De Nederlandse staat hoeft geen extra maatregelen te nemen om de meest kwetsbare natuur te beschermen tegen een overschot aan stikstof. De rechtbank in Den Haag heeft de eisen in een kort geding daarover van Greenpeace donderdag afgewezen.
Greenpeace eiste van de staat een plan van aanpak om de stikstofneerslag op een aanzienlijk deel van de Nederlandse natuur voor eind 2025 onder de wettelijke norm te brengen. De milieuorganisatie zelf suggereerde onder meer maatregelen als de uitkoop van piekbelasters voor eind 2025, een maximaal aantal dieren per hectare en minder bemesting rond natuurgebieden. Dat zijn maatregelen waar zeker het nieuwe kabinet met de BBB niets in ziet. Nu de vorderingen van Greenpeace zijn afgewezen, zijn ze voorlopig van de baan.
Het staat volgens de rechtbank buiten kijf dat de Nederlandse natuur lijdt onder een teveel aan stikstof, en dat Nederland niet op koers ligt om de zelf gestelde wettelijke doelen voor stikstofreductie te halen. Ook de landsadvocaat ontkende dat tijdens de zitting niet. De eisen van Greenpeace in het kort geding hadden echter betrekking op zeer stikstofgevoelige habitats, die volgens een onderzoek in opdracht van de milieuorganisatie in 2025 mogelijk al onherstelbare schade oplopen. Nederland is wettelijk verplicht om zulke schade aan de natuur te voorkomen en, als die toch aangericht wordt, te herstellen.
Over de auteur
Maarten Albers is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en de voedingsindustrie.
Aanvankelijk eiste Greenpeace een regeringsplan om de stikstofneerslag op de ‘rodelijstgebieden’ met de meest kwetsbare natuur uiterlijk in 2025 onder het maximum te brengen. Tijdens de zitting voerden advocaten namens de staat aan dat dat praktisch onmogelijk is. De raadsvrouwen van Greenpeace zwakten hun eis daarom af: de staat zou zich maximaal in moeten spannen om de stikstofuitstoot in een zo groot mogelijk deel van die gebieden onder de wettelijke norm te brengen.
Volgens de rechtbank is het ‘onvoldoende aannemelijk’ dat de staat verplicht is om de stikstofneerslag in alle habitats op die rode lijst eind 2025 onder de norm te brengen. Het onderzoek spitst zich toe op natuurtypen, zoals droge heiden en veenmosrietlanden. Voor elk type bepaalden de onderzoekers hoe hoog en wijdverspreid het stikstofoverschot is, en of het mogelijk is de aangerichte schade te herstellen. Deze natuurtypen komen echter door heel Nederland voor. Volgens de rechtbank zou Greenpeace voor elk habitat apart moeten motiveren waarom de deadline van 2025 van toepassing is.
‘Zonder nadere toelichting, die Greenpeace niet heeft gegeven, kunnen de alarmerende conclusies van de rapporten niet worden vertaald naar alle concrete habitats in concrete Natura 2000-gebieden’, aldus de rechtbank. Mogelijk is in sommige gevallen minder stikstofreductie voldoende, of kan de deadline naar achteren geschoven worden.
Naast het kort geding loopt nog een bodemprocedure over de rode lijst en een oranje lijst van natuurtypen die voor 2030 gered zouden moeten worden. Daarin eist de milieuorganisatie ook een plan van aanpak van de overheid om deze gebieden te beschermen. De eerste zitting in deze zaak staat gepland voor november.
Sinds het begin van de stikstofcrisis vijf jaar geleden heeft de overheid maatregelen genomen, zoals een uitkoopregeling, en doelen gesteld voor reductie van de stikstofuitstoot. Uit analyses van onder meer het RIVM en Planbureau voor de Leefomgeving blijkt echter dat de plannen bij lange na niet genoeg zijn om de natuur te beschermen en aan wettelijke verplichtingen te voldoen.
In een brief aan de formerende partijen schreef het ministerie van Landbouw eerder dat bij een vonnis in het voordeel van Greenpeace ‘binnen zeer korte termijn effectieve maatregelen’ getroffen zouden moeten worden met een verplichtend en normerend karakter. De kosten van zo’n vonnis voor de staat werden geschat op 10 tot 15 miljard euro.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant