Home

Theater, dans en rugstreeppad: op festival Oerol gaat de natuur soms vóór de voorstelling

Sinds vorig jaar heeft locatiefestival Oerol, dat vrijdag begint, nog meer oog voor de ecologische voetafdruk die de makers achterlaten. De Volkskrant ging met theatermaker Ferhat Kaplan mee naar Terschelling en ontdekte: de rugstreeppad kan flink roet in het eten gooien.

‘Zodra er een rugstreeppad wordt gesignaleerd, kan de locatie voor Oerol in één klap onbruikbaar worden. Oók als dat een week voor het festival is.’ Feline Zwaan, boswachter van dienst, roert grinnikend in haar koffie. ‘Ja, theatermakers kijken soms redelijk angstig als ik op hun locatie aankom.’

Tijdens deze editie van Oerol zijn er verspreid over Terschelling 25 theatervoorstellingen te zien in onder meer bossen, duingebied en op het strand. Veruit de meeste locaties bevinden zich in beschermd Natura2000-gebied. Hoe kiezen artiesten waar ze gaan spelen? En hoe wordt er vervolgens voor gezorgd dat de natuur zo min mogelijk wordt belast?

Over de auteur
Sander Janssens is theaterjournalist voor de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en achtergrondartikelen.

Sinds vorig jaar zet het tiendaagse locatiefestival expliciet in op een nieuwe koers: het moet kleiner en met nog meer oog voor de ecologische voetafdruk die de makers achterlaten. Dat betekent een compactere programmering en kleinschaligere producties, met meer oog voor duurzaamheid en milieu. Geen dieselaggregaten, geen harde geluiden in het holst van de nacht, minder stikstofuitstoot.

Alle artiesten krijgen een Ecologisch Kompas, dat onder meer samen met Staatsbosbeheer is opgesteld. Daarin staan belangrijke vragen geformuleerd waar ze in hun voorbereiding over moeten nadenken: hoe houd je de natuur intact, geef je ook iets terug aan de locatie? Een belangrijk uitgangspunt is: ‘We doen alleen iets onwenselijks als dat ook iets wenselijks teweegbrengt.’

21 november 2023, Terschelling
‘Ik wil bomen, véél bomen’

‘Ja, dit is vet én lekker eng. Het is een soort vuilnisbelt, maar dan met alleen maar natuurlijke elementen.’ Enthousiast stapt theatermaker Ferhat Kaplan van Theater Rast de terreinwagen uit en verkent de locatie: Depot de Nollekes, een open zandvlakte met een grote berg gekapt hout, verderop een geasfalteerde weg. Staatsbosbeheer gebruikt deze locatie sinds het najaar als opslagplaats voor natuurlijk afval. Zijn ogen glimmen. ‘Dit kan heel erg goed gaan werken.’

Kaplan is deze zonnige herfstdag te gast op Terschelling om een locatie te zoeken voor zijn voorstelling Bergen verzetten, die tijdens Oerol in première gaat. Daarin ontmoeten twee bevriende criminelen elkaar in een bos om een partij drugs op te halen. Tijdens het nachtelijk graven in de aarde bevragen ze de keuzen die ze in het leven gemaakt hebben en die hen tot dit punt geleid hebben.

Rauw en filmisch

Een rauw en filmisch stuk dus, dat vraagt om een spannende locatie. Kaplan moet de toneeltekst nog uitschrijven, maar eerst wil hij weten waar op het eiland de voorstelling tijdens het festival te zien is. Zo kan hij elementen van de locatie in het uiteindelijke stuk verwerken.

Toen Kaplan eerder die dag met de boot in de haven van Terschelling arriveerde, had hij een locatie midden in de bossen voor ogen. In het kantoor van Oerol, aan de rand van het levendige eilanddorpje Midsland, licht hij zijn ideeën tot dusver toe. ‘Ik denk aan een plek met bomen, véél bomen.’

Het ontoegankelijke van een duister bos vindt hij goed bij zijn concept passen. ‘Een bos geeft een gevoel van isolement, verloren zijn, niet weten waar je bent. Dat past bij hoe de personages zich voelen.’ Maar Sabine Pater, artistiek leider van het festival, daagt hem uit om ook over ander type locaties na te denken. ‘Ik snap je associatie, maar het kan ook rood-op-rood zijn.’

Tijdens het gesprek schrijft Anne van Dooren, hoofd productie van het festival, op een blocnote een lijst aan locaties, die ze later die middag met Kaplan gaat bezoeken.

Drassig veldje

Behalve een aantal plekken midden in de bossen kiest ze daarom bewust ook locaties die een heel andere sfeer ademen, zoals een voormalige tennisbaan en een turfdôbe, een drassig veldje met daarin een strook water. ‘We zoeken naar een spanningsveld, een toevoeging.

We proberen de makers verder te laten denken dan dat wat ze aan de wal bedacht hebben. Vaak zie je dat een voorstelling na het locatiebezoek een heel andere wending krijgt.’

Vijf kilometer verderop, in het kantoor van Staatsbosbeheer bij het havendorpje West-Terschelling, legt boswachter Feline Zwaan uit dat het haar taak is om ervoor te zorgen dat haviken, bedreigde padden en de kleine keverorchis geen last ondervinden van alle festivalactiviteiten op het eiland.

Samen met Oerol zorgt ze ervoor dat alle locaties worden getoetst aan de Wet natuurbescherming. Per locatie is in kaart gebracht wat belangrijke aandachtspunten voor makers zijn. Bijvoorbeeld: gebruik geen felle lichteffecten richting de (beschermde) Waddenzee of op duintoppen, voorkom in de late avond activiteiten rondom aanvliegroutes van vleermuizen en houd bij het bepalen van de looproute van publiek rekening met zonnende zandhagedissen.

De natuur trekt op Terschelling altijd aan het langste eind, en dat betekent regelmatig dat een theatervoorstelling last minute moet worden verplaatst, vervroegd of aangepast.

Nesttrouw

Sommige dingen kun je enigszins inschatten, legt Zwaan uit. ‘Wettelijk gezien moet je ten minste 100 meter afstand houden van een roofvogelnest. Roofvogels zijn doorgaans best nesttrouw, dus ervaringen uit het verleden bieden enigszins inzicht. Aan de hand van zichtlijnen kun je ook redelijk goed bedenken welke aanvliegroute ze naar hun nest zullen maken. Die wil je vrijhouden.’

Maar de natuur laat zich lang niet altijd voorspellen. De rugstreeppad gooit misschien wel het vaakst roet in het eten van makers op Oerol. En die kans werd de laatste jaren door het steeds nattere weer steeds groter, legt Zwaan uit.

‘Meer water betekent meer rugstreeppad. Het zijn opportunisten: je hoeft maar ergens bandensporen te hebben en er valt een regenbui overheen, dan denkt die rugstreeppad: mooi, een poeltje, hier ga ik zitten.’ En dan ben je al snel in overtreding als je daar zomaar iets organiseert.

Vaste wal

Als Kaplan aan het einde van de middag de veerboot terug naar de vaste wal neemt, heeft hij zijn voornemen om midden in de bossen te spelen, helemaal laten varen.

Depot de Nollekes biedt veel meer theatrale mogelijkheden, meent hij. ‘Er is meer variatie, je kan met een auto komen aanrijden, je mag er zelfs graven.’ De komende maanden gaat hij gebruiken om zijn concept verder uit te werken en de toneeltekst te schrijven. Aan inspiratie geen gebrek. Zolang de rugstreeppad zich niet onverhoopt meldt, kan er weinig misgaan.

27 mei 2024, Polanentheater, Amsterdam
‘Weg uit dit stinkhok!’

Het is maandagochtend, ruim een half jaar na het locatiebezoek op Terschelling. Kaplan zit samen met medespeler Jean Pierre Nshimyumuremyi en regisseur Charlotte Scott-Wilson in een tl-verlicht repetitielokaaltje op de eerste verdieping van het Polanentheater, midden in een Amsterdamse woonwijk.

Het is een setting die bijna niet verder kan afstaan van de natuurrijke speellocatie in de open lucht, waar Bergen verzetten over anderhalve week dagelijks rond zonsondergang te zien is.

De cabriolet waarmee de twee spelers bij aanvang het speelvlak oprijden, is voor de gelegenheid vervangen door twee stoeltjes met daartussen een bezemsteel als versnellingspook. En omdat er tijdens de voorstelling voortdurend in de aarde wordt gegraven, staan er twee kratten met felroze kinetisch zand. Kaplan: ‘We moeten ook even een berg gekapte bomen erbij denken.’

Een week eerder voerden Feline Zwaan en haar collega’s op alle voorstellingslocaties een zogeheten ‘quickscan’ uit, waarbij zorgvuldig werd gekeken of de plek tijdens het festival kan worden gebruikt. Zwaan: ‘Dan luister ik bijvoorbeeld of ik in de buurt een alarmerende tapuit hoor. Of ik controleer of er niet in de laatste weken toch ergens een havik is gaan zitten. Zo ja, dan moeten we meteen op zoek naar een nieuwe locatie.’

Voorstelling verplaatsen

Die quickscan is voor veel theatermakers spannender dan een première, realiseert ze zich. Ze vertelt hoe twee jaar geleden op de valreep een grote voorstelling verplaatst moest worden. Brieven van Mia van George & Eran Producties stond geprogrammeerd op het Liesinger Plak, een natte duinvallei bij het dorpje Lies.

‘Vlak voor het festival ontdekten we dat er een scholekster was gaan nestelen. Omdat de jongen van scholeksters niet aan hun nest gebonden zijn, nestvlieders noemen we dat, hebben we nog een tijdje gewacht of ze op tijd zouden uitkomen. Maar op een gegeven moment hebben we de voorstelling voor de zekerheid toch verplaatst.’

Dit jaar heeft de quickscan niet tot verplaatsingen van een voorstelling geleid. Wel moest er een kunstinstallatie in een duinkuil in de zeereep plaatsmaken, in verband met een grote populatie oeverzwaluwen.

De komende weken blijft Staatsbosheer alle locaties monitoren, ook tijdens het festival. Kaplan maakt zich intussen geen zorgen. Nuchter: ‘Als theatermaker kom je altijd onverwachte dingen tegen in de aanloop naar een première, ook als je gewoon in een theaterzaal speelt. Dat hoort erbij.’

Hij verheugt zich erop om in de week voor het festival op locatie aan het werk te gaan. ‘De meeste dingen kunnen we pas in de laatste repetitieweek op Terschelling ontdekken: hoe breed is de speelruimte, hoeveel spierpijn krijg je van al dat graven, hoe hardhandig kunnen we elkaar in het zand smijten? Ik kijk enorm uit naar het moment dat ik weg mag uit dit stinkhok en de natuur in kan gaan.’

3 juni 2024, Depot de Nollekes, Terschelling
‘Soms moet je een principe offeren’

Regisseur Charlotte Scott-Wilson kijkt bezorgd. Juist bij de scènes die zich in de auto afspelen, is de intimiteit tussen de spelers heel belangrijk. Maar deze middag, tijdens de eerste repetitie op locatie, blijkt die auto veel verder van het publiek af te staan dan in de Amsterdamse studio bedacht was. ‘Hoe ver kan je hem nog naar voren rijden?’ Niet ver, waarschuwt een technicus: anders zakt hij weg in het zand. Kaplan gelooft dat ze er wel iets op bedenken: ‘Zorgen voor morgen!’

Ondertussen wordt een 7 meter hoge lantaarnpaal (afkomstig van het eiland) omhoog getakeld. Later die avond wordt de tribune opgebouwd, die vanaf vrijdag dagelijks plaats biedt aan tweehonderd toeschouwers. Met nog vier dagen voor de start van het festival begint de setting eindelijk vorm te krijgen. Al spreekt de technicus deze maandagmiddag nog van een ‘zenuwknoop’ in zijn maag. ‘Alles duurt langer dan ik verwachtte.’

Hoe belastend is zo’n tiendaags theaterfestival eigenlijk voor de natuur op het eiland? Alle locaties die worden gebruikt herstellen snel en volledig, benadrukt boswachter Zwaan. ‘Al misbruiken we Oerol ook weleens om blijvende effecten te genereren die de natuur ten goede komen. Met name in het openhouden van het duingebied: we willen graag stuifkuilen in de duinen om de biodiversiteit een impuls te geven. Daar hebben we op sommige plekken veel werk aan, onder meer met het verwijderen van vegetatie.’

