Frankrijk en columns over wielrennen

Tonny Eyk woont met zijn vrouw Liesbeth Vasbinder in Badhoevedorp.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next