Home

Het beste aan regisseren is dat je zelf een soort god bent, vindt de Chinese filmmaker Wei Shujun

Met zijn donkere én humoristische misdaadthriller Only the River Flows scoorde de Chinese regisseur een onverwachte hit. Een geslaagde variatie op de film noir, luidde de reactie buiten China. Maar met dat genre was Wei Shujun zelf nog niet bekend.

Ruim 300 miljoen renminbi bracht Only the River Flows al op in de Chinese bioscopen, omgerekend zo’n 40 miljoen euro. Een uitzonderlijk hoog bedrag voor een kleinere, los van de grote Chinese studio’s gemaakte ‘auteursfilm’. De op 16 millimeter gedraaide politiethriller voert terug naar de jaren negentig, wanneer rechercheur Ma Zhe – leren jasje, kettingroker – een reeks moorden probeert op te lossen in een provinciestadje.

De film, die vanaf deze week te zien is in de Nederlandse bioscoop, sloeg aan bij het grote thuispubliek en verdrong zelfs de Chinese blockbusters van de toppositie. Was er dan toch weer ruimte voor onafhankelijke cinema, in het land waar president Xi Jinping en de Chinese censuur de eigen filmproductie de afgelopen jaren meer en meer richting propaganda hadden gestuurd?

Over de auteur
Bor Beekman is filmredacteur van de Volkskrant.

‘De populariteit van de film heeft een paar redenen’, antwoordt regisseur Wei Shujun (33) op de vraag of hij verrast was door het succes van Only the River Flows. Allereerst noemt hij Yu Hua, de Chinese schrijver (wiens werk ook in het Nederlands is vertaald) van de novelle die hij tot film bewerkte. ‘Hij is heel beroemd, dus dat helpt.’ Net als de knappe hoofdrolspeler Zhu Yilong: ‘Voor hem gaan mensen naar de bioscoop.’

En een derde reden van het succes, volgens de filmmaker, is dat er in China online een discussie ontstond onder bioscoopbezoekers over de vraag wie nou eigenlijk de moorden pleegt in film. ‘Was het die? Of toch die? Kennelijk nodigt mijn film uit tot zulke speculaties, wellicht omdat een deel van wat je ziet de verbeelding van de rechercheur betreft.’

Shujun – kort kapsel, NBA-basketbalshirt – videobelt vanuit zijn appartement in Beijing. Wat hijzelf niet noemt, maar wat toch óók een gegronde reden moet zijn voor die hoge bezoekersaantallen: de gruizige jarennegentigsfeer van zijn film, waarin het voortdurend regent en de detective van dienst gaandeweg de grip op zijn zaak (en zichzelf) verliest.

Humor en donkerte

Ook effectief: de wisselwerking tussen humor en donkerte in de film. Als hij een deur opentrapt, zoals detectives dat nu eenmaal doen in films, blijft Ma Zhe met zijn been ín de deur steken: het had ook zo’n flauw-lollige grap uit de Naked Gun-films kunnen zijn, met het verschil dat Wei Shujun nooit vol inzet op de lach.

De regisseur: ‘Volgens mij botst het niet, humor en donkerte. Het surreële en absurde zat ook al wel in het boek.’

Daar voegde hij wel een dimensie aan toe, door als locatie voor het (tijdelijke) bureau van het politieapparaat dat de moord moet oplossen een leegstaande bioscoop te kiezen; het kantoortje van detective Ma Zhe is de projectiekamer. ‘Dat zat niet in de roman en geeft uiteraard een extra perspectief aan de film: als publiek zitten wij in een filmtheater te kijken naar agenten die óók in een filmtheater zitten. Een soort dubbele laag.

‘Het helpt je ook om door te dringen tot de psychologische wereld van deze detective. De camera – of cinema – werkt daarbij als een soort portaal: er valt geen onderscheid meer te maken tussen wat echt is en wat niet. Niet alles in het leven valt logisch te verklaren. Wetenschap helpt ons te begrijpen, maar niet álles valt te begrijpen op basis van wetenschappelijke principes.’

Er werd gedraaid in een échte bioscoop. ‘Uit de jaren tachtig, nu al lang niet meer in gebruik. Ik was zo blij dat we die plek vonden.’

Waar schrijver Yu Hua de tijd waarin het verhaal zich afspeelt doelbewust wat vaag hield, situeert Wei Shujun zijn verfilming nadrukkelijk in de jaren negentig: de jaren waarin de Chinese samenleving een enorme economische sprong voorwaarts maakte. ‘Alles ging heel snel, toen. Veel stond op losse schroeven, wat extra druk gaf. Maar wat ook zo is: detectivewerk was nog heel moeilijk. Nu, met behulp van dna-onderzoek, zouden veel onopgeloste misdaden uit die tijd vrij makkelijk worden opgelost. In de jaren negentig ging misdaad nog gepaard met veel mysterie.’

Eenkindpolitiek

Ook kenmerkend voor het China van toen: de dan nog geldende eenkindpolitiek. Wat te doen als detective Ma Zhe en zijn zwangere vrouw te horen krijgen dat hun vrucht een iets verhoogde kans heeft op een afwijking? Gokken op een goede afloop, in de wetenschap dat dit hun enige kind zal zijn? Of toch kiezen voor abortus?

Dat de regisseur zelf uit die tijd stamt (1991), woog ook mee: ‘Ik wilde me de jaren negentig voorstellen op basis van mijn herinneringen. Misschien raakt het helemaal niet aan de realiteit van de echte jaren negentig, maar het is wel hoe ik het heb ervaren.’

Hij geraakte vrij makkelijk langs de censuur, zegt hij. ‘Ik denk dat de Chinese afdeling voor film nu meer diversiteit wenst in de filmindustrie. Films die ook internationaal wat meer kans hebben. Wij hoefden nauwelijks iets aan te passen in de montage.’

Geslaagde variatie

Buiten China werd Only the River Flows onthaald als een geslaagde variatie op de film noir of neonoir, die ooit door de Fransen gemunte term voor misdaadfilms vol stijlvolle donkerte en vervreemding, zoals Touch of Evil (1958) en Chinatown (1974), met als hoofdpersonage een dolende antiheld die verstrikt raakt in een web van intriges. ‘Toen mijn film op het festival van Cannes werd vertoond, waren er veel mensen die daarnaar verwezen in de gesprekken die ik voerde. Dus nu weet ik wat het is, noir. Maar tijdens het filmen was ik daar helemaal niet mee bezig. Het zat allemaal al in de roman.’

Ook zijn twee eerdere speelfilms (Striding into the Wind, Ripples of Life) werden al geselecteerd voor het filmfestival van Cannes.

Het verhaal van jezelf

Wei Shujun volgde een studie als geluidsontwerper en is naast cineast ook rapper, onder de naam PUC. ‘Dat heeft me veel gebracht in het leven. Door te gaan rappen kon ik me onderscheiden van andere mensen. En als geluidsontwerper kon ik cinema allereerst leren begrijpen vanuit het geluid. Het leerde me dat je als filmmaker niet alleen het verhaal van een ander vertelt, maar altijd óók het verhaal van jezelf. In feite verken je jezelf.

‘En het beste aan regisseren, denk ik, is toch dat jij zelf een soort god bent: je geeft betekenis aan de personages die je schept. Ik ben geobsedeerd door dat aspect van het vak.’

Is hij in China ook bekend als rapper? ‘Nee, ik ben vooral een liefhebber.’

Eerste kunstenaar

Shujun groeide niet op in artistieke kringen. ‘Mijn moeder is eigenaar van een fabriek. En mijn vader werkte voor de overheid, het was zijn taak om groente in te kopen. Ja, ik ben de eerste kunstenaar in de familie.’

Op de vraag of hij meer beïnvloed is door de Chinese of de niet-Chinese cinema, volgt een bedachtzaam antwoord. ‘Moeilijk... Ik zal niet zeggen dat ik direct beïnvloed ben door Hou Hsiao-hsien (de illustere Taiwanese cineast, red.) en Woody Allen, maar die twee bestaan wel ín mij, in zekere zin. Zo ben ik het ook niet per se eens met het idee dat bijvoorbeeld de Europese cinema het verst ontwikkeld is. En ik draag de Chinese filmtraditie in me, al geloof ik tegelijkertijd dat de Chinese cinema nog wel een lange weg te gaan heeft.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next