De Australische band speelt na bijna tien jaar weer in Nederland en laat het publiek als vanouds gillen bij iedere aanslag. En toch is het niet als vanouds. Dát ze hier staan, is eigenlijk de grootste sensatie.
We kijken woensdagavond naar een gehavende muziekmythe. AC/DC, de band die de rock-’n-roll in de vroege jaren zeventig een stoot gas gaf en liet scheuren over een vierbaansweg naar de hardrockhel, bestaat nog. Maar AC/DC leeft op het randje.
Gitarist, riffmeester en bandoprichter Malcolm Young is overleden. Drummer Phil Rudd laat zich niet meer met zijn oude bandvrienden op een podium zien. En op bas duikt in de Amsterdamse Johan Cruijff Arena het verbazend jonge hoofd van Chris Chaney op, van de rockband Jane’s Addiction. En o ja: zanger Brian Johnson (76) heeft ernstige gehoorschade opgelopen en maakt nu gebruik van innovatieve gehoorapparaten, die ervoor zorgen dat hij de gitaarsolo’s van Angus Young (69), die andere bandoprichter, nog kan horen.
Over de auteur
Robert van Gijssel is muziekredacteur van de Volkskrant en schrijft over pop en de muziekindustrie. Hij schrijft ook over gamecultuur.
Maar zien we op het gigantische podium een sukkelend Australisch rockbandje, dat zich moeizaam door de riffjes sleept? Nee, natuurlijk niet. Vanaf het openingsnummer If You Want Blood (You Got It) en vooral een verzengend ingezet Back in Black vergeet het stadion dat medische dossier van de band, en vergapen 70 duizend liefhebbers zich aan een van de oervaders van de heavy metal. En natuurlijk die onnavolgbare Angus Young, die zich nog steeds voortbeweegt als een eend, in dat maffe schooluniform dat een muziekmythe op zichzelf is geworden.
Dát AC/DC zich hier laat zien, is de grootste sensatie. De band speelde bijna tien jaar niet in Nederland, ook vanwege alle persoonlijke ellende. Het gemis lijkt de band nog grootser te hebben gemaakt. Oude, smerige rockliedjes als Shot Down in Flames klinken alsof ze uit een foute kroeg in een achterbuurt komen gerold, dankzij de afgemeten riffs, het gitaargejank van die schooljongen op leeftijd en het knerpende stemgeluid van Brian Johnson. Hij zong altijd al als een schorre kraai, en ook vanavond geeft zijn haast manische zang de liedjes van AC/DC een spuit gif mee.
De virtuositeit zit ’m vooral in het samenspel. Als de kraker Highway to Hell wordt ingezet, staat het stadion in vuur en vlam. Je merkt bij alle emotie die over het veld en de tribunes golft dan bijna niet hoe groovend de band hier staat te spelen. Het treintje van AC/DC komt steeds stomend op gang en mist nooit een wissel.
Een hoogtepunt, letterlijk, is de twintig minuten durende solo van Angus Young bij Let There Be Rock, gespeeld vanaf een hoogwerker. Hij dolt met het publiek en laat het stadion gillen bij iedere aanslag, alsof er in ruim vijftig jaar niets is veranderd.
Dat is er wel. Het is jammer dat niet even wordt stilgestaan bij het overlijden van Malcolm Young, die de band heeft gemaakt tot wat die is. AC/DC speelt gewoon door, zonder omhaal van woorden. Misschien moeten we de kanonschoten in de finale, bij For Those About to Rock (We Salute You), dan maar opvatten als een eerbetoon aan de betreurde Young.
Pop
★★★★☆
Johan Cruijff Arena, Amsterdam, 5/6.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant