Home

In jeugdzorgfilm ‘Skunk’ kijkt Koen Mortier niet weg van de gewelddadige werkelijkheid: ‘Feelgood is niet echt mijn ding’

Nog voor Koen Mortiers Skunk in première ging, voelde de filmmaker dat mensen gechoqueerd en nerveus waren over zijn film. Onbegrijpelijk voor Mortier, die expliciet geweld juist essentieel achtte voor zijn jeugdzorgdrama. ‘Ik kon er geen leugen van maken’.

Niemand gaat je boek verfilmen. Dat zeiden ze tegen Geert Taghon, schrijver van de Belgische jeugdzorgroman Skunk - de geur van een destructief leven. Maar als iemand het wél zou doen, dan was het Koen Mortier.

Kort lachje op het gezicht van de Vlaamse filmmaker. ‘Heb ik ook gehoord, ja.’

Wat zegt dat over het boek?

‘Poeh... het boek is heftig, heel gewelddadig, schokkend. Dit kán niet, dacht ik toen ik het las. Totaal onmogelijk: fantasie. En dan lees je op het einde van het boek dat het gewoon gebaseerd is op Geerts eigen werkervaringen.’ (Taghon werkte tien jaar lang als coördinator in een forensisch psychiatrische instelling voor jongeren die onder toezicht staan van de rechtbank, red.).

Over de auteur
Bor Beekman is filmredacteur van de Volkskrant.

‘Al dat geweld... en ook de obsessie met dat geweld. Soms lees je een kort bericht in de krant over een daad van zo’n jongere, maar je staat nooit stil bij de achtergrond. In dit boek wordt die achtergrond wel geschetst.’

Skunk volgt het door een verbijsterende dosis ouderlijk geweld getekende leven van een Vlaamse jongen, wiens plaatsing in een gesloten instelling hem niet kan behoeden voor een gruwelijke verdere ontsporing. Mortiers verfilming maakte een politiek debat los in België over de kwaliteit van de jeugdzorg en de noodzaak om zulke zwaar beschadigde tieners al op vroegere leeftijd te detecteren.

Wat zegt het dat ze enkel aan u dachten voor de regie?

‘Ik vraag me dat soms wel af. ‘Gij hebt gigantische kloten aan uw lijf’ – dat zei Dirk tegen me, een van de acteurs (de Vlaamse veteraan Dirk Roofthooft, red.). ‘Gij durft alles!’. Ik vind dat eigenlijk niet: ik ben geen held. Alleen schrik ik er niet voor terug om iets te maken waar niemand iets in ziet. Als iets mij boeiend lijkt – waarom niet?

Ik voelde dat mensen gechoqueerd en nerveus waren, nog vóór de film in roulatie ging. Dat snap ik niet. Dit bestáát. En ik stap niet in dat echte leven van zo’n jongen, hè. Ik draai een fictiefilm óver dat echte leven. Daarbij moet het wel allemaal kloppen wat je ziet: fysiek en psychologisch. Maar het blijft fictie.’

Voor hij het boek bewerkte, bezocht Mortier ‘zo’n twintig’ instellingen voor Belgische jongeren. ‘Om ze ook zelf te spreken. Dat waren een-op-eengesprekken, zonder begeleider erbij. Mega open waren ze dan. Die jongeren komen pas in zo’n instelling terecht als ze iets gedaan hebben, als ze dader zijn. Een van die jongens die ik sprak had bijvoorbeeld zijn 2 jaar oude zusje verkracht. Die wordt dan opgesloten en krijgt psychische begeleiding: zo van: what the fuck is er mis met die jongen? En dan blijkt dus dat hij zelf tien jaar lang is verkracht door een oom, vanaf zijn 4de. Van slachtoffer worden ze dader.’

Mortiers film toont ook hoe lastig het is om tijdig grip te krijgen op deze groep. Als de controlerende instanties aanbellen, sleurt de monsterlijke moeder uit Skunk haar zoontje uit de kelder om het verwaarloosde joch tussen wat speelgoed in de huiskamer te smijten: kijk, hij zit gewoon lekker te spelen. ‘Het is vaak ook een loyaliteitskwestie: kinderen willen hun ouders niet verraden. Als je de jongeren uit die instanties vraagt: waar wil je het liefste zijn, hier of thuis, antwoorden ze toch thuis. Dat zit ook in de film. Thuis is thuis, zelfs als thuis de hel is.’

Mortier (58), naast cineast ook gevierd reclamemaker (medeoprichter van het Belgische bureau Czar), luisterde in 2007 de speelfilmwereld op met Ex Drummer, naar Herman Brusselmans’ roman over een manipulatieve schrijver die toetreedt tot het bandje van drie verstandelijk en lichamelijk beperkte rockmuzikanten, The Feminists. Een doelbewust onbehaaglijke, humoristische en cynische film waar het grove, laag bij de grondse Vlaamse leven van afspat. Een ‘feelbadmovie’, volgens een van de aanbevelingen in de toenmalige trailer.

Het genre ligt hem wel. ‘Feelgood is niet echt mijn ding, geloof ik. Lelijkheid is... iets prachtigs. Als je het ouderlijk huis ziet in Skunk, voor mij is dat een soort Caravaggio-schilderij, een tableau vivant. En het is ook de hel, ja. Dat spreekt mij aan: het dóét iets, filmisch. Een film die puur over de liefde gaat zie ik mijzelf niet maken.

‘Misschien komt het ook door mijn filmopvoeding: ik zag op jonge leeftijd veel heftige films, dat is ook de cinema die mij boeit. Ik hou niet van horrorfilms – dat genre zegt mij totaal niks. Maar ik hou wel van films die de krochten van de maatschappij opzoeken.

‘Mijn grootvader deed de projecties in het cultuurhuis van het dorp, Beernem in Vlaanderen. Ik zat op de eerste rij, als 12-jarige. Zijn eerste keuze was One Flew over the Cuckoo’s Nest. Dat vonden de dorpelingen al zozo. Toen Taxi Driver, daarbij kwam er al rook uit de oren. En zijn laatste film was Soldier Blue (een jarenzeventigwestern die bekendheid verwierf vanwege een uitermate grafisch verbeelde slachtpartij, red.) Daarna mocht mijn grootvader geen films meer kiezen, ha.’

Opgesloten in de kelder kijkt het jongetje uit Skunk ‘een keer of duizend’ naar een VHS-band van Scalps, een eveneens zeer gewelddadige spaghettiwestern uit de jaren tachtig.

‘Ik wilde in die scene Soldier Blue gebruiken, maar dat fragment bleek te duur. Ik kan niet zeggen dat het iets met mij heeft gedaan ofzo, dat ik zulke films zo vroeg al zag. Ik heb zelf vier kinderen: die zagen Ex Drummer toen ze 12 of 13 waren. Ik geloof niet dat het je beschadigt. Misschien kan het wel iets triggeren, maar dan had je daarvoor al een beschadiging.’

De onderliggende problematiek die Skunk aansnijdt is, ook in Nederland, zelden níét actueel. Juist in de week voor de release domineren twee grote zaken het nieuws: de rechtszaak tegen het domineesechtpaar uit Ouddorp, door hun kinderen beschuldigd van jarenlange zware mishandeling. En de zaak van het meisje van 10 uit Vlaardingen dat door haar pleegouders zozeer werd mishandeld dat ze bijna overleed, waarbij de vragen over het toezicht van de zorginstanties nog onbeantwoord zijn.

Mortier: ‘Hoe gaan we dit soort jongeren eerder ontdekken en eerder helpen, daar gaat het om. Als je film een politiek debat wordt, zoals in België gebeurde, ben je als filmmaker op zich wel goed bezig, denk ik altijd. Maar je hoopt ook dat er daadwerkelijk iets mee gebeurt. Dat is de volgende stap.’

In België werd het spel van uw hoofdrolspeler Thibaud Dooms vergeleken met dat van Matthias Schoenaerts in Rundskop. Een vergelijkbaar intense en naar binnen gekeerde rol, waarvoor de acteur ook fysiek transformeerde.

‘Thibaud is zo’n 10 à 15 kilo afgevallen. Ik kan niet zeggen dat hij mollig was, maar er zat wel ietsje meer eh... vlees aan. Hij heeft daar onder begeleiding naartoe gewerkt. Maar dat is enkel de fysieke transformatie. Hij is een fantastisch acteur, veruit de beste die ik ooit op de set had. Hij heeft alles in zich: van lief tot hard. Als je hem ontmoet weet je niet wat je meemaakt: zodra er cut wordt geroepen is hij de zachtheid zelve.’

De 22-jarige Vlaming Dooms won vorig jaar al de Top Naeff Prijs voor ‘veelbelovend talent’ aan de Amsterdamse Academie voor Theater en Dans, en werd dit jaar uitgenodigd voor het filmfestival van Berlijn als ‘shooting star’; een van Europa’s tien opkomende acteertalenten.

‘Toen ik hem voor het eerst zag, had Thibaud nog lang haar. Hij was technisch al heel begaafd in zijn spel, maar hij had ook de wil – die wil was zo sterk dat ik niet eens kon twijfelen. Ik ben benieuwd hoe je eruitziet met kort haar, dat zei ik. Een beetje flauwe opmerking. De dag erna kreeg ik een foto van hem: zó zie ik eruit met kort haar.’

Met meer dan 65.000 bezoekers was Skunk in België een bioscoophit. Had u dat verwacht?

‘Nee, dat had niemand verwacht. Ik zelf ook niet. Shit, dacht ik, nadat Cannes de avond voor de bekendmaking van de festivalselectie liet weten dat wij eruit lagen. Wie gaat de ballen hebben om de film te laten zien? Het was moeilijk, uiteindelijk werd het het festival van Tallinn (een op internationale jeugdfilms gericht festival in Estland, red.). Bij de eerste voorstelling daar bleef iedereen verbijsterd zitten, toen de aftiteling begon. We wonnen prijzen. En in België, op het festival van Oostende, ontplofte het echt. Crazy – zo heb ik het nog nooit meegemaakt met een film. En zo bleef het gaan, bij alle voorpremières.’

Naast het ouderlijke geweld toont u ook een poging tot zelfdoding, een verkrachting en geweld tegen dieren. En dan laat ik de meest grafische scènes nog onbenoemd.

‘Het geweld tegen het dier is om dat dier te redden van nóg meer pijn.’

Waarom is het belangrijk dat we dat allemaal ook echt zien?

‘Ik wil dat je voelt dat het hoofdpersonage alle richtingen uit kan gaan, óók de richtingen die je niet wilt. Ik kon er geen leugen van maken. Ik wil dat de jongeren die ik voorafgaand sprak na het zien zeggen: ja, dit was mijn leven. Zoals begeleiders van die jongeren mij nu ook berichten sturen, nadat ze de film hebben gezien: bedankt, nu hoef ik niks meer uit te leggen als mensen vragen: wat doe jij voor werk?’

Bij het Vlaamse filmfonds voelde men aanvankelijk niet voor een verfilming. ‘De toenmalige intendant zei: waarom wilt ge zoiets maken? Wie is daar nou in geïnteresseerd? Vond ik heel cru. Dan schrijf je de kinderen over wie Skunk gaat eigenlijk direct af. Het was niet vanwege de heftigheid van het verhaal: er lag alleen nog een script. Dat zijn maar letters, dus iedereen denkt: dat zal wel suggestief worden gefilmd.’

Mortier grijnst. Dát zal men hem niet snel verwijten: suggestief filmen. ‘Ik zeg niet dat suggestie niet oké kan zijn, hoor. Die scène uit Scarface, waarin iemand wordt opgeruimd met een kettingzaag in een badkamer – dat is suggestief gefilmd. Je ziet het niet, maar het voelt wel alsof je het ziet.’

Daar had u ook voor kunnen kiezen?

‘Hmm, misschien tegen het einde. Maar dat wilde ik niet. Ik gun het hoofdpersonage wat hij wil doen. Als catharsis. En ik gun de kijker ook om dat te ondergaan. Skunk heeft een happy end, maar niet voor iedereen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next