Op de zolderruimte boven hun appartement in Rotterdam ontwierpen architecten Beatriz Ramo en Bernd Upmeyer een piepklein appartement, dat is voorzien van alle woongemakken. Het was alleen wel even puzzelen.
‘Nee, wij horen niet bij de tinyhousebeweging die in de natuur gaat zitten en zichzelf een kleine ruimte oplegt’, zegt architect Beatriz Ramo terwijl ze de voordeur opent naar het appartement van 7 vierkante meter dat zij met haar partner Bernd Upmeyer – ook architect – ontwierp. De microwoning bevindt zich boven in de Rotterdamse jarenvijftigflat waarin het stel woont.
Een medebewoner bood de zolderruimte in 2014 te koop aan via een briefje bij de lift. Het stel betaalde er 11 duizend euro voor.
‘We wisten niet meteen wat we ermee zouden doen’, zegt Ramo. ‘Bernd dacht aan een waskamer, omdat we die missen in ons appartement, maar dat vond ik verspilling van ruimtelijk potentieel. Een andere wens was een logeerkamer. Mijn familie woont in Spanje, die van hem in Duitsland. Tegelijk wilde ik iets leuks voor mezelf: een sauna. En Bernd droomde van een ligbad, omdat wij alleen een krappe douche hebben.’
Over de auteur
Kirsten Hannema schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
Ze onderzochten of en hoe dit allemaal zou passen in een ruimte van 1,97 bij 3,6 meter, met een hoogte van 3 meter. Het bleek na het nodige puzzelwerk mogelijk. Bijna tien jaar hebben ze in hun vrije tijd gewerkt aan ‘Le cabanon’, zoals ze het project doopten, naar het wereldberoemde vakantiehutje dat de Frans-Zwitserse architect Le Corbusier in 1951 voor zichzelf bouwde aan de Côte d’Azur: een sober buitenverblijf zonder keuken en douche. De architect at in het naastgelegen café en liep de rotskust af voor een duik in de Middellandse Zee.
De Rotterdamse cabanon is in oppervlakte twee keer zo klein als het Franse voorbeeld, maar wel voorzien van alle woongemakken. Je komt binnen in de oranjeroze leefkeuken met een kastenwand waarin een wasbak, kookplaat, combimagnetron, kastruimte en een uitklaptafeltje verstopt zitten. Bijpassende roze klapstoelen hangen op een haak naast de voordeur.
Via een deur in de kastenwand stap je in de aquablauwe badkamer met wc en regendouche, en een doorloop naar de (infrarood)sauna en het bubbelbad. Aan de deur hangt een laddertje waarmee je in de mintgroene tweepersoonshoogslaper klimt.
Le Corbusier ontwierp het interieur van zijn cabanon met het door hem ontwikkelde maatsysteem ‘modulor’, Ramo en Upmeyer modelleerden hun minihuis naar zichzelf. ‘De deuropening naar de sauna is 1,82 meter hoog; daar kunnen wij precies doorheen lopen zonder te bukken’, wijst Ramo. De slaapruimte heeft een hoogte van 1,14 meter.
Het interieur is op maat gemaakt door het Rotterdamse bedrijf Midwinter van Arjen van Caspel en Mirjam Groenendijk, die theaterdecors en bootinterieurs bouwen. Zij hielpen ook met het uitzoeken van de materialen en kleuren, en verzorgden de stoffering en verlichting. Aan het keukenplafond hangt een zeshoekige buislamp, in de omkasting rond het bed lichten ledlampjes op als sterretjes.
Het zwarte marmer in de sauna en de blauwe badkamertegels zijn restpartijen, die de architecten voor een zacht prijsje opkochten bij de tegelboer.
De totale bouwkosten bedroegen 20 duizend euro, inclusief meubels en apparatuur. Ramo: ‘Pas toen het af was, beseften we: dit is het kleinste huis ter wereld met alles erop en eraan. Het enige wat je hier niet hebt, is een wasmachine.’
Het project heeft haar aangezet tot kritisch nadenken over ‘wat je echt nodig hebt’. ‘Ik koop nauwelijks nog nieuwe spullen en heb veel naar de kringloopwinkel gebracht. Al kan ik ook nog steeds genieten van bepaalde producten of diensten. Zoals onze sauna.’
Permanent in een dergelijk kleine ruimte wonen zou ‘een uitdaging zijn’, zegt Ramo. ‘Ik denk niet dat appartementen zo klein zouden moeten zijn. Wel toont het project hoe we slimmer kunnen omgaan met woonruimte. Je ziet bijvoorbeeld dat de hoogte boven het bed lager kan zijn dan de keuken, en hoe je aan woonkwaliteit kunt winnen door de ruimte heel precies te organiseren. Neem de radiator: die hebben we uitgekozen met het idee dat er nog een zitvensterbank omheen past. Zo’n detail maakt het verschil tussen een geoptimaliseerde woning of een kamer waarin je net een bed en een kast kwijt kunt. Aandacht voor specifieke details en plattegronden kan helpen om ruimtegebruik te verbeteren en kosten te reduceren.’
Volgens Ramo is daarvoor ‘een andere houding’ in de bouw nodig. ‘Projectontwikkelaars werken het liefst met standaard plattegronden en bieden nauwelijks ruimte om te ontwerpen aan interieurs; architecten mogen doorgaans enkel de gevel tekenen. Standaardisatie lijkt de snelste en goedkoopste oplossing voor de woningnood. Ik denk dat we juist moeten inzetten op alternatieven, niet elk huishouden heeft immers dezelfde behoeften en woningvraag.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant