Home

‘Een gesprek over de kinderwens is voor iedereen een goed idee’

Artsen en hulpverleners zouden veel vaker moeten vragen of hun patiënten en cliënten wel kinderen willen, betogen Connie Rijlaarsdam en Hans Schleiffert die het programma Nu Niet Zwanger opzetten. ‘We hebben nog heel wat herstelwerk te verrichten.’

‘Wat, ik?’ Lars kijkt verrast op van zijn telefoon, als het woord ‘sterilisatie’ valt. Hij en zijn vriendin Naomi hebben drie kinderen, maar ook een berg schulden. Nog een kind erbij vinden ze geen goed idee, en nu is er – op hun verzoek – een hulpverlener bij hen thuis om een volgende zwangerschap te voorkomen. Maar anticonceptie voor mannen? Daar heeft het stel nog nooit van gehoord.

Dat Lars en Naomi überhaupt hulp kunnen krijgen met hun zwangerschapsworsteling, is te danken aan het programma Nu Niet Zwanger. Het is opgezet door verpleegkundig specialist Connie Rijlaarsdam, die zich in haar tijd (2014) bij de GGD in Tilburg afvroeg waarom hulpverleners als zijzelf pas in actie kwamen als er wéér een kind in een problematische gezinssituatie was geboren.

Over de auteur
Michiel van der Geest is de zorgverslaggever van de Volkskrant.

‘Dan zaten we met zeven hulpverleners in een multidisciplinair overleg over een verslaafde vrouw die in verwachting was van haar tweede kindje, haar eerste was al uit huis geplaatst’, vertelt Rijlaarsdam aan haar keukentafel. ‘Zelf wilde ze het kind niet en het was ons allen duidelijk dat ze nog steeds niet in staat was voor haar baby te zorgen. Maar als ik de vraag stelde hoe het eigenlijk mogelijk was dat ze weer zwanger was geraakt, reageerde iedereen lacherig. Ik was bloedserieus: hoe kan het dat we nu met zeven professionals weer zitten af te wachten tot het kind geboren is?’

Rijlaarsdam besloot dat hulpverleners eerder in actie moesten komen en bedacht het programma Nu Niet Zwanger. Fundament onder het programma: hulpverleners moeten, zonder oordeel, aan hun cliënten durven vragen hoe het eigenlijk is met hun kinderwens. En als die er niet is: helpen – met voorlichting en anticonceptie – om een onbedoelde zwangerschap te voorkomen.

Het is Rijlaarsdam gelukt om van haar proefproject een bijna-landelijk programma te maken. Nu Niet Zwanger loopt inmiddels in 82 procent van de Nederlandse gemeenten. Rijlaarsdam staat als grondlegger aan het hoofd van het programma, Hans Schleiffert traint als kwartiermaker andere zorgverleners om het gesprek over de kinderwens te voeren en hij schreef een boek met ervaringsverhalen, waaronder dat van Lars en Naomi.

Toch zijn Rijlaarsdam en Schleiffert nog niet tevreden. Er zijn namelijk zat Larsen en Naomi’s die niet in een hulpverleningstraject zitten, maar die ook baat hebben bij een gesprek over hun kinderwens. Sterker, voor iedereen is een kinderwens-gesprek een goed idee, is hun stellige overtuiging, zeker in tijden van oplopende abortuscijfers, Lentekriebels-weerstand, en toenemende conservatieve opvattingen over de rol van de vrouw. Rijlaarsdam: ‘Je moet te allen tijde een weloverwogen kinderkeuze kunnen maken, dat is de autonomie die wij voorstaan.’

Hoe moet dat er in de praktijk uitzien?

Rijlaarsdam: ‘Ons ideaalplaatje is dat iedereen zich afvraagt: joh, heb ik een actuele kinderwens? En zo ja, wat is daarvoor nodig?

‘Dat hoeft geen deur-tot-deurcampagne te zijn, maar we moeten wel de algemene bewustwording van de kinderwens normaliseren. We weten bijvoorbeeld dat het gebruik van foliumzuur in voorbereiding op de zwangerschap aan het dalen is, omdat er nauwelijks meer aandacht voor is. En oké, elke vrouw weet dat ze niet moet drinken om de kans op een gezonde zwangerschap te verhogen, maar nog echt niet elke man weet dat dat ook voor hem geldt.

‘Uiteindelijk komt het hierop neer: als je wilt dat elk kind een kansrijke start in het leven krijgt, – en de eerste duizend dagen vanaf de conceptie zijn heel belangrijk voor de rest van een mensenleven – dan kun je daar al vóór de conceptie invloed op hebben.’

Schleiffert: ‘En dat geldt inderdaad voor vrouwen én mannen. Het blijft opvallend dat een kinderwens vaak als een vrouwending wordt gezien. In die zin zijn we ook een soort zendelingen. Echt niet iedereen wil plots papa worden.’

Hoe zien jullie dat voor je? De huisarts kan toch niet in elk gesprek over een ingegroeide teennagel met iemand in de vruchtbare leeftijd naar de kinderwens vragen?

Rijlaarsdam: ‘Ik denk wel dat je het moet kunnen koppelen aan de reden van de komst. Maar als je medicatie voorschrijft aan iemand in de twintig, is er al een directe relatie met een mogelijke kinderwens. Medicijnen kunnen immers invloed hebben op de zwangerschap of op de foetus.

‘Dus dan zou de huisarts moeten vragen: hoe is het met je? Heb je een kinderwens? Weet je dat je een zwangerschap kunt voorbereiden of kunt voorkomen? Zo kort kan het zijn. Het hoeft niet meteen doorgezaagd tot achter de komma.

‘Dat willen we normaliseren, zodat het ook de andere kant op kan werken. Als er dan wel een actuele kinderwens is, en je met die ontstoken teennagel bij de huisarts komt, kun je vragen: wanneer is het eigenlijk verstandig om te stoppen met anticonceptie?’

Schleiffert: ‘We moeten ook niet vergeten hoe groot de verschillen in gezondheidsvaardigheden zijn in Nederland. Niet iedereen heeft in de opvoeding meegekregen wat veilige seks is, of hoe je dat goed regelt.

‘Er zijn op veel momenten en plekken haakjes om de kinderwensvraag te stellen. Als een sociaal werker helpt met woonruimte zoeken, moet het dan een huis met twee slaapkamers worden of is één genoeg? Dan is het logisch om ruimte te maken voor deze vraag, want een onbedoelde zwangerschap heeft grote gevolgen voor de rest van je leven.’

Als patiënt of cliënt zou je ook kunnen denken: waar bemoeit die arts zich mee, ik kom hier voor heel iets anders.

Rijlaarsdam: ‘Die weerstand herkennen wij ook bij de zorgprofessionals die wij trainen. Maar ik heb veel van dit soort gesprekken gevoerd, en weet je wat het mooie is? Als je er eenmaal naar vraagt, is het vaak een verademing. Als je op een oprechte manier het gesprek voert, ervaren mensen het juist als goede zorg.’

Schleiffert: ‘Het belangrijkst is dat je kunt uitleggen waarom je naar de kinderwens vraagt. Kun je dat niet, dan moet je je er niet mee bemoeien, want dan is het gewoon nieuwsgierigheid naar iets waar je niks mee te maken hebt.

‘Je hoeft als hulpverlener ook niets van het antwoord te vinden. Het gaat erom dat iemand zich kan beschermen tegen een onbedoelde zwangerschap als dat niet past in het leven van die persoon. Want vanavond neuken is morgen zwanger. En aan de andere kant: dat iemand die wél zwanger wil worden zich goed kan voorbereiden en de hulp kan krijgen die daarvoor nodig is.’

Als het zo belangrijk is en zo relatief eenvoudig, waarom gebeurt het dan nog te weinig?

Rijlaarsdam: ‘Wat er mee te maken kan hebben, is dat het een precair onderwerp is voor mensen met een onvervulde kinderwens. Het is daarom lastig hier een open thema van te maken. Als hulpverlener wil je er misschien graag naar vragen, maar durf je het niet zo goed.’

Schleiffert: ‘Aan de andere kant: daardoor worden ook mensen die geen kinderwens hebben er niet naar gevraagd.’

Je kunt ook zeggen: door zo de nadruk te leggen op een bewuste kinderwens en dat alles in het leven goed geregeld moet zijn vóór mensen aan kinderen beginnen, maken jullie van het krijgen van kinderen wel een bijzonder rationele, geplande beslissing.

Rijlaarsdam: ‘Nee, dat is ook weer niet de bedoeling. We gaan heus niet vragen of ze al een extra kamer in huis hebben, en of de kinderwagen al klaarstaat.’

Hebben jullie het gevoel dat jullie in het huidige tijdsgewricht tegen de stroming in zwemmen?

Schleiffert: ‘Dat gevoel bekruipt mij soms, ja. Ik was laatst naar het theater, naar een niet zo grappige comedian. Die zei op het podium: ‘Een vrouw heeft een baarmoeder, dus die is verantwoordelijk als er een baby komt. Je weet hoe het gaat, zij zit dadelijk met een kind en ik ben dadelijk weg.’

‘De disclaimer ‘ik heb het zaad en ik ben ook verantwoordelijk’ kwam daar niet achteraan. Maar hij kreeg wel de handen op elkaar. Nou, die comedian doet vierhonderd man op een avond, en ik doe twintig hulpverleners per training, dus ik heb nog best wat herstelwerk te doen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next