De achtvoudig wereldkampioen rijdt dit jaar voor het eerst in zijn MotoGP-loopbaan niet voor een fabrieksteam. De Spanjaard koos eind vorig jaar om Honda te verlaten en over te stappen naar Gresini, waar hij een ouderejaars Ducati aangeboden kreeg. Er waren tijden dat zo’n overstap betekende dat je terugzakte in de pikorde. Met de huidige competitiviteit in de MotoGP is het echter prima mogelijk om op een Ducati van een jaar oud mee te doen om de wereldtitel. Márquez heeft in 2024 in de eerste zeven races al meer punten gescoord dan in zijn gehele laatste jaar bij Honda (136 om 96) en stond voor het eerst sinds 2019 na drie Grands Prix op het podium.
Toen hij vertrok bij Honda, wilde hij simpelweg zijn vertrouwen en plezier in het rijden terugvinden. Met de RC213V kon hij tussen 2020 en 2023 weinig uitrichten, waardoor de vlam doofde. Op de Ducati is die passie weer flink aangewakkerd, en dat heeft hem voor komend jaar een plekje bij het beste team met de snelste machine in de MotoGP opgeleverd.
Die deal had echter de nodige voeten in de aarde. Een tijdlijn van de ontwikkelingen.
Marc Marquez, Repsol Honda
Foto door: Repsol Media
Aan de vooravond van het nieuwe seizoen (of wat in elk geval de start van het seizoen had moeten zijn, als er geen coronapandemie was gekomen) zette Márquez met een grote lach op het gezicht zijn handtekening onder een indrukwekkend vierjarig contract. Hij zou - op papier - tot eind 2024 aan Honda verbonden blijven.
Hoewel de Honda’s steeds lastiger te berijden waren en de meeste andere Honda-rijders grote moeite hadden om hun snelheid te vinden, voelde Márquez zich uitermate thuis op het pakket. Tussen 2013 en 2019 won hij zes wereldtitels, waarvan de laatste met meer dan 150 punten voorsprong. In slechts een race eindigde hij dat jaar niet in de top-twee.
De deal had een waarde van zo’n 100 miljoen dollar. Het leek erop dat de Márquez-Honda dynastie nooit ten einde zou komen.
Marc Marquez, Repsol Honda Team
Foto door: MotoGP
Gedwongen tot een inhaalrace na een foutje aan de leiding van de seizoensopener in Spanje, was de snelheid die Márquez tentoonspreidde ouderwets angstaanjagend. Het ging echter grandioos mis toen hij in de slotfase in bocht 3 crashte en daarbij zijn rechterarm brak. De blessure vereiste dat jaar drie operaties, waardoor de Spanjaard het gehele seizoen langs de zijlijn stond. Een vierde operatie volgde in 2022, toen zijn arm werd teruggezet in de oorspronkelijke positie.
Hier begon de neerwaartse spiraal, wat uiteindelijk resulteerde in het einde van de jarenlange en schier onaantastbare combinatie Márquez-Honda. Zonder Márquez ging het bergafwaarts met de ontwikkeling van de machine. Honda probeerde met man en macht een motor neer te zetten waarop ook de andere rijders van het merk zich thuis voelden, in de hoop zo terug te keren aan de top. Zonder enig succes.
Marc Marquez, Repsol Honda Team
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
Kort na de Grand Prix van Japan, waarin Márquez zijn enige podiumplaats van een verder miserabel seizoen scoorde, nam hij de (financieel zeer kostbare) beslissing om zijn doorlopende contract met Honda voortijdig op te zeggen. Op dat moment gingen er al geruchten dat hij de overstap zou maken naar Gresini Ducati. Een belabberde test op het eerste Honda-prototype voor 2024 was de druppel: Márquez had geen vertrouwen meer in het RC213V-project.
Het vertrek bij Honda maakte de weg vrij voor een nieuw avontuur op de snelste motor van het veld. Op 12 oktober werd de deal met Gresini bevestigd.
Marc Marquez, Gresini Racing
Foto door: Dorna
Het Ducati-management was in eerste instantie niet erg blij met de komst van Márquez. Dat liet algemeen manager Gigi Dall’Igna een paar uur voor de eerste test van de Spanjaard op zijn machine nog weten. Heel lang duurde die scepsis niet.
Op een memorabele (en ongelofelijk koude) dag maakte Márquez zijn eerste meters op een Ducati, en verbaasde vriend en vijand. Aan het einde van de dag had hij de vierde tijd genoteerd, slechts twee tienden achter de snelste man. De lach was nu al terug op het gezicht van de achtvoudig kampioen. De verwachtingen voor het seizoen 2024 werden met de dag hoger.
Marc Marquez, Gresini Racing Team
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
In de eerste race op de Ducati kon Márquez zich niet direct mengen in de strijd om de overwinning, zoals velen hadden verwacht (of gehoopt). Hij zette een solide weekend neer, waarbij al wel duidelijk werd dat er nog heel wat meer in het vat zat voor Márquez op de GP23. In de sprint eindigde hij op 1,8 seconden van de winnaar als vijfde, in de race miste hij net het podium. Het gat met de winnaar was slechts 3,4 seconden. Er was nog werk aan de winkel om te wennen aan de Ducati, maar de weg naar boven was ingeslagen.
Marc Marquez, Gresini Racing en Francesco Bagnaia, Ducati Team crashen
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
Ducati was in de tweede helft van 2023 al gewaarschuwd wat er kon gebeuren binnen het delicate rijder-ecosysteem als Marc Márquez aangetrokken zou worden. En daar was de collectieve ‘ik zei het toch’ in ronde 23 van de 25 ronden tellende Grand Prix van Portugal.
Na de podiumplaats in de sprint op zaterdag, knokten Márquez en wereldkampioen Francesco Bagnaia voor de punten op zondag. Márquez dook van heel ver aan de binnenkant in bocht 5, ging wijd en dat gaf Bagnaia de gelegenheid om de positie te heroveren. Het tweetal kwam met elkaar in aanraking en crashte. Einde race. Bagnaia vond het een race-incident, Márquez gaf de fabrieksrijder de schuld. Met de kennis van nu, kan dit gezien worden als het eerste geval van powerplay van Márquez.
Marc Marquez, Gresini Racing
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
In Jerez kwalificeerde Márquez zich voor de 93 keer in zijn carrière op pole-position. Hij was op weg naar de winst in de sprintrace totdat hij op bizarre wijze uit de race crashte. In de Grand Prix zagen we de eerste tekenen dat hij zich eindelijk echt goed thuis voelde op de Desmosedici toen hij met Bagnaia duelleerde om de zege.
De Italiaan had als fabrieksrijder, in theorie, de betere machine. Dat weerhield Márquez er niet van om zijn huid duur te verkopen. Het duo raakte elkaar opnieuw in de strijd om de leiding. Ditmaal resulteerde dat niet in een crash, en Bagnaia kwam als winnaar uit de strijd. Márquez had zijn punt echter gemaakt, en het Ducati-management schreef driftig mee.
Marc Marquez, Gresini Racing
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
In de Franse GP werkte Márquez zich zowel in de sprint als in de GP vanaf de dertiende startpositie op naar P2 aan de finish. In de daaropvolgende race in Barcelona kwalificeerde hij zich als veertiende en finishte in de sprint wederom als tweede. Zijn opmars op zondag verliep minder soepel, maar dat weerhield hem er niet van om alsnog naar P3 te rijden. Voor de eerste maal sinds 2019 scoorde hij in drie opeenvolgende Grands Prix een podiumplek. Ducati had eerder al Mugello - de locatie van de volgende race - aangewezen als de plek waar de definitieve beslissing over het zitje naast Bagnaia in 2025 genomen zou worden.
Het was lastig om de topvorm van Jorge Martín - die na zijn tweede plek in de eindstand in 2023 er nog een schepje bovenop leek te doen in 2024 - te negeren. Maar datzelfde was het geval voor de prestaties van Márquez in slechts zes races op de Ducati.
Marc Marquez, Gresini Racing, Jorge Martin, Pramac Racing.
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
Aan de vooravond van de Italiaanse Grand Prix wees alles erop dat Ducati de beslissing had genomen: Jorge Martín zou gepromoveerd worden naar het fabrieksteam. Motorsport.com heeft vernomen dat beide rijders kort voor het raceweekend de situatie uitgelegd kregen: Martín kreeg zijn plek naast Bagnaia, en Márquez een fabrieksmachine bij Pramac - met een clausule dat de rollen omgedraaid zouden worden als Márquez de titel zou winnen.
De oudste van de twee Spanjaarden was echter niet tevreden. Hij gebruikte de mediadag optimaal door aan iedereen die het maar wilde horen te laten weten dat “Pramac geen optie is”. Márquez wilde ofwel met een fabrieksmotor bij Gresini blijven - iets wat niet aannemelijk was aangezien Pramac een exclusiviteitsdeal had om met fabrieksmateriaal te rijden - of overstappen naar het fabrieksteam. En dat zitje leek nu net aan Martín vergeven.
Marc Marquez, Gresini Racing
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
De gedachte aan een vertrek van Márquez en een overstap naar een rivaliserende fabrikant viel het management van Ducati zwaar. Men besloot alle plannen overboord te gooien. Martín kreeg op zondagmiddag 2 juni te horen dat hij het fabriekszitje niet zou krijgen. De WK-leider liep rechtstreeks naar Aprilia en tekende op maandagochtend een contract bij de Italiaanse fabrikant voor het seizoen 2025. De officiële aankondiging van Ducati bleef op die maandag uit, maar het nieuws plaveide de weg voor het onvermijdelijke.
Marc Marquez, Gresini Racing
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
De MotoGP-wereld bleef ook op dinsdag de mailbox verversen, in afwachting van een persbericht van Ducati. Wederom niets. Op woensdagochtend viel alles eindelijk op zijn plaats. Ducati maakte bekend dat Márquez een tweejarig contract heeft getekend bij het fabrieksteam. “Ik ben enorm blij dat ik volgend seizoen de rode kleuren van het Ducati-fabrieksteam in de MotoGP mag dragen”, aldus de Spanjaard. “Vanaf het eerste moment geniet ik van het rijden met de Desmocedici GP. De aanpassing is direct goed verlopen. Vanaf dat moment wist ik dat het mijn doel was om door te gaan op deze ingeslagen weg, om verder te groeien en om te verkassen naar het team waarmee Francesco Bagnaia twee jaar op rij wereldkampioen is geworden. Ik ben blij deze grote stap in 2025 te kunnen zetten en ik ben dankbaar voor het vertrouwen dat Ducati in me gesteld heeft.”
Source: Motorsport