Zand scheppen

De kunstexpeditie ZandScheppers, waarin bezoekers zelf zand moesten scheppen en verplaatsen, was vorig jaar bijvoorbeeld bewust op het Arjensduin geplaatst. ‘We hebben als Staatsbosbeheer gezegd: doe dat alsjeblieft daar. Dan hebben de makers een mooie locatie en kunnen ze direct een positieve, blijvende bijdrage aan de natuur leveren.’

Niet iedereen is ervan overtuigd dat Oerol geen blijvende schade aan de natuur teweegbrengt. De Vogelwacht Terschelling diende een week voor aanvang van het festival plots een handhavingsverzoek bij de provincie in.

Dat ging specifiek over het festivalhart de Deining, dat sinds vorig jaar pal aan het strand ligt. De Vogelwacht meent dat er sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming vanwege ‘constante verstoring’ van de broedhabitat.

Hoofd productie Anne van Dooren weerspreekt dit: ‘Jaarlijks doet een team van ecologen per locatie uitgebreid onderzoek of deze in gebruik kunnen worden genomen. We laten locaties ook tijdens Oerol door ecologen monitoren, daarbij is nog nooit verstoring vastgesteld.’ Het handhavingsverzoek heeft inmiddels al geleid tot extra controle. ‘Voor zover wij weten zijn daar geen onregelmatigheden aangetroffen.’

Voor Kaplan was vanaf het begin duidelijk dat hij zo min mogelijk in het landschap wilde ingrijpen. ‘Ik ben opgevoed volgens het alevitisme, een islamitische stroming die met de natuur meeleeft, en niet ertegenin. Een aleviet zal nooit een boom kappen om een huis te bouwen, die bouwt ergens anders een huis.’

Principes offeren

Hij zit wel een beetje in zijn maag met de auto waarmee ze in de voorstelling komen aanrijden, een oldtimer nota bene. ‘We hadden er natuurlijk voor kunnen kiezen om die auto weg te laten. Maar het stuk bestaat uit zo veel tekst, als toeschouwer heb je ook iets visueels nodig. Zo’n auto zegt bovendien veel over de personages: je begrijpt meteen dat het gaat over twee gasten die niets met de natuur hebben.’

Op zo’n moment botsen ecologische en artistieke overwegingen. ‘Soms moet je een principe offeren om je verhaal te vertellen. En als we dan toch een auto meenemen om te gebruiken in het stuk, stoppen we hem vol met spullen en techniek. Daardoor kunnen we weer een kleinere, minder vervuilende bus huren.’

De zon gaat onder. Rond half 11 ’s avonds verlaten ze de locatie, de eerste repetitiedag op Terschelling zit erop. Kaplan kijkt tevreden naar boven. ‘Kijk hoe mooi de lucht wordt. Al die kleuren krijgt het publiek straks cadeau.’

En de rugstreeppad? Die is hier – afkloppen! – vooralsnog niet gesignaleerd.

Oerol, diverse locaties op Terschelling, 7 t/m 16 juni.

Tribunes op Oerol

De tribune van Bergen Verzetten is ontworpen door beeldend kunstenaar en Oerol-veteraan Marc van Vliet. Op strandlocaties kun je het beste zo lang mogelijk wachten met het plaatsen van tribunes, zegt boswachter Feline Zwaan. ‘Strandbroeders kunnen ze gebruiken als beschutting tegen predatoren. Als er eenmaal een nestje bontbekplevieren zit, moeten we de hele locatie afsluiten.’ Het gebeurt ook weleens dat een tribune na afloop niet mag worden afgebroken, omdat de rugstreeppad onder de klossen is gaan zitten.

3 tips voor Oerol 2024

Vijf jaar geleden debuteerde theatercollectief Konvooi op Oerol met een prachtige Ilias tussen stuivend duinzand. Nu zijn ze terug met een bewerking van de dystopische roman High-Rise van J.G. Ballard, met elektronische soundscapes én close harmony.

George Tobal en Adam Kissequel brengen levendig theater over de dood: Leven is ontwapenend eerlijk theater in de bossen, over twee vrienden die dreigen te verdwalen, maar elkaar niet uit het oog verliezen.

De uitbundige Ibsen-hertalingen van regisseur Sarah Moeremans zijn terug op Oerol, als marathon achterelkaar geplakt en van nieuwe accenten voorzien. Crashtest Ibsen serveert drie gangen Noors drama in de oer-Friese buitenlucht: een zeer smakelijke combinatie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next