Achthonderdduizend Soedanezen zitten gevangen in een stad die in een frontlinie is veranderd. Maar ondanks de dreiging van een genocide krijgt de burgeroorlog in Soedan amper aandacht.
Al-Fashir was de laatste stad in de West-Soedanese regio Darfur waar de zwarte, Afrikaanse inwoners zich nog enigszins veilig waanden voor etnisch geweld. Want het is de enige stad in Darfur waar het Soedanese leger nog de macht heeft. Maar deze veilige haven is in een frontlinie veranderd. De paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) hebben de stad omsingeld. De achthonderdduizend Soedanezen die nog in de stad zijn, kunnen geen kant op. En vooral voor de zwarte bevolking is dat levensbedreigend.
De belegering van Al-Fashir is het jongste, diep trieste hoofdstuk in de burgeroorlog in Soedan. Het Soedanese leger en de RSF vechten al een jaar om de macht in het Oost-Afrikaanse land. Maar zelfs nu steeds duidelijker wordt dat er opnieuw een genocide dreigt in het land, lukt het maar niet om de aandacht van de wereld te vestigen op Soedan.
Over de auteur
Iva Venneman is buitenlandredacteur van de Volkskrant.
De RSF zijn gelieerd aan de Janjaweed, de militie die verantwoordelijk wordt gehouden voor de etnische zuivering die twintig jaar geleden in West-Darfur plaatsvond. Daarbij werden 300 duizend Afrikaanse Soedanezen vermoord. In de huidige oorlog dreigt hetzelfde te gebeuren. Vorig jaar vluchtten al 400 duizend duizenden burgers naar het buurland Tsjaad vanwege de inname van de stad El Geneina. De RSF voerden daarbij etnische zuiveringen uit onder niet-Arabische bevolkingsgroepen, blijkt uit rapporten van Human Rights Watch en Amnesty International.
De sporadische verhalen die daarover naar buiten komen – het land is ontoegankelijk voor buitenlandse journalisten – zijn gruwelijk. Groepsverkrachtingen en ogenschijnlijk willekeurige moordpartijen zijn geen uitzondering. De Verenigde Naties gaan ervan uit dat er tot nu toe al 14 duizend doden zijn gevallen.
Als de RSF Al-Fashir innemen, is de vrees dat niets een grootschalig bloedbad daar nog in de weg staat. De Verenigde Staten waarschuwen dat ‘de geschiedenis in Darfur zich dan herhaalt op de ergst mogelijke manier’.
Alle risicofactoren die tot een genocide kunnen leiden, zijn aanwezig in West-Darfur, zei een radeloze VN-adviseur Alice Wairimu Nderitu vorige week tegen de BBC. ‘Ik probeer er aandacht voor te vragen, maar mijn stem wordt verdrongen door de andere oorlogen, zoals die in Gaza en Oekraïne.’
Veel Soedanezen zijn inmiddels op de vlucht geslagen. Negen miljoen van de 47 miljoen inwoners zijn gevlucht, de meesten naar een plek binnen het land zelf. Slechts twee miljoen vluchtelingen lukte het om de grens over te steken.
Al-Fashir was, behalve het laatste bastion van de Soedanese regering in Darfur, een knooppunt waarvandaan humanitaire hulp de regio bereikte. Die route is nu afgesloten, net als de aanvoerroute via de hoofdstad Khartoem, waar ook hevig wordt gevochten. Ook honger bedreigt de Soedanezen.
De enige voedselhulp die Darfur nog ‘zeer mondjesmaat’ bereikt, komt binnen via Tsjaad, zegt Freek Haarmans. De Nederlander coördineert voor de hulporganisatie Danish Refugee Council drie projecten in Soedan. Hij zit nu tijdelijk in Kenia, maar keert binnenkort terug naar het land.
Hulporganisaties krijgen grote konvooien met voedselhulp het land niet meer in. Want de strijdende partijen proberen te voorkomen dat hulpgoederen in handen vallen van de tegenpartij.
‘Tel daarbij op dat veel Soedanezen ontheemd zijn, waardoor ze hun eigen land niet meer kunnen bewerken’, zegt Haarmans. ‘Dan snap je hoeveel honger er nu is.’ De VN spreken officieel nog niet van een hongersnood. Maar 18 miljoen Soedanezen hebben ‘acute honger’. 3,6 miljoen kinderen zijn ernstig ondervoed.
De Soedanezen in Al-Fashir zitten volledig klem in ‘diep bedroevende’ omstandigheden, zeggen de VN. Zowel het Soedanese leger als de RSF beschieten en bombarderen burgerdoelen. Ziekenhuizen en vluchtelingenkampen zijn al geraakt. De stad is afgesloten van elektriciteit en water. De gezondheidszorg is ingestort.
Een oplossing lijkt voorlopig ver weg. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken probeerde de strijdende partijen vorige week weer aan tafel te krijgen. Maar de Soedanese regering weigerde. Egypte organiseert deze maand een topoverleg waar regeringsvertegenwoordigers wel bij zullen zijn. Ook dat gaat echter niet van harte. De regering aanvaardde de uitnodiging, maar eiste direct dat sommige groeperingen niet aan het topoverleg aanwezig mogen meedoen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant