Viktor Orbán heeft zich opnieuw uitgelaten over de Hongaarse steun voor demissionair premier Mark Rutte als secretaris-generaal van de Navo. Ditmaal legt hij ook eisen op tafel, vlak voor een bezoek van huidige Navo-baas Jens Stoltenberg.
Eerder kreeg Rutte wel de openlijke steun van de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Hongarije is een van de laatste landen die zich niet achter Rutte’s kandidatuur schaart. Verder is ook Slowakije nog niet overtuigd. Premier Robert Fico lag tot nu toe dwars en is momenteel herstellende van een aanslag op zijn leven. Roemenië schoof zijn eigen kandidaat naar voren, president Klaus Johannis, die van mening is dat de volgende secretaris-generaal uit een Oost-Europees land moet komen.
‘Hongarije heeft twee eisen’, zei Orbán in een interview met weekblad Mandiner, een spreekbuis voor zijn regering. Een daarvan is een ‘militaire politieke eis’, namelijk dat Hongarije niet mee zal doen met militaire operaties buiten het grondgebied van de Navo, bijvoorbeeld in Oekraïne.
Dit past naadloos binnen Orbáns retoriek. Hij heeft de oorlog tot centraal thema van zijn campagne voor het Europees Parlement en lokale verkiezingen gemaakt (beide op 9 juni). Orbán wil de Hongaarse kiezer angst inboezemen en zegt dat de Navo en andere EU-landen op een grootschalig open conflict met Rusland afkoersen. Om dat te voorkomen, moeten ze op hem stemmen, aldus Orbán. Afgelopen weken verspreidde de Hongaarse regering en haar media onder meer het ‘nieuws’ dat er een ‘Europese dienstplicht’ komt, wat onwaar is.
Over de auteur
Arnout le Clercq is correspondent Centraal- en Oost-Europa voor de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
De andere eis is een ‘erezaak’, aldus de Hongaarse premier. ‘Er is geen westerse politicus in Hongarije met een slechtere reputatie dan Rutte.’ Hij vindt dat Rutte uitspraken heeft gedaan ‘waar de Hongaren hem niet voor zullen vergeven’, namelijk dat Hongarije moet worden uitgesloten van de EU en op de knieën moet worden gebracht.
Orbán refereert aan uitspraken van de demissionair premier uit 2021. Hongarije had destijds een omstreden ‘anti-lhbti-wet’ ingevoerd. In de praktijk komt dit neer op het weren van elke verwijzing naar homoseksualiteit uit publieke ruimtes met minderjarigen, het schrappen van kennis over de lhbti-gemeenschap uit seksuele voorlichting op scholen en sinds vorig jaar het in folie verpakken van boeken waarin homoseksualiteit een thema is.
Rutte reageerde destijds bij een EU-top fel op de uitspraken. Hongarije had ‘niets te zoeken in de EU’ als ze de wet zou handhaven, die ‘in strijd is met de waarden waar wij voor staan’. ‘Het land moet de wet intrekken en op de knieën’, aldus Rutte. Nu slaat Orbán hem ermee om de oren.
De Hongaarse opstelling doet denken aan het politiek theater rondom de toetreding van Zweden tot de Navo eerder dit jaar. Ook toen lag Orbán dwars, hij rekte - samen met Turkije - de Zweedse toetreding met maanden. Orbáns eisenpakket was diffuus, zijn onmin met Stockholm kwam vooral voort uit de Zweedse kritiek op de uitholling van de rechtsstaat en rechten van minderheden in Hongarije.
De Hongaarse premier stond onder grote internationale druk, met name van de Verenigde Staten, om in te stemmen met het Navo-lidmaatschap van Zweden. Uiteindelijk dwong Orbán een bezoek van de Zweedse premier aan Boedapest af om de plooien glad te strijken en ging hij overstag.
Kennelijk verwacht Orbán nu ook een geste van Rutte. ‘Hij moet iets doen aan deze situatie, hij vraagt om het vertrouwen van Hongarije’, zei hij in het interview. ‘Zoals we duidelijk maakten toen de Zweden toetraden tot de Navo: Hongarije moet meer respect krijgen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant