Patiënten met een bepaalde vorm van darmkanker blijken ongekend goed te reageren op een korte immuunbehandeling voor hun operatie. Alle patiënten waren na twee jaar nog kankervrij, zo blijkt uit Nederlands onderzoek. Zo’n succes is met immuuntherapie nog nooit geboekt.
De resultaten verschijnen donderdag in vakblad NEJM. Het is voor de tweede keer in een week tijd dat Nederlandse artsen aantonen dat het veel beter is om kankerpatiënten meteen immuuntherapie te geven, al voor de operatie. Dan zit de tumor immers nog in het lichaam, staat het immuunsysteem paraat en kan een extra zetje de immuuncellen stimuleren. Zondag verscheen al een groot onderzoek met goede uitkomsten bij huidkankerpatiënten.
Myriam Chalabi, internist-oncoloog in het Antoni van Leeuwenhoek, deed met haar collega’s onderzoek bij 111 patiënten met zogeheten dMMR-darmkanker. Een op de zeven patiënten met dikke darmkanker lijdt aan die variant, jaarlijks treft de ziekte zo’n 1.800 Nederlandse patiënten. Zij hebben een tumor waarop aan de buitenkant veel vreemde eiwitten zitten. Immuuncellen komen af op die eiwitten en proberen de kankercellen op te ruimen. Als ze daarbij worden geholpen door een immuunversterker blijken ze dat opruimwerk uitstekend te doen.
Over de auteur
Ellen de Visser is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over medische ontwikkelingen en geneesmiddelen.
Van de 111 patiënten die immuuntherapie kregen, slonk bij 95 procent de tumor in vier weken tijd tot minder dan 10 procent van de oorspronkelijke grootte. Bij 75 patiënten (68 procent van de groep) waren na een maand zelfs alle kankercellen verdwenen, ook bij patiënten met een gevorderd stadium van de ziekte, die uitzaaiingen hadden in de lymfeklieren. Na twee jaar was bij geen enkele patiënt de kanker teruggekomen. ‘Dat is ongekend’, zegt Chalabi, die nog niet van genezing wil spreken. Daarvoor moeten de patiënten nog iets langer worden gevolgd.
Immuuntherapie heeft een langdurig effect, zegt ze: de immuuncellen gaan meteen aan de slag, maar er ontwikkelen zich ook geheugencellen die het werk later kunnen overnemen. ‘Dat verklaart het succes deels.’
De Amerikaanse darmkankerspecialist Andrea Cercek noemt de resultaten ‘indrukwekkend’. Toch vindt ze het noodzakelijk om de Nederlandse aanpak eerst te vergelijken met andere behandelingen, voordat die aan alle patiënten wordt gegeven. Patiënten krijgen nu standaard een operatie en, bij uitzaaiingen, een chemokuur.
Patiënten met een mildere vorm van de ziekte hebben vaak aan een operatie genoeg, schrijft Cercek in een onafhankelijk commentaar in het vakblad. Er bestaat dus een kans dat onnodig veel patiënten immuuntherapie krijgen. En dat kan nadelig uitpakken: in de studie kreeg 11 procent van de patiënten hormonale problemen. Meestal werkt hun schildklier niet meer goed en hebben ze medicijnen nodig.
Chalabi zegt dat het overgrote deel van de patiënten uit haar onderzoek een hoog risico had op uitzaaiingen. Artsen kunnen die groep met scans redelijk goed selecteren, benadrukt ze, al is er geen volledige zekerheid. ‘We zullen een klein deel van de patiënten overbehandelen, maar daar staat tegenover dat er ook patiënten zijn die toch geen milde variant blijken te hebben, bij wie we alsnog uitzaaiingen ontdekken.’
Zij wil haar groep patiënten volgen totdat bij allen de behandeling de drie jaar is gepasseerd. Als de resultaten dan nog zo overtuigend zijn, zegt ze, is het onethisch om patiënten met een hoog risico op uitzaaiingen de behandeling te onthouden en nog jaren te wachten totdat er een groot vergelijkend onderzoek is gedaan. ‘Ik denk dat we met deze behandeling veel meer patiënten kunnen genezen.’ Ze hoopt dat ze de registratie-autoriteiten daarvan kan overtuigen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant