Home

Een reis naar Hamburg, een conferentie van Europese schrijvers, de troost van de hotelbar

Op de laatste dinsdag van mei deed ik pogingen per trein van Amsterdam naar Hamburg te reizen, maar de spoorwegen lieten me in de steek en zo vloog ik de dag erop naar de stad waar Helmut Schmidt in 2018 stierf. Overigens geloof ik dat niemand het recht heeft om niet in de steek te worden gelaten en dat het beter is in de steek te worden gelaten door de spoorwegen dan door een geliefde. Helmut Schmidt had verder niet veel met deze reis te maken, maar ik noem zijn naam graag omdat die verbonden is met mijn kindheid.

In Hamburg vond een conferentie plaats van schrijvers uit verschillende Europese landen naar aanleiding van een tekst van Jean-Paul Sartre uit 1947, Qu’est-ce que la littérature? Oftewel, wat is literatuur? Sartres essay bestaat uit drie vragen: Wat is schrijven? Waarom schrijven? Voor wie schrijven?

Net als de spoorwegen lieten humor en ironie ons in de steek, maar ook daarvoor geldt, het kan altijd erger. En ironie is net als de spoorwegen slechts een middel om van a naar b te komen. Soms is er vertraging.

De ravioli die op de tweede dag van de conferentie – of was het toch een workshop, wat is een workshop? – werd geserveerd, heeft beslist niemand in de steek gelaten. Een journalist die de gesprekken met de schrijvers in goede banen leidde, liet weten dat ze had verwacht dat de bijeenkomst politieker zou zijn. Oorlog hier, oorlog daar, bloedbaden, maar op die ene schrijver uit Oekraïne na die over oorlog praatte als over een verloren zoon, bleek voor de meesten vooral het persoonlijke het politieke.

Na zo’n conferentie kan alleen een hotelbar ons nog redden. Die bar vond ik in Hotel Atlantic. Op zo’n plek is het wachten op de Apocalyps een vorm van waarlijk engagement.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next