Gaza-protesten Na weken van betogingen laten diverse universiteiten de banden met Israëlische instituten onderzoeken. Die samenwerkingen direct verbreken, zoals studenten eisen, dat gaat de besturen te ver: eerst denken, wegen, praten. En dan beslissen.
De vraag die hij gaat proberen te beantwoorden, zegt Ruard Ganzevoort, is: „Waar ligt de balans tussen academische vrijheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid?” Ganzevoort gaat de Commissie gevoelige samenwerkingsverbanden van de Erasmus Universiteit Rotterdam leiden, die onder meer de institutionele banden van de universiteit met Israël zal bestuderen.
Ook andere universiteiten bestuderen hun banden met Israëlische onderwijsinstellingen, maar praten daar niet graag over. In reactie op een verzoek van NRC om daarover te spreken, zeggen verschillende universiteiten: „Ja, interessant, maar nu nog niet.” De bestuurders hebben het te druk, de ethische commissies moeten nog worden aangesteld, of ze willen betrokken onderzoekers niet ongerust maken met gespeculeer.
Ook tegen protesterende studenten zeggen ze geen nee en geen ja. Actievoerende studenten van diverse universiteiten eisen dat die hun banden met Israëlische universiteiten onmiddellijk verbreken. Bij sommige demonstraties ging het er heftig aan toe: gebouwen werden bezet, muren beklad, spullen vernield, demonstranten opgepakt.
Universiteitsbesturen willen de banden met Israëlische instellingen niet zomaar verbreken. Eerst bestuderen, denken, wegen, praten. En dan beslissen.
Vertragingstechnieken verpakt in mooie praatjes, zeggen de demonstranten. Maar dat is zeker niet het geval, zegt Ganzevoort van de Erasmus universiteit. Hij is decaan van het Institute for Social Studies van die universiteit en was tot vorig jaar senator voor GroenLinks. „Ik snap dat er mensen zijn die zeggen: je moet er direct een punt achter zetten. Maar vanuit de verantwoordelijkheid die je als bestuur hebt, is dat te kort door de bocht. Je moet ook weten wat de negatieve consequenties zijn van het verbreken van die banden. En je moet consistent zijn in je redeneringen. Stellen we dezelfde vragen bij samenwerkingen met Amerikaanse universiteiten bijvoorbeeld?”
Ganzevoort is een paar maanden geleden al begonnen met het bedenken van een basis voor de ethische regels. De behoefte daaraan ontstond onder andere door vragen rondom andere samenwerkingsverbanden van de universiteit, zoals die met de fossiele industrie. De commissie gaat de regels uitwerken en daarna allereerst advies uitbrengen over de Israëlische samenwerkingsverbanden. Iedere samenwerking moet afzonderlijk worden afgewogen.
De Erasmus Universiteit heeft intern een lijst gedeeld van haar samenwerkingen met Israëlische universiteiten, maar wil die – met het oog op de veiligheid van de betrokken wetenschappers – niet publiek maken. Sommige andere universiteiten hebben hun banden wel geopenbaard. Volgens die lijstjes doen ze geen onderzoeken die direct bijdragen aan de militaire acties van Israël. Vaak gaat het om studentenuitwisselingen en een beperkt aantal onderzoeksprojecten waarbij ook veel andere landen betrokken zijn. De Universiteit van Amsterdam heeft bijvoorbeeld onderzoeken lopen over 6G-netwerken, de ‘digitale volwassenheid’ van kinderen en mensenrechten. De Universiteit Utrecht werkt met Israëlische universiteiten vooral samen op het gebied van geneeskunde.
De Technische Universiteit Delft heeft officieel aangekondigd haar banden níét te openbaren, omdat het bestuur zich „zorgen [maakt] over de sociale veiligheid van betrokken wetenschappers en studenten”. Afgelopen november bleek uit onderzoek van de organisatie Stop Wapenhandel dat de TU Delft samenwerkte met verschillende grote Israëlische wapenbedrijven.
In België heeft de Universiteit Gent alle banden met Israëlische universiteiten en onderzoeksinstellingen verbroken. Ook daar waren pro-Palestijnse protesten. De mensenrechtencommissie van de universiteit oordeelde vervolgens dat alle lopende samenwerkingen problematisch waren.
Banden geopenbaard of niet, veel universiteiten hebben wel stappen genomen om de protesterende studenten tegemoet te komen. Op de Universiteit Utrecht worden de banden per faculteit bestudeerd aan de hand van al bestaande afspraken over samenwerkingen. De universiteiten van Amsterdam, Leiden, Maastricht, Nijmegen en Tilburg gaan net als Rotterdam werken met ethische commissies. In sommige gevallen werd al vóór de studentenprotesten gewerkt aan ethische regels voor samenwerkingen, zoals op de Erasmus Universiteit en Universiteit Maastricht. „We [voelen] de priemende wijzer van ons moreel kompas”, schrijft die laatste in een verklaring.
Onderweg naar het advies loop je tegen allerlei vragen aan, vertelt Ganzevoort. Neem bijvoorbeeld studentenuitwisselingen. Daarbij hoeft een Nederlandse universiteit als het goed is niet te vrezen voor ‘dual-use’, het gebruik van onderzoekskennis voor militaire doeleinden. „Maar als je doel is om politieke druk te zetten op de Israëlische overheid, dan is het stopzetten van die uitwisselingen misschien wél nodig.”
Dan rijst weer de vraag of een universiteit zich wel met politiek moet bezighouden. „Daar zijn universiteiten heel terughoudend in en de commissie ook.” Nederlandse universiteiten hebben kort na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne wel gelijk alle banden met Rusland doorgesneden. Dat was volgens Ganzevoort een ander geval, omdat de Nederlandse overheid sancties had ingesteld tegen Rusland.
Er zijn nog meer dilemma’s te bedenken. Stel, zegt Ganzevoort, je doet onderzoek naar een zeldzame ziekte, samen met een Israëlische universiteit. Dat zet je stop om de mensen in Gaza te steunen. „Hoe weeg je dat tegen elkaar af? En heb je alternatieven? Kan het onderzoek bijvoorbeeld doorgaan met een andere onderzoekspartner?”
De commissie kijkt niet alleen naar het onderzoek, maar ook naar de instelling, zegt Ganzevoort. „Is daar bijvoorbeeld plaats voor kritische geluiden?” Maar ook als die ruimte ontbreekt, is de keuze om de banden te verbreken niet makkelijk. „Want misschien leidt de samenwerking met Nederland ertoe dat er toch een beetje interne kritiek mogelijk is.”
Dan zijn er nog praktische obstakels. Veel projecten worden gedaan in consortia waar veel landen in zitten. „Kun je dat hele consortium stopzetten? Is het juridisch mogelijk om er één partner, bijvoorbeeld uit Israël, uit te zetten?”
Het zijn geen beslissingen die eenvoudig zijn genomen, terwijl de studentenprotesten de druk opvoeren. Hoe snel het gaat, kan Ganzevoort nog niet zeggen. „Ik zou willen dat ik ijzer met handen kon breken. De commissie wordt deze week geïnstalleerd en dan gaan we zo snel mogelijk aan de slag.”
De studentenprotesten – die op 6 mei begonnen met de bezetting van de Roeterseilandcampus van de Universiteit van Amsterdam – zijn nog steeds bezig. Sinds vorige week donderdag demonstreert een groep van zo’n dertig mensen op de campus Woudestein van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze hebben tenten opgezet en muren beklad met leuzen.
Een tentenkamp op het terrein van de Radboud Universiteit Nijmegen werd in de nacht van woensdag op donderdag ontruimd op last van burgemeester Hubert Bruls. Dat gebeurde naar aanleiding van vernielingen die demonstranten eerder die dag hadden aangericht tijdens de bezetting van een universiteitsgebouw.
Maandagavond is een groep demonstranten aangehouden op de Technische Universiteit Delft, omdat die weigerde weg te gaan uit het gebouw van de faculteit Werktuigbouwkunde.
Dinsdagavond werden tientallen demonstranten aangehouden bij het gebouw van koepelorganisatie Universiteiten van Nederland, in Den Haag. Ze gaven geen gehoor aan de oproep om hun betoging voort te zetten op het Plein of De Koekamp.
Vorige week vrijdag schreef demissionair minister Robbert Dijkgraaf (Onderwijs, D66) dat hij het „niet wenselijk” vindt als onderwijsinstellingen hun samenwerkingen met Israël stopzetten als sprake is van druk, intimidatie of dreiging van demonstranten. Hij benadrukte dat universiteiten de vrijheid hebben om hun eigen afweging te maken. Dinsdag nam de Tweede Kamer een motie van diezelfde strekking aan. De vier nieuwe coalitiepartijen, SGP, CU, CDA en JA21 stemden vóór. Dijkgraafs eigen partij D66 stemde tegen.
Source: NRC